Court dismisses urgent stay of execution request because the underlying permit revocation decision was already rejected.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's request for an urgent stay of execution against the Federal Food Safety Agency's ban on their facility. The court found that the applicant's recognition as a facility for storing and handling animal by-products had already been revoked in a prior decision. Consequently, the applicant no longer had any legal interest in pursuing the current stay of execution. The court rejected the claim and ordered the applicant to bear the associated legal costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice: A party must have a legal interest to file a request for a stay of execution; if the underlying administrative decision has been annulled or the party's interest has ceased to exist, the request for a stay is inadmissible.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 241.412 van 8 mei 2018
in de zaak A. 224.987/VII-40.251.
In zake : de BVBA HAY IMPORT EXPORT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sam Verbeke kantoor houdend te 3001 Heverlee Tervuursesteenweg 133
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID
VAN DE VOEDSELKETEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge - Sint-Kruis Karel Van Manderstraat 123
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 16 april 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen van 6 april 2018
waarbij een verbod werd opgelegd tot gebruik van de inrichting van de BVBA Hay Import Export, gelegen aan de Schoonwinkelstraat 9 te Hasselt.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 241.282 van 23 april 2018 heropent de Raad van State het debat en wordt de zaak voor onbepaalde duur uitgesteld.
VII-40.251-1/3
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 mei 2018.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaten Sam Verbeke en Toon Muysewinkel, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Frédérick Valcke, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Onderzoek van de vordering
3. Bij beslissing van 16 april 2018 worden de erkenningen van de verzoekende partij als inrichting voor de opslag van dierlijke bijproducten en inrichting voor het hanteren van dierlijke bijproducten ingetrokken.
Bij arrest nr. 241.411 van 8 mei 2018 wordt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen deze beslissing verworpen.
De verzoekende partij heeft bijgevolg geen belang meer bij de thans voorliggende vordering.
VII-40.251-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-40.251-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.412