Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.263 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.263 Généré par l'IA

Flemish Council of State dismisses urgent suspension request for dog seizure due to lack of specific urgency evidence.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.263
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Flemish Council of State rejected the applicant's request to suspend the administrative seizure and transfer of two dogs to a shelter. The applicant argued that the dogs were aggressive and might be adopted immediately, necessitating urgent relief. However, the court found the application failed to provide concrete facts demonstrating why the outcome of the annulment proceedings could not be awaited, as urgency is not presumed. Consequently, the court ruled that the procedural requirements for granting an urgent suspension were not met.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, § 1 and § 2 of the Council of State Act; Urgency in suspension requests requires specific factual evidence of irreparable harm, not general assertions or mere references to procedural duration.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative seizure urgent suspension Council of State Act irreparable harm procedural requirements animal welfare seizure of property contrôles sanitaires et vétérinaires

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 2 of the Council of State Act
Article 8, 4° of the Royal Decree of 5 December 1991
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.263 van 19 april 2018

in de zaak A. 224.202/VII-40.167.

In zake : Giuseppe MAZELLA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emilie Croonenberghs kantoor houdend te 3000 Leuven Vaartstraat 68-70

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 6 februari 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van:

“- de beslissing tot administratieve inbeslagname van de 2 honden van dhr. Mazella en tot voorlopige overbrenging van deze honden naar een erkend asiel in afwachting van een beslissing van dienst d.d. 26.10.017, beslissing die ter kennis werd gebracht per brief die gedateerd werd op 14.11.2017, dossiernummer G-17-819;

- de beslissing tot definitieve toewijzing van deze honden aan het asiel d.d. 17.11.2017, beslissing die ter kennis werd gebracht per brief die gedateerd werd op 17.11.2017”.

VII-40.167-1/9

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 maart 2018.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Emilie Croonenberghs, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Guillaume Vyncke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De politierechter te Leuven verleent op 25 oktober 2017 aan de inspectie Dierenwelzijn een machtiging tot visitatie van het pand betrokken door verzoeker, die geldt van 26 oktober 2017 tot en met 25 december 2017.

3.2. De inspectie Dierenwelzijn stelt proces-verbaal nr. G-17-819/AWF/AnS op lastens verzoeker voor vaststellingen gedaan op 26 oktober 2017. In het proces-verbaal is te lezen:

VII-40.167-2/9

“Op 26/10/2017 omstreeks 10u30, begeven wij ons, samen met INP

Vuchelen (PZ Voer en Dijle) naar het volgende adres: Dorpstraat 59 te 3040 Huldenberg.

Op dit adres bevinden zich de honden van dhr. Mazella.

Wij zijn in het bezit van een visitatiemachtiging met nummer 152/201, afgeleverd door de politierechtbank te Leuven op 25/10/2017 […].

We roepen enkele malen aan de poort, zonder succes. We maken de ketting los en openen de poort. We begeven ons op het terrein. Door een openstaand venster proberen we nogmaals onze aanwezigheid duidelijk te maken.

Vervolgens begeven we ons naar de achterzijde van de woning. Overal staat er rommel. Betrokkene is niet thuis. Omdat de 2 aanwezige honden zeer agressief naar ons reageren, besluiten we medewerkers van een asiel te contacteren, zodat we met behulp van een vangstok de woning kunnen betreden.

Historiek:

• Controle 13/1/2017: we treffen 5 volwassen honden, 5 pups en 2 katten aan. De toestand is zeer onhygiënisch. Betrokkene doet afstand van 4 pups, omdat het financieel niet mogelijk is om de pups te laten identificeren en registeren.

• Controle 3/2/2017: 2 volwassen honden en een kat zijn eigendom van de ex-vriendin van dhr. Mazella. De ex-vriendin doet afstand van een hond en de kat. De andere hond bevindt zich terug bij haar. We halen de hond en kat op bij dhr. Mazella. De toestand is licht verbeterd.

• Controle 24/3: we treffen 3 volwassen honden, 1 juniorpup en 1 kat aan.

De kamer met de kat is zeer vuil. In de woning treffen we resten uitwerpselen en urine aan. De verluchting is verbeterd. We melden opnieuw dat de situatie moet verbeteren.

 PV politie LE.63.LD.1093/2017)

• Controle 22/9: de huisvesting is zeer onhygiënisch. We melden betrokkene dat hij steeds afstand kan doen van een aantal honden, want de huidige toestand is niet aanvaardbaar. Betrokkene meldt ons dat hij het financieel moeilijk heeft en muziek gaat spelen om geld te verdienen om zo eten te kopen.

