Court dismisses appeal due to applicant's failure to request continuation after auditor's report. The applicant is deemed to have withdrawn the claim.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State dismissed the applicants' appeal for non-annulment of the Flemish Region's implicit rejection regarding land expropriation. The applicants submitted memoranda but failed to request a continuation of proceedings after the auditor's report recommended dismissal. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal, ruling that the claim was abandoned by inaction.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, paragraph 7 of the coordinated State Council laws; When an applicant fails to request continuation of proceedings within thirty days after receiving an auditor's report recommending dismissal, a presumption of withdrawal of the claim arises.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.437 van 8 mei 2018
in de zaak A. 219.680/X-16.675.
In zake: 1. de NV VANLINGEN CARLO AUTORECYCLING
2. Carlo VANLINGEN
3. Anja RYKX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Fernand Meugens kantoor houdend te 3500 Hasselt Guido Gezellestraat 17
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 8 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de impliciete afwijzende beslissing vanwege het Vlaamse Gewest […] en of de Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en dierenwelzijn […] ingevolge het meer dan vier maanden uitblijven van een uitdrukkelijke beslissing na ingebrekestelling door verzoekers dd. 26 februari 2016
van het Vlaamse Gewest om over te gaan tot de verwerving bij onteigening of anderszins van hun percelen gelegen te Houthalen-Helchteren ter plaatse Grote Baan, ten kadaster gekend als Houthalen-Helchteren, 4de Afd/Helc – Art.
7036 en 8092, sectie B nr. 53/e/10, sectie B nr. 53/c/10, sectie B nr. 53/d/10, sectie B nr. 53/g/10, sectie B nr. 53/02/a, de opstallen enz.”.
X- 16.675-1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 22 januari 2018.
Op 9 maart 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het X- 16.675-2/3
verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
4. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.
2. De verzoekende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X- 16.675-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.437