Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.296 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.296 Généré par l'IA

Cassation appeal dismissed due to deemed withdrawal after 30-day silence on auditor's report.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.296
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation dismissed the cassation appeal because the applicant failed to request the continuation of proceedings within 30 days of receiving the auditor's report. The applicant had filed a cassation appeal against a university's study progress decision, but remained silent after the auditor recommended rejection. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal of the legal action, resulting in the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State; Article 18, paragraph 1, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006: When an applicant does not request the continuation of proceedings within thirty days of the service of the auditor's report recommending rejection or inadmissibility, a presumption of withdrawal of the legal action applies.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report cassation appeal procedural silence Council of State legal action continuation of proceedings échec définitif aux examens

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State
Article 18, paragraph 1, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 241.296 van 24 april 2018

in de zaak A. 223.804/IX-9184

In zake : XXXX

tegen :

de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te 3000 Leuven Naamsestraat 165

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 17 november 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing nr. 3.906 van 18 oktober 2017 van de Raad voor betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij beschikking nr. 12.637 van 4 december 2017 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld.

IX-9184-1/3

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 8 maart 2018, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.

4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.

IX-9184-2/3

IV. Anonimisering

5. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen.

Dit verzoek wordt ingewilligd.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 24 april 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-9184-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.296