Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.437 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.437 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to applicant's failure to request continuation after auditor's report. The applicant is deemed to have withdrawn the claim.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.437
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of State dismissed the applicants' appeal for non-annulment of the Flemish Region's implicit rejection regarding land expropriation. The applicants submitted memoranda but failed to request a continuation of proceedings after the auditor's report recommended dismissal. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal, ruling that the claim was abandoned by inaction.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, paragraph 7 of the coordinated State Council laws; When an applicant fails to request continuation of proceedings within thirty days after receiving an auditor's report recommending dismissal, a presumption of withdrawal of the claim arises.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor report dismissal procedural abandonment State Council appeal expropriation land dispute renonciation à l'expropriation acquisition de réserves de terrain accès au terrain

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the coordinated State Council laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 241.437 van 8 mei 2018

in de zaak A. 219.680/X-16.675.

In zake: 1. de NV VANLINGEN CARLO AUTORECYCLING

2. Carlo VANLINGEN

3. Anja RYKX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Fernand Meugens kantoor houdend te 3500 Hasselt Guido Gezellestraat 17

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 8 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de impliciete afwijzende beslissing vanwege het Vlaamse Gewest […] en of de Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en dierenwelzijn […] ingevolge het meer dan vier maanden uitblijven van een uitdrukkelijke beslissing na ingebrekestelling door verzoekers dd. 26 februari 2016

van het Vlaamse Gewest om over te gaan tot de verwerving bij onteigening of anderszins van hun percelen gelegen te Houthalen-Helchteren ter plaatse Grote Baan, ten kadaster gekend als Houthalen-Helchteren, 4de Afd/Helc – Art.

7036 en 8092, sectie B nr. 53/e/10, sectie B nr. 53/c/10, sectie B nr. 53/d/10, sectie B nr. 53/g/10, sectie B nr. 53/02/a, de opstallen enz.”.

X- 16.675-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 22 januari 2018.

Op 9 maart 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het X- 16.675-2/3

verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.

4. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.

2. De verzoekende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X- 16.675-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.437