Court orders suspension of bowling alley closure due to lack of prior hearing and police report disclosure.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State ordered the immediate suspension of the mayor's decision to close the Pirlanta bowling alley until July 2018. The court found that the closure was based on a police report which the business owner was not informed of before the hearing, violating the principle of good administration. Consequently, the mayor failed to fulfill his duty to hear the party beforehand and disclose the concrete grounds for the administrative measure.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, §§ 1 and 4 of the Council of State Act; An administrative decision based on a police report must disclose the report to the affected party before the hearing to satisfy the duty of hearing and the principle of good administration.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.466 van 11 mei 2018
in de zaak A. 225.159/X-17.227
In zake: 1. de BVBA SINT JOB BOWLINGCENTRUM
2. Adem DANAYIYEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE BRECHT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jo Van Lommel en Yves Loix kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 11 mei 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Brecht tot sluiting van de feestzaal Pirlanta van 11 mei 2018 tot en met 1 juli 2018.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
X-17227-1/11
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 mei 2018, om 17.00 uur.
Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Stijn Verbist, die verschijnt voor de verzoekende par-
tijen en advocaat Jo Van Lommel, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend ad-
vies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. De eerste verzoekende partij baat een feestzaal, Pirlanta ge-
naamd, uit in de Ontspanningslaan 6 te Brecht.
4. Op 8 december 2014 werd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brecht (hierna: het college) akte verleend aan de eerste verzoekende partij van de melding van de inrichting.
De aktename werd gewijzigd bij besluit van 8 juni 2015 en van 29 juni 2015.
Het college heeft op 27 juli 2015 aan de eerste verzoekende partij akte verleend “om maximaal 10 weekends per jaar het sluitingsuur te verlengen naar 5 uur hetzij op zon- en feestdagen”.
X-17227-2/11
5. De burgemeester deelt bij brief van 15 januari 2016, “[i]n aan-
sluiting op het gesprek van vrijdag 15 januari 2016 met [de] burgemeester”, aan de bestuurder Erdem Aksoy van de eerste verzoekende partij (hierna: de bestuurder)
de “voorwaarden opgelegd voor de verdere uitbating van de feestzaal” mee met de waarschuwing dat “[a]ls er zich in de toekomst nog nieuwe feiten voordoen […]
een sluiting van de feestzaal zich onvermijdelijk [zal] opdringen”.
6. Met een schrijven van 19 april 2016 deelt de burgemeester aan de bestuurder mee dat “een tijdelijke sluiting vanaf 22 april 2016 tot en met 16 mei 2016 zich opdringt, zodat de uitbater tijdens deze periode de nodige schikkingen kan treffen om de parkeer- en toegangsproblematiek passend op te lossen”.
In dat schrijven wordt gewag gemaakt van “bij herhaling klachten […] over overlast in het bijzonder van geluid van gebruikers van de feestzaal” en “over onwettig parkeren in de ganse buurt” en van het feit dat “het gemeentebestuur in het verleden al bij herhaling getracht heeft om met de uitbater passende afspraken te maken”.
Bij brief van 22 april 2016 deelt het college aan de bestuurder mee dat “[n]a bespreking bij burgemeester […] het besluit van 19 april 2016 om de feestzaal te sluiten voor een maand […] als onbestaande beschouwd mag worden”.
7. Bij besluit van 25 april 2016 beveelt de burgemeester “[d]e tij-
delijke sluiting van feestzaal Pirlanta […] vanaf zaterdag 11 juni 2016 tot en met zondag 10 juli 2016”.
Het bevel verantwoordt de maatregel met een verwijzing naar herhaalde klachten over (geluids)overlast van gebruikers van de feestzaal en over onwettig parkeren in de ganse buurt. De sluitingsperiode wordt bepaald om de uitbater toe te laten “tijdens deze periode de nodige schikkingen [te] treffen om de parkeer- en toegangsproblematiek passend op te lossen”.
Het college bekrachtigt het bevel bij besluit van 2 mei 2016.
X-17227-3/11
8. De bestuurder wordt bij brief van 2 mei 2018 door de burge-
meester uitgenodigd “op een hoorzitting” op 8 mei 2018 om 10.00 uur naar aan-
leiding van “opnieuw verschillende klachten omtrent de uitbating van de feest-
zaal”.
De burgemeester deelt daarin mee dat hij “[i]n het kader van de openbare orde en veiligheid overweegt […] om, gelet op de veroorzaakte overlast, bestuurlijke maatregelen te treffen met inbegrip van een sluiting”.
