Court dismisses request to suspend gambling license suspension due to lack of urgent financial necessity.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the execution of a one-year gambling license suspension. The applicant, operating a bingo venue, argued that immediate suspension threatened their financial survival and client base. The court found the applicant failed to provide concrete evidence proving that the temporary inability to operate their machines would cause irreparable harm or threaten their existence.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1, second paragraph of the Coordinated Council of State Laws; Urgency requires concrete proof of irreparable harm, not mere financial loss, to justify suspending enforcement.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 241.378 van 3 mei 2018
in de zaak A. 224.603/VII-40.203.
In zake : de BVBA AIGLE TAO-LOU
gevestigd te 9000 Gent Bevrijdingslaan 20
alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Derry Van Hecke
tegen :
1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie 2. de KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FEDERALE
OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Leandra Decuyper kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 16 februari 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Kansspelcommissie van 13 december 2017 waarbij de vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse III, gelegen aan de Bevrijdingslaan 20 te Gent, wordt geschorst voor de periode van één jaar.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een nota ingediend.
VII-40.203-1/7
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april 2018.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Tim Vermeir, die loco advocaat Derry Van Hecke verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Leandra Decuyper, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De verzoekende partij baat een drankgelegenheid uit aan de Bevrijdingslaan 20 te Gent. Zij is in het bezit van een vergunning voor de exploitatie van twee kansspelen van het type bingo/one ball.
3.2. Met het thans bestreden besluit van 13 december 2017 beslist de Kansspelcommissie om de kansspelvergunning van de verzoekende partij te schorsen voor een periode van één jaar.
Dit besluit steunt op de volgende motieven:
“Overwegende dat de controlefunctie van de Kansspelcommissie betreffende de naleving van de wet en haar uitvoeringsbesluiten evenals van de vergunningvoorwaarden moet worden begrepen „in de meest brede betekenis
VII-40.203-2/7
van het woord‟ (Gedr. St., SENAAT, St. 1-419/4 - 97/98, p. 34.);
Overwegende dat de wetgever ervoor heeft geopteerd het exploiteren van kansspelen te verbieden behalve in wel bepaalde gevallen en dit slechts nadat een vergunning is toegekend;
Overwegende dat een vergunning C de exploitatie van twee kansspelen van het type bingo/one ball toelaat in de kansspelinrichting klasse III;
Overwegende dat de Koning specifieke voorwaarden heeft opgelegd aan de kansspelen van het type bingo/one ball die zijn toegelaten in de kansspelinrichting klasse III; dat één van deze voorwaarden stelt dat het toestel dient uitgerust te zijn met een elektronische kaartlezer, waarbij het toestel enkel in werking kan worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht; dat de exploitant het toestel in werking kan stellen door middel van een uitbaterskaart indien een speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, doch enkel na verificatie van de leeftijd van die speler;
Overwegende dat deze voorwaarden zijn ingegeven vanuit de optiek de kwetsbare, minderjarige speler te beschermen door het toestel niet toe te laten in werking te treden tenzij is vastgesteld dat de speler meerderjarig is;
Overwegende dat een vergunninghouder enkel een toestel in werking kan stellen met de uitbaterskaart indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt en na verificatie van de leeftijd van de speler;
Overwegende dat een vergunninghouder, die de uitbaterskaart waarmee hij een toestel in werking kan stellen, onbeheerd op het toestel achterlaat, de controle op de leeftijd van de speler omzeilt aangezien de speler, om het toestel in werking te stellen niet langer zijn elektronische identiteitskaart dient in te brengen, noch zijn leeftijd dient te laten verifiëren door de exploitant;
Overwegende dat vergunninghouder in zijn verweermiddelen stelt dat de uitbaterskaart niet bewust onbeheerd wordt achtergelaten, maar het mogelijk is dat een speler zich enkele minuten van het spel verwijdert om naar het toilet te gaan of een sigaret te roken;
Overwegende dat de wettelijke reglementering voorschrijft dat de uitbater het bingotoestel in werking dient te stellen voor een klant die niet over een elektronische identiteitskaart beschikt; dat deze kaart niet in het bingotoestel dient te blijven, nadat de bingo in werking is gesteld, waardoor deze de uitbaterskaart niet bij het bingotoestel dient achter te laten;
Overwegende dat een uitbaterskaart dus nooit onbeheerd kan worden achtergelaten indien de wettelijk vastgestelde werkwijze wordt gevolgd;
Overwegende dat vergunninghouder stelt dat geen minderjarigen in zijn drankgelegenheid komen en hij vanaf de bar steeds toezicht heeft op de bingo waardoor hij kan zien wie op het toestel speelt;
Overwegende dat vergunninghouder niet kan verhinderen dat minderjarigen zijn drankgelegenheid bezoeken, ook al is dit slechts sporadisch;
dat vergunninghouder daarenboven onmogelijk continu achter de bar kan staan, maar het steeds mogelijk is dat hij zich op een andere plaats in de drankgelegenheid bevindt waarvandaan tijdelijk geen toezicht mogelijk is;
Overwegende dat elke aanvrager van een vergunning zich dient te gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie om een vergunning C te kunnen verkrijgen; dat logischerwijze dergelijke vereiste blijft
