Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.405 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.405 Généré par l'IA

Court reinstates proceedings for annulment of spatial planning decisions regarding Antwerp harbor area boundaries.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.405
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State reopened the debate on the annulment of Flemish government decisions establishing the Antwerp harbor area boundaries. Although the original claim was filed in 2013, the current applicants filed a declaration to reinstate the proceedings in 2017. The court rejected the defense's argument that the late filing violated good legal practice, emphasizing that access to the court should not be unduly restricted.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 100 § 1, 2° of the Code of Administrative Justice; Art. 100 § 2 of the Code of Administrative Justice: The mere fact that a request to reinstate proceedings could have been filed earlier does not justify its rejection if it does not disturb the good administration of justice.

Mots-clés

Généré par l'IA
gedinghervatting good legal practice access to court spatial planning harbor area boundaries Flemish government annulment proceedings moyens de preuve tardifs

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 100 § 1, 2° of the Code of Administrative Justice
Art. 100 § 2 of the Code of Administrative Justice
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 241.405 van 4 mei 2018

in de zaak A. 209.636/X-15.563.

In zake : 1. Georges ANNÉ

2. Albert ANNÉ

3. de LV ANNÉ J EN B LANDBOUWVENNOOTSCHAP

Rechtsgeding hervat door:

1. de NV POLDERS INVESTERINGSFONDS

2. Benjamin SIMONS

3. de BVBA BIOPOLDER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te 9860 Oosterzele Kwaadbeek 47a bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Igor Rogiers kantoor houdend te 9270 Laarne Kalkendorp 17, bus 1

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

het GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

X-15.563-1/8

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 31 juli 2013, strekt tot de nietigverklaring van:

1° het besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’;

2° het besluit van de Vlaamse regering van 27 april 2012 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 16 oktober 2013. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

De nv Polders Investeringsfonds, Benjamin Simons en de bvba Biopolder hebben op 30 augustus 2017 een verklaring van gedinghervatting ingediend.

Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.

De verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april 2018.

X-15.563-2/8

Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Veerle Tollenaere, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Annelies Geerts, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Wouter De Cock heeft een advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Bij besluit van 27 april 2012 stelt de Vlaamse regering het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’ (gewestelijk RUP) voorlopig vast.

Dit is het tweede bestreden besluit.

3.2. Bij besluit van 30 april 2013 stelt de Vlaamse regering het gewestelijk RUP ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’ definitief vast.

Dit is het eerste bestreden besluit.

3.3. De eerste en tweede initiële verzoekende partijen zijn de beherende vennoten van de derde initiële verzoekende partij. Deze laatste is gebruiker van gronden te Kieldrecht, een deelgemeente van de gemeente Beveren, gelegen op de linkerscheldeoever. Zij is tevens gebruiker van gronden gelegen op het grondgebied van de gemeente Stabroek en de stad Antwerpen (Berendrecht) op de rechterscheldeoever.

X-15.563-3/8

3.4. Bij arrest nr. 225.676 van 3 december 2013 beveelt de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013, in zoverre dit het grondgebied van de gemeenten Beveren en Sint-Gillis-Waas betreft, met uitsluiting van de aldaar gelegen groengebieden (artikelen L14, L15 en L18).

3.5. Op 24 oktober 2014 beslist de Vlaamse regering om (1) het besluit houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk RUP ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, in zoverre dit het grondgebied van de gemeenten Beveren en Sint-Gillis-Waas betreft, met uitsluiting van de aldaar gelegen groengebieden (artikelen L14, L15 en L18) in te trekken; (2) het bij het besluit van 24 oktober 2014 gevoegde gewestelijk RUP ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen, havenontwikkeling Linkeroever’ definitief vast te stellen; (3) aan de Maatschappij voor het haven-, grond- en industrialisatiebeleid van het linker Scheldeoevergebied machtiging te verlenen om de gronden, begrepen in het onteigeningsplan gevoegd bij het gewestelijk RUP ‘Afbakening Zeehavengebied Linkeroevergebied’ te onteigenen.

3.6. Met zijn arrest nr. é.000 van 20 november 2015 beveelt de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van 1) het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2014 ‘houdende intrekking van de geschorste delen van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen zoals definitief vastgesteld op 30 april 2013 en geschorst op 3 december 2013 en houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen, havenontwikkeling Linkeroever’, en 2) het besluit van de Vlaamse regering van 27 april 2012 ‘houdende voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, in zoverre deze besluiten betrekking hebben op:

- de Saeftinghedokzone, bestaande uit de daarin gelegen bestemmingsgebieden “Gebied voor waterweginfrastructuur” (artikel L3), “Fasering Saeftinghedok”

(artikel L3.2.b), “Fasering Saeftinghedokmonding” (artikel L3.2.c), en de in deze

X-15.563-4/8

bestemmingsgebieden voorziene overdrukken “Hoogspanningsleiding” (artikel L16), en - het onmiddellijk ten zuiden en ten noorden van de Saeftinghedokzone, maar ten oosten van de Oostlangeweg, gelegen gedeelte van het niet-gefaseerde bestemmingsgebied “Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven”

(artikel L1), met de daarin voorziene overdrukken “Hoogspanningsleiding”

(artikel L16).