9. De hoorzitting vindt plaats in aanwezigheid van de bestuurder.
10. De burgemeester neemt op een onbepaalde datum de bestreden beslissing tot sluiting van “[d]e feestzaal Pirlanta […] vanaf vrijdag 11 mei 2018
tot en met zondag 1 juli 2018” op grond van de volgende overwegingen:
“Aangezien er bij het gemeentebestuur opnieuw klachten toekomen over overlast, in het bijzonder geluidsoverlast, veroorzaakt door gebruikers van de feestzaal;
Dat deze klachten bevestigd werden in de bestuurlijke akte van 2 mei 2018
van de Lokale Politie Voorkempen waar er in detail verschillende interventies rond overlast worden beschreven;
Dat het gemeentebestuur in het verleden al bij herhaling getracht heeft om met de uitbater passende afspraken te maken;
Dat alzo met de uitbater afgesproken werd om bij feesten 2 parkeerwach-
ters in te zetten;
Dat evenwel telkenmale dient vastgesteld te worden dat de uitbater het verloop van de feesten niet in de hand blijkt te hebben;
Dat in het verleden door de burgemeester reeds een tijdelijke sluiting vanaf 22 april 2016 tot en met 16 mei 2016 bevolen werd;
Dat een nieuwe sluiting als bestuurlijke maatregel zich thans opdringt;
Dat de heer Erdem Aksoy gehoord werd tijdens een hoorzitting op dinsdag 8 mei 2018 in het kabinet van de burgemeester;
De Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid de artikelen 133, 134ter en 135
[…].”
11. De bestuurlijke akte van de politie waarvan sprake in het be-
streden besluit, licht de burgemeester op 2 mei 2018 in van “[o]verlast/klachten „Royal Antwerp Hockey Club‟ – feestzaal „Pirlanta Daimond Palace‟ […] tijdens het weekend van 21-22 april 2018 ten gevolge van de activiteiten in de Royal Antwerp Hockey Club en feestzaal „Pirlanta‟”.
X-17227-4/11
Op de interventie van 21 april 2018 om 19.59 uur stelt de ver-
balisant vast “muziek te horen afkomstig uit de zaal, doch wij stellen geen overlast vast” en om 22.59 uur stelt hij “beperkte geluidshinder” vast en heeft hij “gevraagd om het niveau van de bassen lager te zetten”.
De interventies van 22 en 28 april 2018 hebben betrekking op meldingen van overlast “afkomstig van de hockeyclub”.
De akte somt dan nog de zes interventies op in de periode van 1
april 2017 tot 21 april 2018.
Er blijken geen processen-verbaal te zijn opgesteld naar aanlei-
ding van deze interventies en/of vaststellingen.
IV. Grondvoorwaarden voor een schorsing
12. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (hierna: RvS-Wet) kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigver-
klaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
V. Voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid
Standpunten van de partijen
13. De tweede verzoeker stelt onherstelbare schadelijke gevolgen te zullen lijden als zijn huwelijksfeest niet kan doorgaan op 12 mei 2018.
De eerste verzoekende partij stelt dat haar reputatie als ver-
huurder van de feestzaal ernstig wordt aangetast door de bestreden sluiting en dat de continuïteit van de exploitatie van de feestzaal hierdoor in het gedrang komt.
X-17227-5/11
De verzoekende partijen stellen dat de gewone schorsingspro-
cedure niet kan worden afgewacht en dat zij zich diligent hebben gedragen.
14. De verwerende partij heeft geen opmerkingen bij het diligent optreden van de verzoekende partijen en evenmin bij hun stelling dat de gewone schorsingsprocedure niet kan worden afgewacht.
Zij betwist dat onherstelbare financiële schade zou worden ge-
leden door de eerste verzoekende partij, evenals het onherstelbaar karakter van de financiële en morele schade van de tweede verzoeker.
Beoordeling
15. De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de ver-
zoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laat-
ste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, on-
herroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen. De mogelijkheid tot het instellen van een vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijk-
heid doet geen afbreuk aan de regel van artikel 19, eerste lid, RvS-Wet. Op grond van deze bepaling moet een verzoekende partij doen blijken van “een benadeling of van een belang”. De verzoekende partij moet dus in de inleidende akte aanne-
melijk maken dat de bestreden beslissing haar een persoonlijk nadeel kan toe-
brengen. De uiterst dringende noodzakelijkheid mag niet enkel verantwoord worden door het feit dat in een min of meer nabije toekomst een beslissing tot schorsing of vernietiging zal tussenkomen. Er moeten andere elementen worden
X-17227-6/11
aangevoerd die eigen zijn aan de voorliggende zaak en die de daaraan verbonden uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen. De verzoekende partij moet dus aantonen dat de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid op nuttige wijze haar nadeel ongedaan kan maken.