Vaststellingen op 26/10/2017 […]:

De medewerkers van het asiel komen toe omstreeks 10u57. Ze zetten de honden vast in een ruimte van de woning, zodat we onze controle kunnen uitvoeren.

Bij binnenkomst in de keuken komt ons een sterke geurhinder tegemoet. In de keuken treffen we een drinkkom met een beperkte hoeveelheid water aan. In een bak liggen er korrels. Verder treffen we geen voorraad voeder aan.

De vloer van de keuken ligt vol rommel. Tegen de plinten en onder de keukenkasten is er een ophoping van vuil. Het is duidelijk al lang geleden dat er nog eens grondig gereinigd werd.

Bij het betreden van de leefruimte wordt de geurhinder sterker. Overal treffen we plassen urine en aan. De uitwerpselen liggen verspreid over de vloer.

In het bureel (ruimte links van de leefruimte) ligt een stukgebeten kussen, waardoor de inhoud van het kussen zich verspreid heeft.

Op de badkamervloer liggen hopen haar.

VII-40.167-3/9

De vloer van de trappenhal plakt door aangekoekte uitwerpselen en urine.

Verder ook recente urineplassen en uitwerpselen.

De ruimte waar de kat zich bevindt is opgeruimd ten opzichte van eerdere controles. Er is water en kattenbrokjes aanwezig. We treffen geen kat aan. Het venster staat open en er is een groot gat in de vloer waardoor de kat zich kan verstoppen.

We begeven ons naar boven. Op de overloop treffen we uitwerpselen aan.

In het bureel en slaapkamer ligt het vol rommel. In de slaapkamer is er een ophoping van haren in de hoeken.

We kunnen de conditie van de honden niet bepalen omwille van het agressieve karakter.

[…]

Dierenartsverslag:

Eén van de honden is drachtig.

Administratief onderzoek om 13 november 2017:

De honden zijn correct geïdentificeerd en geregistreerd.

Overtredingen:

Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren.

1/ Er hangt een zeer intense geur van urine en uitwerpselen in de benedenverdieping - onvoldoende verluchting Dit is een overtreding van art. 4§1,3 van bovenvermelde wet.

2/ De huisvesting is zeer onhygiënisch.

Dit is een overtreding van art. 4§1,3 van bovenvermelde wet.

3/ De opgelegde maatregelen niet opvolgen.

Dit is een overtreding van art. 36 van de wet van 14-08-1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren”.

3.3. Op 26 oktober 2017 neemt de inspectie Dierenwelzijn twee honden van verzoeker in beslag. Dit is de eerste bestreden beslissing die wordt gemotiveerd:

“Gelet op de vaststellingen in PV G-17-819/AWF/AnS

• er hangt een zeer indringende geur van urine en uitwerpselen in de woning;

• onvoldoende verluchting;

• onhygiënische huisvesting van de honden;

• geen voorraad voeder aangetroffen;

• geen verbetering van de hygiënische toestand ondanks meerdere verwittigingen;

Gelet op het feit dat deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan inzicht in de noden en behoeften van de dieren;

Gelet op het feit dat deze vaststellingen erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de honden;

VII-40.167-4/9

Gelet op het feit dat de huidige huisvesting het niet toelaat dat de dieren kunnen blijven;

Nota: Dierenwelzijn wordt vaak getoetst aan de hand van de ‘Vijf vrijheden’. Wanneer aan deze vrijheden wordt voldaan hebben dieren een goed welzijn.

• dieren zijn vrij van honger en dorst. Ze hebben gemakkelijk toegang tot vers water en een adequaat rantsoen;

• dieren zijn vrij van ongemak. Ze hebben een geschikte leefomgeving inclusief onderdak en een comfortabele rustplaats;

• dieren zijn vrij van pijn, verwonding en ziekte. Er is sprake van preventie en een snelle diagnose en behandeling;

• dieren zijn vrij van angst en stress. Er is zorg voor voorwaarden en behandelingen die geestelijk lijden voorkomen;

• dieren zijn vrij om normaal gedrag te vertonen. Ze hebben voldoende ruimte, goede voorzieningen en gezelschap van soortgenoten”.

