Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.306 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.306 Généré par l'IA

Court dismisses annulment appeal as the contested administrative decision was withdrawn by the authority.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.306
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the annulment appeal because the contested decision awarding the contract to Martens & Van Oord was subsequently withdrawn by the Port of Antwerp. The applicant argued for the invalidity of the original award, but the withdrawal rendered the legal challenge moot under Article 93 of the 1948 Regent's Decree. Consequently, the court declared the appeal without object and assigned costs to the opposing party.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 93 of the Regent's Decree of 23 August 1948; If the administrative authority withdraws the contested decision before the final judgment, the annulment appeal becomes without object and is dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of contested decision mootness of annulment appeal Article 93 Regent's Decree Port of Antwerp contract award assignment of legal costs adjudication de marché de travaux avis de concours soumissionnaire évincé

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 93 of the Regent's Decree of 23 August 1948

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 236.508 van 22 november 2016
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 241.306 van 26 april 2018

in de zaak A. 220.538/XII-8252

In zake: 1. de NV ONDERNEMINGEN JAN DE NUL

2. de NV DREDGING INTERNATIONAL, samen vormend een tijdelijke handelsvennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens, Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, naamloze vennootschap van publiek recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D‟Hooghe, Jan Bouckaert, Stefanie François en Rozanne Vander Hulst kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij:

de BV MARTENS EN VAN OORD AANNEMINGSBEDRIJF, vennootschap naar Nederlands recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Dominique Devos kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

XII-8252- 1/4

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 2 december 2016, strekt tot de nietig-

verklaring van “de beslissing van 3 oktober 2016 van het Havenbedrijf Antwerpen, ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 6 oktober 2016 […], tot gunning van de opdracht „Verdiepingsbaggerwerken vaargeul 4de Havendok‟ op basis van het Bestek B10343, aan inschrijver Martens & Van Oord Aannemingsbedrijf bv en derhalve niet aan de THV Verdieping H4H”

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 236.508 van 22 november 2016 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 3 oktober 2016 van het directiecomité van het Havenbedrijf Antwerpen tot gunning van de opdracht „Verdiepings-

baggerwerken vaargeul 4de Havendok‟ op grond van het Bestek B10343, aan de inschrijver bv Martens en van Oord Aannemingsbedrijf, en is de vordering voor het overige verworpen.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend, de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend, en de tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 april 2018, om 11.00 uur.

Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.

XII-8252- 2/4

Advocaat Linus Hoet, die loco advocaten Bob Martens en Annelies Verlinden verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Rozanne Vander Hulst, die loco advocaat David D‟Hooghe verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Stijn Maeyaert, die loco advocaten Frank Judo en Dominique Devos verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948

‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’

3. De bestreden beslissing is bij beslissing van 18 december 2017

van het Havenbedrijf Antwerpen ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en „doelloos‟ is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De impliciete weigering tot gunning van de opdracht aan de verzoekende partij is hierdoor evenzeer uit het rechtsverkeer verdwenen.

IV. Kosten

4.1. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring ten laste te leggen van de verwerende partij.

XII-8252- 3/4

Er is te derhalve tevens grond om de verzoekende partijen zowel voor de vordering tot schorsing als voor het beroep tot nietigverklaring de door hen gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partijen dienen te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 april 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Pierre Barra

XII-8252- 4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.306