16. Uit het dossier blijkt dat de bestreden beslissing ten vroegste werd genomen na de hoorzitting van dinsdag 8 mei 2018.
De kennisgeving ervan aan de eerste verzoekende partij is ge-
schied middels een aanplakking die door de eerste verzoekende partij naar eigen zeggen werd opgemerkt op woensdagnamiddag 9 mei 2018.
Donderdag 10 mei 2018 was een wettelijke feestdag.
Het verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzake-
lijkheid werd ingediend op vrijdagmorgen 11 mei 2018.
De verzoekende partijen treden aldus met de vereiste diligentie op.
17. De sluiting van de inrichting is ingegaan op 11 mei 2018 voor een periode tot 1 juli 2018.
Het wordt niet betwist dat op 12 mei 2018 een trouwfeest van de tweede verzoeker is gepland in de feestzaal Pirlanta.
18. De termijn van 45 dagen die de Raad van State is opgelegd om uitspraak te doen over een (gewone) vordering tot schorsing is een ordetermijn die wordt nagestreefd maar niet is gewaarborgd. Het bijzondere aan deze zaak is dat de bestreden beslissing een tijdelijke sluiting van de feestzaal van de eerste verzoe-
kende partij tot voorwerp heeft die niet alleen de behandelingstermijn van een gewone schorsingsprocedure nauwelijks overschrijdt, maar ook belet dat het reeds meer dan één jaar geplande trouwfeest aldaar nog kan plaatshebben. In de gegeven omstandigheden tonen de verzoekende partijen aan dat er uiterst dringende
X-17227-7/11
noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
VI. Onderzoek van de ernst van het tweede middel
Standpunten van de partijen
19. De verzoekende partijen voeren de schending aan van de hoor-
plicht:
“De hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur impliceert dat alvorens een beslissing wordt genomen die ingrijpt in de individuele rechtspo-
sitie van een persoon of rechtspersoon, deze persoon vooraf wordt gehoord alsook dat deze persoon bij de uitnodiging om te worden gehoord enerzijds weet waarover het in feite precies gaat alsook welke mogelijke beslissingen in het vooruitzicht worden gesteld. De Raad van State gaf hieraan eerder de volgende invulling „dat krachtens een beginsel van behoorlijk bestuur de burgemeester er in principe toe gehouden is, vooraleer een dergelijke beslissing te nemen, ver-
zoeker in de gelegenheid te stellen op nuttige wijze zijn zienswijze naar voor te brengen; dat dit onder meer veronderstelt dat hem een redelijke voorberei-
dingstijd wordt gegund en dat hij voldoende op de hoogte wordt gebracht van de gegevens van het dossier waarop het bestuur zich wil steunen, evenals van de maatregel die overwogen wordt‟;
Bij brief, verzonden bij mailbericht van donderdag 3 mei 2018 aan ver-
zoekende partij sub 1 verzonden door de ambtenaar integrale veiligheid en mobiliteit van de gemeente Brecht, mevrouw Kristine Van Bavel, wordt ver-
zoekende partij sub 1 uitgenodigd om te worden gehoord door de burgemeester op dinsdag 8 mei 2018.
In deze brief staat geschreven: „We kregen opnieuw verschillende klachten omtrent de uitbating van de feestzaal Pirlanta te Brecht, Ontspanningslaan 6.
(…) In het kader van de openbare orde en veiligheid overweegt de burgemeester om, gelet op de veroorzaakte overlast, bestuurlijke maatregelen te treffen met inbegrip van een sluiting.‟ Over welke klachten dan wel over welke overlast het precies ging werd niet vooraf aan verzoekende partij sub 1 meegedeeld. Verzoekende partij heeft vooraf ook geen inzage gekregen in mogelijk relevante stukken waaruit dan zou moeten blijken over welke klachten of over welke overlast het precies zou gaan.
Hierbij moet worden opgemerkt dat verzoekende partij sub 1 nooit een pro-
ces-verbaal van de politie heeft ontvangen voorafgaand aan de oproeping om te worden gehoord.
Ook tijdens de hoorzitting werden aan verzoekende partij sub 1 geen do-
cumenten getoond waaruit de overlast of de verschillende klachten zouden moeten blijken. Er werd van de hoorzitting ook geen proces-verbaal opgemaakt,
X-17227-8/11
minstens heeft verzoekende partij sub 1 dergelijk proces-verbaal niet onderte-
kend noch ooit ontvangen.
Inderdaad werd verzoekende partij sub 1 wel opgeroepen, maar waarover het precies ging werd vooraf aan verzoekende partij sub 1 niet meegedeeld.”
