Belgian court dismisses request to suspend revocation of night shop permit due to failed takeover proof.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the city of Ghent's decision to revoke a night shop permit. The court found that the applicant failed to prove a takeover occurred within the legally required three-month window following the cessation of business. Consequently, the revocation was deemed lawful as no new permit application was submitted.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 7, sections 1 and 4 of the Police Ordinance on night shops; A permit revocation following business cessation is lawful if no takeover occurs within the statutory period and no new application is filed.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.334 van 27 april 2018
in de zaak A. 224.288/X-17.118.
In zake : de BVBA AHMAD BUSINESS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bertrand Vrijens kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 641
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD GENT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sebastiaan De Meue en Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 19 januari 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent van 16 november 2017 tot “[o]pheffing van de vestigingsvergunning voor een nachtwinkel in het pand Bevrijdingslaan 109 te 9000 Gent wegens de schrapping van de vestigingseenheid en de opening van het faillissement van Hamza Business International”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld.
X-17.118-1/7
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 maart 2018.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Helen Van Nijverseel, die loco advocaat Bertrand Vrijens verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jens Mosselmans, die loco advocaten Sebastiaan De Meue en Thomas Eyskens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. In de stad Gent is ten gevolge van de politieverordening „betreffende de vestiging en de openingsuren van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie‟ met ingang van 1 juli 2012, de vestiging van een nachtwinkel onderworpen aan een voorafgaande vergunning door het college van burgemeester en schepenen; voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning moet een schriftelijke aanvraag worden ingediend (artikel 7, § 1). Wordt de uitbating van een nachtwinkel stopgezet en wordt daarna een nieuwe nachtwinkel op dezelfde locatie gevestigd, dan dient voor de nieuwe vestiging een aanvraag tot vestigingsvergunning te worden ingediend (artikel 7, § 4).
Op 25 maart 2013 beslist de gemeenteraad van de stad Gent dat, “om niet als een nieuwe vestiging in de zin van artikel 7, § 4” te worden beschouwd, een overname van een nachtwinkel “effectief [dient] te gebeuren binnen een termijn van 3 maanden ofwel na de feitelijke stopzetting door de
X-17.118-2/7
vorige uitbater (zoals vastgesteld door Gemeenschapswacht of Politie) ofwel na de schrapping in de Kruispuntbank van Ondernemingen)”.
4. Met een brief van 25 september 2012 wordt aan Hamza Business International meegedeeld dat het college van burgemeester en schepenen op 13 september 2012 een vestigingsvergunning heeft verleend voor haar nachtwinkel te 9000 Gent, Bevrijdingslaan 109.
Vermits uit de Kruispuntbank voor ondernemingen blijkt dat Night Shop met ingang van 30 maart 2016 een vestiging heeft in de Bevrijdingslaan 109 te 9000 Gent, vraagt de verwerende partij met een schrijven van 6 juni 2017 om een kopie van de overnameovereenkomst.
Nadat verzoekster die de betrokken Night Shop uitbaat drie deadlines voor een antwoord – namelijk voor 23 juni 2017, voor 16 augustus 2017 en voor 15 september 2017 – liet verstrijken, deelt zij op 27 september 2017
mee dat “er geen sprake [is] van enige overname zodat er ook geen overname-
overeenkomst aanwezig is, noch dient voorgelegd te worden”.
Het college van burgemeester en schepenen beslist op 16 november 2017 de vestigingsvergunning voor een nachtwinkel in het pand Bevrijdingslaan 109 te 9000 Gent op te heffen wegens de schrapping van de vestigingseenheid en de opening van het faillissement van Hamza Business International. De motivering luidt:
“Bij collegebesluit van 13 september 2012 is een vestigingsvergunning verleend voor de nachtwinkel gevestigd in het pand Bevrijdingslaan 109 te 9000 Gent aan de onderneming met maatschappelijke naam Hamza Business International met ondernemingsnummer 0844.915.431 en vestigingseenheidsnummer 2.208.993.371.
Bij nazicht van de recente KBO gegevens door de dienst Economie blijkt op 31 oktober 2016 de vestigingseenheid van Hamza Business International in de Bevrijdingslaan 109 geschrapt te zijn en uiteindelijk wordt op 22 augustus 2017 het faillissement van Hamza Business International geopend. De maatschappelijk zetel van Hamza Business International blijkt doorgehaald te zijn op 8 maart 2017.
Bij nazicht van de recente KBO gegevens door de dienst Economie blijkt ook op het adres Bevrijdingslaan 109 te 9000 Gent sinds 30 maart een X-17.118-3/7
vestigingseenheid met commerciële naam Night Shop ingeschreven te zijn met het vestigingseenheidsnummer 2.257.859.102 van de onderneming Ahmad Business met het ondernemingsnummer 0650.893.259. Uit het KBO blijkt duidelijk dat er op de locatie in kwestie een nieuwe onderneming met een nieuwe vestigingseenheid wordt uitgebaat.
Op 6 juni 2017 wordt aan Ahmad Business gevraagd het bewijs van overname te bezorgen. Op 3 augustus 2017 wordt deze vraag herhaald, per aangetekende en gewone brief. Op 18 augustus 2017 vraagt de advocaat van Ahmad Business om uitstel tot 20 september 2017. Dit uitstel wordt toegekend tot 15 september 2017. Op 27 september 2017 ontvangt de dienst Economie antwoord van de advocaat van Ahmad Business met KBO-
uittreksels in bijlage dat er geen sprake is was van een overname en dus ook geen overnameovereenkomst dient voorgelegd te worden.
