Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.178 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.178 Généré par l'IA

Belgian State's appeal dismissed due to loss of standing after client received residence permit.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.178
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the State's cassation appeal against a Foreigners' Board decision. The client had previously obtained an F-card residence permit, eliminating the State's interest in overturning the earlier order to leave the country. The court ruled that the appellant failed to demonstrate a current legal interest in the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 16 and 17 of the Royal Decree of 30 November 2006 on cassation procedure; The State loses standing to appeal if the applicant obtains the requested residence permit, rendering the appeal inadmissible due to lack of current interest.

Mots-clés

Généré par l'IA
loss of standing cassation appeal residence permit current interest Foreigners' Board admissibility criteria legal interest séjour illégal

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
article 16 of the Royal Decree of 30 November 2006
article 32 of the Royal Decree of 30 November 2006
article 84/1 of the Decree of the Regent of 23 August 1948
title VI, chapter II of the Laws on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

nr. 241.178 van 30 maart 2018

in de zaak A. 221.216/XIV-37.286

In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door destaatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaatCarmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61 A

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

XXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bertrand Vrijens kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 641

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 14 januari 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 179.594 van 16 december 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.317 van 7 februari 2017.

Verweerster heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

XIV-37.286-1/5

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 maart 2018.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Tine Bricout, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Daan Lernout, die loco advocaat Bertrand Vrijens verschijntvoor verweerster, zijn gehoord.

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arresteensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verweerster dient op 18 januari 2016 een aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als echtgenote van een Belg.

Op 27 juni 2016 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratiein hoofde van verweerster een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten.

Verweerster stelt op 3 augustus 2016 tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met

XIV-37.286-2/5

een arrest van 16 december 2016 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten doch hij verwerpt het beroep tot nietigverklaring tegen de beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden. Dit is het bestreden arrest.

IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het cassatieberoep

4. De verzoekende partij richt zich in het verzoekschrift tot cassatie enkel tegen “het onderdeel van het arrest nr. 179.594 dd. 16.12.2016 waarin de beslissing van 27.06.2016 tot bevel om het grondgebied te verlaten, werd vernietigd”.

Het voorwerp van het cassatieberoep is daartoe beperkt.

V. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

5. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het actuele karakter van zijn belang aantonen.

Met een brief van haar raadsman van 5 maart 2018 deelt de verzoekende partij mee dat verweerster op 4 augustus 2017 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 28 juli 2022. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief zijn stavingsstukken gevoegd.

Nu de verzoekende partij verweerster blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet

XIV-37.286-3/5

in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerderebevel om het grondgebied te verlatenin hoofde van verweerster werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan.

Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk.

VI. Kosten

6. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd.

7. Met een nota tot vereffening van de kosten, per telefax verstuurd naar de Raad van State op 6 maart 2018, vraagt verweerster de verzoekende partij te veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

Naar luid van artikel 84/1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, waarnaar artikel 32 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ verwijst, moet de vereffeningsnota worden ingediend “ten laatste vijf dagen vóór de zitting”. Vermits hieraan te dezen niet is voldaan, wordt geen rechtsplegingsvergoeding toegekend aan verweerster.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.

XIV-37.286-4/5

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig maart tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Geert Debersaques

XIV-37.286-5/5

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.178