Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.227 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.227 Généré par l'IA

Belgian State administrative appeal dismissed due to applicant's failure to request procedure continuation after auditor's report.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.227
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the administrative appeal against a decision by the Federal Public Service Employment, Labour and Social Dialogue. The applicant submitted memorials but failed to request a continuation of the proceedings after receiving the auditor's report recommending rejection. The court applied the statutory presumption of withdrawal of proceedings, which arises when a party does not request continuation within thirty days of receiving the report. Consequently, the appeal was deemed withdrawn, and the applicant was ordered to pay the costs of the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, seventh paragraph, and 14quater of the Council of State Rules of Procedure; A party who receives an auditor's report recommending rejection of an appeal and fails to request continuation of the proceedings within thirty days is deemed to have withdrawn the appeal.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report procedural continuation administrative appeal Council of State failure to act costs of proceedings recours du personnel

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, seventh paragraph, of the Council of State Rules of Procedure
Article 14quater of the Council of State Rules of Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 241.227 van 17 april 2018

in de zaak A. 219.722/IX-8887

In zake: Steven VAN CAUWENBERGHE

woonplaats kiezend te 9000 Gent Hubert Frère-Orbanlaan 510

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijke Van Reybrouck kantoor houdend te 1170 Brussel Vorstlaan 36

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 13 juli 2016, strekt tot de nietigverkla-

ring van “de beslissing PNO/DIRPAD/IVM van [de voorzitter van het directie-

comité van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg] d.d. 21 juni 2016”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-

diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag wordt ontvangen geacht te zijn door de verzoekende partij op 29 september 2017.

IX-8887-1/3

Op 23 november 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-

rechtspraak van de Raad van State‟.

De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-

hoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het ver-

slag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.

4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-

sing.

IX-8887-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple-

gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 april 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Bruno Seutin

IX-8887-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.227