Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.136 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.136 Généré par l'IA

Belgian Council of State dismisses appeal due to missed response deadline but grants benefit of doubt and restarts debate.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.136
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal because they failed to submit a counter-memo within the statutory sixty-day period. Although the applicant claimed they never received the opposing party's memo due to postal issues, the court found reasonable grounds to believe this delay was excusable. Consequently, the court ordered the debate to be reopened and the case to proceed under normal procedures rather than dismissing the merits.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 14bis § 1 of the Regent's Decree of 23 August 1948 and Article 7 of the same Decree; if a party fails to submit a counter-memo within the prescribed term but has valid reasons for the delay, the benefit of doubt applies and the debate is reopened.

Mots-clés

Généré par l'IA
benefit of doubt missed deadline administrative appeal reopening of debate postal delay Council of State procedural fairness indemnité journalière en cas de maladie

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 14bis § 1 of the Regent's Decree of 23 August 1948
Article 7 of the Regent's Decree of 23 August 1948
Article 21 § 2 of the Council of State Laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 241.136 van 27 maart 2018

in de zaak A. 222.473/IX-9086

In zake: XXXX

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy – Toren B

Koning Albert II-laan 33 bus 15

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 21 juni 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de federale overheidsdienst Financiën, stafdienst Personeel en Organisatie van 20 april 2017 waarbij na een arbeidsongeval het verlofsaldo van XXXX definitief wordt aangepast en onder meer drie dagen te veel genomen vakantieverlof zullen worden teruggevorderd.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die naar de verzoekende partij werd verzonden op 31 augustus 2017.

Op respectievelijk 23 oktober 2017 en 6 oktober 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948

IX-9086-1/4

‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari 2018.

Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.

De verzoekende partij en Selim Dedeli, attaché, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.

IX-9086-2/4

Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.

4. Uit de toelichting die verzoekster ter terechtzitting heeft gegeven, alsook uit de door haar voorgelegde stukken blijkt dat er gegronde twijfel bestaat of verzoekster door de postdiensten effectief ervan in kennis is gesteld dat haar een aangetekende zending is aangeboden bevattende de memorie van antwoord van de verwerende partij.

Er is reden om verzoekster het voordeel van de twijfel te gunnen en aan te nemen dat zij niet in de mogelijkheid is geweest om tijdig een memorie van wederantwoord in te dienen.

Daarom dient het debat te worden heropend en moet de zaak verder worden behandeld volgens de gewone procedure.

Dit betekent dat de griffie van de Raad van State aan verzoekster opnieuw een afschrift van de memorie van antwoord van de verwerende partij zal toezenden en dat vanaf de ontvangst daarvan voor verzoekster een nieuwe termijn van zestig dagen ingaat voor het indienen van een memorie van wederantwoord.

IV. Anonimisering

5. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoekster dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen.

Dit verzoek wordt ingewilligd.

IX-9086-3/4

BESLISSING

1. Het debat wordt heropend.

2. De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet.

3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 maart 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Bruno Seutin

IX-9086-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.136