20. De verwerende partij repliceert:
“47. Verzoeker werd gehoord op 8 mei 2018 omtrent nieuwe klachten in-
zake geluidshinder ten gevolge van de exploitatie. Verzoekende partij werd hiervoor tijdig opgeroepen. Er is geen verplichting tot opmaak van een proces verbaal voorzien in de regelgeving.
48. Gelet op de voorgaande in het dossier wist verzoeker ook zeer goed welke geluidshinder werd geviseerd.
49. De politie heeft verzoeker hieromtrent ook nog aangesproken tijdens de controle op 21 april 2018 (zie boven).
50. Een hoorzitting heeft als voorwerp om de geviseerde persoon „te horen‟ omtrent het voornemen om een maatregel op te leggen en om i.c. de exploitant de mogelijkheid te bieden nog elementen aan te halen naar aanleiding van de aangegeven maatregel. Een hoorzitting heeft niet als voorwerp om nog een te-
gensprekelijk debat te voeren.
51. Gelet op de historiek en de controle van de politie was de exploitant afdoende op de hoogte ikv. de hoorzitting.”
Beoordeling
21. De hoorplicht, en dus het recht van de betrokkene om zijn standpunt op nuttige wijze naar voren te brengen, houdt in dat de betrokkene voorafgaandelijk kennis krijgt van de aard van de maatregel die wordt overwogen en van de motieven, hetgeen impliceert dat de concrete feiten en grieven vooraf worden meegedeeld. Deze verplichting bestaat niet wanneer een dringend optreden is vereist, of wanneer de voorgenomen maatregel wordt overwogen op grond van feiten die voor directe, eenvoudige constatatie vatbaar zijn.
22. De verwerende partij beveelt met de bestreden beslissing de tijdelijke sluiting van de feestzaal van de eerste verzoekende partij. Dit is een beslissing ten aanzien waarvan de eerste verzoekende partij op grond van het voormelde beginsel van behoorlijk bestuur in de regel vooraf in de gelegenheid diende te zijn gesteld om zijn standpunt op een nuttige wijze te doen kennen.
X-17227-9/11
23. Blijkens de bestreden beslissing dringt zich een tijdelijke sluiting van de feestzaal op wegens de in de bestuurlijke akte van 2 mei 2018 van de lokale politie bevestigde klachten “over overlast, in het bijzonder geluidsoverlast, ver-
oorzaakt door gebruikers van de feestzaal”.
24. Er wordt vastgesteld dat klachten in de voormelde bestuurlijke akte van de lokale politie betrekking hebben op “[i]nlichtingen/vaststellingen” van “[o]verlast/klachten [van/over] „Royal Antwerp Hockey Club‟ – feestzaal „Pirlanta Daimond Palace‟ […] tijdens het weekend van 21-22 april 2018 ten gevolge van de activiteiten in de Royal Antwerp Hockey Club en feestzaal „Pirlanta‟” en “[v]oorgaande Interventies […] in de periode van 01/04/2017 tot 21/04/2018”
waarvan er vier “werden uitgevoerd nav overlast in/aan de feestzaal „Pirlanta‟” en twee “werden uitgevoerd nav overlast door de hockeyclub”.
25. Uit dit stuk blijkt dat het niet gaat om feiten die met het oog op een bestuurlijke maatregel ten aanzien van de inrichting van de eerste verzoekende partij, voor directe en eenvoudige constatatie vatbaar zijn, noch dat een dermate dringend optreden is vereist waardoor de burgemeester zich niet moet kwijten van zijn hoorplicht.
26. Verder moet worden vastgesteld dat de eerste verzoekende partij niet op een nuttige wijze haar standpunt heeft kunnen doen kennen omtrent de voorgenomen bestuurlijke maatregel. Zij werd immers niet op de hoogte gesteld van de voormelde bestuurlijke akte van de lokale politie waarop de bestreden beslissing is gesteund. Uit niets blijkt dat de verwerende partij deze akte aan de eerste verzoekende partij ter kennis heeft gebracht bij de uitnodiging voor de hoorzitting of erna, of dat zij in de gelegenheid werd gesteld om hiervan kennis te nemen met het oog op de hoorzitting. Derhalve heeft de burgemeester verzuimd om in het kader van zijn hoorplicht de eerste verzoekende partij de concrete feiten en grieven die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen, vooraf mee te delen.
27. Het tweede middel is ernstig.
X-17227-10/11
28. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, RvS-wet die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst drin-
gende noodzakelijkheid worden toegewezen.
BESLISSING
1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de gemeente Brecht tot sluiting van de feestzaal Pirlanta van 11 mei 2018 tot en met 1 juli 2018 .
2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het geschorste besluit.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Pierre Lefranc
X-17227-11/11
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.466