De vestigingseenheid van Hamza Business International in de Bevrijdingslaan 109 is op 31 oktober 2016 geschrapt en het faillissement werd op 22 augustus 2017 geopend.
De nieuwe inschrijving in het KBO op 30 maart 2016 van de vestigingseenheid met de commerciële naam Night Shop en het vestigingseenheidsnummer 2.257.859.102 van de onderneming Ahmad Business met het ondernemingsnummer 0650.893.259 betreft een nieuwe vestigingseenheid.
Overeenkomstig het toepasselijk politiereglement is een nieuwe vestiging slechts mogelijk met een vergunning verleend op basis van een aanvraag.”
IV. Schorsingsvoorwaarden
5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot een schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten op voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.
V. Voorwaarde van een ernstig middel
Uiteenzetting van het enige middel
6. Verzoekster voert in een enig middel aan: “Schending van de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de algemene rechtsbeginselen en
X-17.118-4/7
de beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald de motiverings- en de zorgvuldigheidsverplichting. Schending van verzoekers rechten van verdediging”.
Toegelicht wordt dat, gevraagd om een geldige overnameovereenkomst voor te leggen, verzoekster deze overnameovereenkomst “dan ook” op 15 november 2017 heeft bezorgd, maar dat hiermee op geen enkele wijze rekening is gehouden in de bestreden beslissing. In de beslissing wordt gezegd dat er sprake is van een nieuwe onderneming die een nieuwe vestigingseenheid uitbaat, wat manifest in strijd is met de bijgebrachte overnameovereenkomst. Elke motivering aangaande de overnameovereenkomst ontbreekt.
Tevens bekritiseert verzoekster dat haar nooit meegedeeld werd dat zij een nieuwe vergunningsaanvraag moest indienen. Zij meent zich niet te hebben kunnen verdedigen omtrent “het feit dat geen nieuwe vergunningsaanvraag werd ingediend”.
Beoordeling
7. Nadat verzoekster uiteindelijk had laten weten, met een schrijven van 27 september 2017, dat er geen overname was gebeurd, werd bij de verwerende partij op 10 november 2017 het punt van de opheffing van de vestigingsvergunning voor een nachtwinkel in de Bevrijdingslaan 109 op de agenda geplaatst van het college van burgemeester en schepenen, voor het nemen van een beslissing op 16 november 2017.
8. Daags voordien, op 15 november 2017, om 15.14 u, stuurt verzoekster per mail aan de dienst Economie van de verwerende partij een kopie “van het overnamedocument van de handelszaak met daarinbegrepen de overname van de vestigingsvergunning voor de Night Shop”.
X-17.118-5/7
Het stuk, dat haaks staat op verzoeksters eerdere verklaring van 27 september 2017, moest door de verwerende partij op het eerste gezicht in het geheel niet worden verwacht. Tenminste in de huidige stand van de procedure wordt de verwerende partij geloofd wanneer zij beweert dat het zonder meer onmogelijk was om het stuk nog tijdig aan het college van burgemeester en schepenen voor te leggen.
9. De Raad van State valt vooralsnog niet bij dat het college van burgemeester en schepenen onzorgvuldig is geweest of aan de formelemotiveringsplicht is tekortgekomen door bij het nemen van zijn beslissing van 16 november 2017 geen rekening te hebben gehouden met het voormelde “overnamedocument” en door er in de beslissing geen formele motieven te hebben aan gewijd.
10. Het voorwerp van de bestreden beslissing is ertoe beperkt de aan Hamza Business International verleende vestigingsvergunning op te heffen nu de betrokken uitbating door Hamza Business International werd stopgezet en er geen overname door verzoekster gebeurde noch bewezen wordt. Het mist op het eerste gezicht elke grond dat, zoals de verwerende partij beweert, “[de Stad Gent] uitsluitend verwijst naar het feit dat geen nieuwe vergunningsaanvraag werd ingediend”.
Dat de verwerende partij beweerdelijk zou hebben nagelaten verzoekster mee te delen dat zij een nieuwe vergunningsaanvraag moest indienen, lijkt niet van aard de wettigheid van de opheffingsbeslissing te kunnen beïnvloeden.
Overigens is de noodzaak om na de stopzetting van een nachtwinkel een aanvraag tot vestigingsvergunning in te dienen voor de vestiging van een nieuwe nachtwinkel op dezelfde plaats, een louter gevolg van het artikel 7, §§ 1 en 4, van de politieverordening „betreffende de vestiging en de openingsuren van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie‟. Niet alleen wordt niet betwist dat deze verordening naar behoren is bekendgemaakt,
X-17.118-6/7
bovendien heeft de verwerende partij verzoekster impliciet maar op het eerste gezicht onmiskenbaar op die noodzaak geattendeerd in haar brief van 11 oktober 2017, in fine.
11. Ook de grieven dat de verwerende partij verzoekster niet zou hebben meegedeeld dat zij een nieuwe vergunningsaanvraag moest indienen of dat verzoekster zich hieromtrent niet heeft kunnen verdedigen, doen niet de ernst van het middel aannemen.
12. Het enige middel is niet ernstig.
Aldus is alvast één van de cumulatieve grondvoorwoorden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-17.118-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.334