3.7. Met het arrest nr. 236.837 van 20 december 2016 vernietigt de Raad van State 1) het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2014 in zoverre dit het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen, havenontwikkeling Linkeroever’ definitief vaststelt, met uitsluiting van het westelijk deel van het ‘Logistiek park Waasland’, gelegen te Beveren tussen de expressweg Kust-Antwerpen (N49), de Verrebroekstraat, Havinkbeek en Paardenkerkhofstraat, en, 2) het besluit van de Vlaamse regering van 27 april 2012 ‘houdende voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, in zoverre dit betrekking heeft op het beheersingsgebied van het deels vernietigde definitief vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen, havenontwikkeling Linkeroever’, dus met uitsluiting van het westelijk deel van het ‘Logistiek park Waasland’.

3.8. Met het arrest nr. 238.186 van 12 mei 2017 vernietigt de Raad van State:

- het besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, behoudens in zoverre het betrekking heeft op het rechter Scheldeoevergebied; en - het besluit van de Vlaamse regering van 27 april 2012 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’, behoudens in zoverre het betrekking heeft op het rechter Scheldeoevergebied en op het westelijk deel van het

X-15.563-5/8

‘Logistiek park Waasland’, gelegen te Beveren tussen de expressweg Kust-

Antwerpen (N49), de Verrebroekstraat, Havinkbeek en Paardenkerkhofstraat.

3.9. De derde verzoekende partij tot gedinghervatting is in 2014

eigenaar geworden van de gronden die de initieel verzoekende partijen op de rechter Scheldeoever in eigendom en gebruik hadden. De tweede verzoekende partij tot gedinghervatting en de derde verzoekende partij tot gedinghervatting –

opgericht bij notariële akte van 11 april 2016 – stellen respectievelijk bewoner te zijn van een hoeve gelegen aan de Antwerpsebaan 102 te Berendrecht, en gebruiker te zijn van de gronden van de derde verzoekende partij tot gedinghervatting. Op 30 augustus 2017 dienen zij als rechtsopvolgers van de initieel verzoekende partijen een verklaring tot gedinghervatting bij de Raad van State in.

IV. Gedinghervatting

4.1. De auditeur-verslaggever heeft met een brief van 27 juni 2017

aan de initieel verzoekende partijen gevraagd om uiterlijk tegen 31 augustus 2017

hun actueel belang bij het beroep te verduidelijken. De verzoekende partijen tot gedinghervatting hebben vervolgens, op 30 augustus 2017, een verklaring tot gedinghervatting bij de Raad van State ingediend. Het auditoraatsverslag is 4 januari 2018 gedateerd.

4.2. Het wordt te dezen niet betwist dat het algemeen procedurereglement geen termijn voor het indienen van een verklaring tot gedinghervatting vooropstelt. Vereist is wel dat de gedinghervatting de goede rechtsbedeling niet mag verstoren.

4.3. In onderhavig geval heeft de indiening van de verklaring tot gedinghervatting de goede rechtsbedeling niet verstoord. De verwerende partij geeft dit ter terechtzitting overigens uitdrukkelijk zelf aan.

X-15.563-6/8

4.4. In dit specifieke licht en gelet op het verbod om het recht op toegang tot de rechter al te beperkend op te vatten, is de enkele omstandigheid dat het verzoek tot gedinghervatting volgens de verwerende en de tussenkomende partijen ook al veel eerder kon zijn ingediend onvoldoende om het verzoek tot gedinghervatting af te wijzen.

5. Het auditoraatsverslag is ten aanzien van het verzoek tot gedinghervatting beperkt tot het niet door de Raad van State bijgetreden besluit dat het verzoek moet afgewezen worden omdat het niet met de vereiste spoed en diligentie zou zijn ingediend.

6. Voor de oplossing van het geschil is het noodzakelijk dat de zaak verder door een lid van het auditoraat wordt onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht. Er is derhalve reden om het debat te heropenen.

BESLISSING

1. De Raad van State heropent het debat.

2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak.

X-15.563-7/8

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust

X-15.563-8/8

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.405