3.4. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 17 november 2017 om de honden definitief in volle eigendom te geven aan een dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de tweede bestreden beslissing die wordt gemotiveerd:

“Gelet op de vaststellingen in PV G-17-819/AnS/AWF:

• er hangt een zeer indringende geur van urine en uitwerpselen in de woning;

• onvoldoende verluchting;

• onhygiënische huisvesting van de honden;

• geen voorraad voeder aangetroffen:

• geen verbetering van de hygiënische toestand ondanks meerdere verwittigingen;

Gelet op het verhoor van betrokkene waaruit blijkt dat:

• de honden een nacht alleen waren omdat betrokkene een vriendin ging helpen;

• één van zijn honden verblijft voorlopig bij een vriendin;

• één van de honden zwanger is;

• er nog halve zak voorraad voeder aanwezig was in de woning;

• betrokkene een nieuwe zak voeder mee had bij zijn thuiskomst;

• betrokkene geen inkomsten heeft, betrokkene gaat bedelen en speelt gitaar voor extra geld;

• de honden niet gesteriliseerd zijn omwille van financiële redenen;

Gelet op het feit dat betrokkene al meerdere keren aangemaand is om de situatie te verbeteren;

Gelet op het feit dat betrokkene nog 2 honden in zijn bezit heeft en het financieel niet makkelijk heeft;

Gelet op het feit dat de honden eerder omwille van angstig-agressief gedrag bestuurlijk in beslag genomen zijn;

VII-40.167-5/9

Gelet op het feit dat betrokkene ons geen garantie kan bieden dat hij 4 honden correct kan huisvesten en verzorgen;

Gelet op het feit dat het welzijn van 2 honden kan gegarandeerd worden mits beperkte inspanningen;

Gelet op het feit dat de honden geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde heeft die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften”.

IV. Schorsingsvoorwaarden

4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

V. Spoedeisendheid

Standpunt van verzoeker

5. Verzoeker betoogt in het verzoekschrift:

“Deze beslissing d.d. 17.11.2017 is onmiddellijk uitvoerbaar waardoor de honden meteen door het asiel ter adoptie kunnen worden aangeboden aan derden.

Wanneer het asiel de honden zou afstaan aan derden, zijn de honden definitief verloren voor verzoeker, de voormalige eigenaar. In voorkomend geval zou een beslissing in het kader van het verzoek tot nietigverklaring te laat komen.

Gelet op het tijdsverloop van een procedure in het kader van een verzoek tot nietigverklaring, dringt een vordering tot schorsing zich op.

Het asiel kan immers op elk moment een of beiden honden afstaan aan derden hetgeen voor verzoeker onherroepelijke schade zou veroorzaken.

Er is in casu sprake van spoedeisendheid, aangezien elke dag dat de honden nog langer definitief aan het asiel blijven toegewezen, een dag is waarop iemand één of beide honden kan komen adopteren.

De procedure tot het adopteren van een hond kan zeer snel gaan. Uit verschillende bronnen blijkt dat een hond van de ene op de andere dag

VII-40.167-6/9

geadopteerd kan worden. Men moet slechts de adoptiepapieren invullen en de zorgprijs betalen. En ook de regelgeving inzake de adoptie van honden bepaalt geen minimumtermijn om tot adoptie van een hond over te gaan.

Indien iemand de honden adopteert, zal een latere beslissing tot nietigverklaring geen afbreuk meer kunnen doen aan de adoptie die de derde intussen reeds heeft uitgevoerd.

Het kan dus van de ene dag op de andere te laat zijn.

De beslissingen, minstens de beslissing d.d. 17.11.2017 tot definitieve toewijzing van de honden aan het asiel, dienen aldus dringend te worden geschorst, bij gebreke waaraan de honden vermoedelijk zelfs al geadopteerd zullen zijn tegen dat de zaak voor de eerste maal voorkomt inzake de behandeling van het verzoek tot nietigverklaring”.

Beoordeling

6. Op grond van artikel 17, § 2, van de RvS-Wet moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.

Een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, moet dus in haar verzoekschrift concrete feiten aanvoeren die de spoedeisendheid verantwoorden.

De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.

VII-40.167-7/9

Te dezen ontbreekt in het verzoekschrift een concrete uiteenzetting van de gegevens die de spoedeisendheid verantwoorden.

Een uiteenzetting, beperkt tot algemeenheden of een loutere verwijzing naar de duur van de annulatieprocedure en zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke gevolgen voor de verzoekende partij bij een tenuitvoerlegging van de bestreden akte, volstaat niet om de spoedeisendheid aan te tonen.

7. Er is niet voldaan aan ten minste een van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.

Verzoeker doet ter terechtzitting afstand van de vordering tot schorsing inzake de administratieve inbeslagname van de dieren.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

VII-40.167-8/9

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien april tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-40.167-9/9

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.263