VII-40.203-3/7
gelden op het moment dat betrokken aanvrager een vergunning heeft verkregen;
Overwegende dat een vergunninghouder C professioneel dient op te treden bij het uitvoeren van de activiteiten; dat een vergunninghouder op de wettelijke bepalingen inzake kansspelen correct hoort toe te passen en deze niet te omzeilen;
Overwegende dat vaststaat dat de vergunninghouder de wettelijke bepalingen niet correct heeft toegepast en om die manier toelaat dat de speler deelneemt aan de kansspelen in zijn kansspelinrichting klasse III zonder enige vorm van leeftijdscontrole, waardoor minderjarige spelers zich probleemloos kunnen aanbieden; dat vaststaat dat de vergunninghouder, door het onbeheerd ter beschikking stellen van de uitbaterskaart, zich niet gedraagt op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie;
Overwegende dat vergunninghouder zich tot 3 maal toe heeft aangeboden bij de lokale politie voor verhoor, waarbij de bevoegde dossierbeheerder bij de lokale politie telkens niet aanwezig was om het verhoor af te nemen; dat uit het proces-verbaal van de politie Gent melding wordt gemaakt van het feit dat vergunninghouder de derde maal niet is opgedaagd op de afspraak;
Overwegende dat het feit dat vergunninghouder door de lokale politie van Gent niet werd verhoord, geen afbreuk doet aan het respecteren van de rechten van verdediging in deze sanctieprocedure, daar vergunninghouder in deze procedure de mogelijkheid heeft verkregen en benut om verweermiddelen in te dienen; dat de rechten van verdediging bijgevolg zijn gerespecteerd;
[…]
Overwegende dat het feit als bewezen wordt gesteld en wordt weerhouden;
Overwegende dat de tekortkomingen vernoemd onder punt B worden weerhouden;
Overwegende dat het de taak is van de kansspelcommissie erop toe te zien dat alle bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers worden nageleefd en vergunninghouders die zich niet houden aan de wettelijke voorschriften te sanctioneren;
Overwegende dat de geviseerde sanctie in de kennisgeving van 27 oktober 2017 de intrekking van de vergunning is;
Overwegende dat uit het administratief sanctiedossier duidelijk blijkt dat vergunninghouder de speler toelaat de kansspelen in zijn kansspelinrichting klasse III in werking te stellen zonder effectieve controle op de leeftijd waardoor een minderjarige speler probleemloos aan de kansspelen zou kunnen deelnemen, en dat vergunninghouder zich niet gedraagt op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie;
Overwegende dat dergelijke wijze van handelen compleet indruist tegen de wil van de wetgever die het belang van de bescherming van de kwetsbare minderjarige vooropstelt en om die reden een leeftijdscontrole heeft ingevoerd voorafgaand aan het deelnemen aan de kansspelen in een kansspelinrichting klasse III, waarbij de minderjarige speler van deelname wordt uitgesloten;
Overwegende dat bij vergunninghouder niet eerder inbreuken op de kansspelwetgeving werden vastgesteld; dat evenmin is vastgesteld dat effectief minderjarigen op de bingo hebben gespeeld; dat dit als een verzachtende omstandigheid kan worden beschouwd;
VII-40.203-4/7
Overwegende dat verzachtende omstandigheden kunnen worden aangenomen;
Overwegende dat de intrekking van de vergunning, gelet op de aard van de vastgestelde inbreuk en op het feit dat vergunninghouder nooit eerder een sanctie opliep, als disproportioneel kan worden beschouwd;
Overwegende dat de kansspelcommissie oordeelt dat een schorsing van de vergunning voor een bepaalde periode een gepaste sanctie uitmaakt, die vergunninghouder, als verantwoordelijke uitbater van een kansspelinrichting klasse III het belang moet doen inzien om de wettelijke bepalingen om de kwetsbare minderjarige speler te beschermen, te respecteren;
Overwegende dat de kansspelcommissie meent dat de schorsing van de vergunning C voor de termijn van één jaar een gepaste sanctie is”.
IV. Onderzoek van de vordering
4. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van het besluit prima facie kan verantwoorden.
Spoedeisendheid
5. De verzoekende partij zet onder het opschrift “m.b.t. het verzoek tot schorsing” het volgende uiteen:
“Verzoekster heeft ook een bijzonder belang bij het instellen van een verzoek tot schorsing van de opgelegde sanctie in afwachting van de beslissing die uw Raad zal nemen m.b.t. het verzoek tot nietigverklaring ervan.
Mocht de schorsing worden uitgesproken, dan kan verzoekster immers in afwachting van de beslissing van uw Raad verder het bingo-toestel uitbaten zodat zij niet gedurende een lange periode verstoken blijft van een deel van haar inkomsten en er ook minder gevaar bestaat voor het (definitief) verlies van cliënteel.
Verzoekster laat een ernstige reden gelden en vraagt haar verzoek tot schorsing van de bestreden beslissing gegrond te verklaren”.
VII-40.203-5/7
Beoordeling
6. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden.
De verzoekende partij moet daarbij concreet aantonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Zij moet eigen, specifieke gegevens aanbrengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
7. Uit de uiteenzetting van de verzoekende partij kan worden afgeleid dat zij in wezen een financieel nadeel aanvoert. Een dergelijk nadeel kan de spoedeisendheid verantwoorden wanneer het bestaan of voortbestaan zelf of het financieel evenwicht van een rechtspersoon ernstig in gevaar wordt gebracht en een vernietigingsarrest te laat zou komen. De verzoekende partij brengt evenwel geen enkel concreet gegeven bij waaruit blijkt dat zulks het geval zal zijn door de tijdelijke onmogelijkheid om bingotoestellen te exploiteren in haar drankgelegenheid.
De zaak is niet spoedeisend.
8. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden
VII-40.203-6/7
toegewezen.
Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-40.203-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.378