Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.104 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.104 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against one-way traffic order, ruling administrative discretion and proportionality were respected.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.104
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to annul the city's decision implementing one-way traffic in a narrow street. The court found the measure necessary to prevent traffic conflicts and curb damage to the soft shoulder, noting that the administration conducted a concrete weighing of pros and cons. Although the applicant argued the decision was arbitrary or violated equality principles, the court held these claims lacked merit as the administrative choice remained within reasonable limits.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Wet van 1991 tot vaststelling van de algemene wet bestuursrecht; Wet van 1991 tot vaststelling van de algemene wet bestuursrecht: The Council of State upheld administrative decisions involving traffic regulation where the authority exercised its discretion reasonably, balancing competing public interests without exceeding limits of proportionality or arbitrary decision-making.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative discretion proportionality principle traffic regulation equality principle formal motivation duty one-way traffic street narrowing route communale

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Wet van 1991 tot vaststelling van de algemene wet bestuursrecht
Formele Motiveringswet 29 juli 1991
Zoals het derde middelonderdeel in het verzoekschrift wordt uiteengezet, beroept verzoeker zich erin op de formelemotiveringsverplichting, al zegt hij in de memorie van wederantwoord “goed [te weten] dat reglementen niet ressorteren binnen het toepassingsgebied van de Formele Motiveringswet 29 juli 1991”.
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

nr. 241.104 van 23 maart 2018

in de zaak A. 217.767/X-16.431.

In zake : Kris DELAFONTAINE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Coppens kantoor houdend te 8800 Roeselare Westlaan 358

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de STAD ROESELARE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het verzoekschrift, ingediend op 7 december 2015, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Roeselare van 12 oktober 2015 tot goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement inzake de regeling van het verkeer in de Pauwstraat en de Rode Beukenstraat.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld.

X-16.431-1/12

Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 maart 2018.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Alain Coppens, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Matthias Castelein, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoeker woont in de Pauwstraat 5 te Roeselare. De Pauwstraat is een smalle straat, die de Bornstraat verbindt met de Valleistraat en die voor het grootste gedeelte een breedte heeft van 3 tot 3,5 m – volgens verzoeker zelfs maar van 2,7 tot 3,2 m.

Op 20 april 2015 stemt het college van burgemeester en schepenen van de stad Roeselare in met een nota van de dienst Mobiliteit, waarin wordt voorgesteld om een beperkt eenrichtingsverkeer in te voeren in de Pauwstraat, richting Valleistraat: door de beperkte breedte van de Pauwstraat verloopt het tweerichtingsverkeer er soms zeer moeilijk, met als gevolg dat er vaak wordt uitgeweken op de zachte berm, die hierdoor “permanent” beschadigd wordt; ook is het al tot enkele conflicten gekomen doordat de bewoners van de

X-16.431-2/12

Pauwstraat zich ergeren aan het feit dat vrachtwagens door de straat rijden voor de bouw van woningen in de Valleistraat en een zijstraat ervan.

Het college van burgemeester en schepenen keurt op 12 oktober 2015 een aanvullend verkeersreglement goed. Het voorziet onder meer in het verbod voor iedere bestuurder, fietsers en bromfietsers klasse A uitgezonderd, om te rijden in de “Pauwstraat, van Valleistraat naar Bornstraat”.

Met een rondschrijven van “Oktober 2015” licht de verwerende partij de betrokken inwoners in van verbeteringswerken in de Pauwstraat en van de wijziging van de verkeerssituatie in onder meer de Pauwstraat.

Met een brief van 4 november 2015 wordt namens verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen meegedeeld dat de wens van het college om de ongemakken in de Pauwstraat aan te pakken positief onthaald wordt, maar wordt erop aangedrongen “om op korte termijn een beperkt tweerichtingsverkeer toe te laten voor de bewoners van de Pauwstraat”.

Geargumenteerd wordt onder meer dat de intensiteit waarmee de Pauwstraat gebruikt wordt beperkt blijft, dat de tellingen aantonen dat het aantal voertuigbewegingen in de Pauwstraat zeer laag zijn en dat als het tweerichtingsverkeer beperkt blijft tot de paar bewoners van de Pauwstraat, het aantal kruisbewegingen bijna helemaal zal wegvallen.

Namens het college wordt in een brief van 26 november 2015

geantwoord dat de stad bij haar standpunt blijft om “in de huidige situatie” in de Pauwstraat eenrichtingsverkeer te organiseren:

“De intensiteit in de Pauwstraat is effectief beperkt, maar het valt niet te ontkennen dat er door de beperkte breedte van de straat een probleem is en dat dit al aanleiding gegeven heeft tot enkele conflicten. Wanneer het verkeer weer zou toegelaten worden in beide richtingen, al is het maar enkel voor de bewoners van de Pauwstraat, vormt dit geen oplossing en zullen dezelfde conflicten en problemen zich opnieuw voordoen.

Als alternatieve oplossing zou voorgesteld kunnen worden dat de stad dit deel van de Pauwstraat kan verbreden tot een volwaardige breedte voor verkeer in beide richtingen (5 à 5,5m). Indien de bewoners van de Pauwstraat bereid zijn om hiervoor kosteloze grondafstand te doen, kan de

X-16.431-3/12

stad een bredere weg aanleggen en zou tweerichtingsverkeer daarna opnieuw mogelijk kunnen worden.”

IV. Belang

Standpunt van de partijen

4. Verzoeker meent van het vereiste belang te doen blijken: door de bestreden beslissing kan hij wel van de Bornstraat naar zijn huis in de Pauwstraat rijden, afstand ongeveer 50 m, maar om de Bornstraat opnieuw te bereiken moet hij een omweg maken van ongeveer 1000 m; dit is een grote omweg voor hem en zijn gezin, evenals voor de personeelsleden en cliënten van zijn architectenkantoor.

5. De verwerende partij betwist verzoekers belang: hij toont op geen enkele wijze aan door de gewijzigde verkeerscirculatie telkens een omweg van een kilometer te moeten maken; het is weinig waarschijnlijk dat mensen niet meer bij hem op bezoek komen omdat de terugweg iets langer zou zijn;

verzoekers architectenbureau is ondergebracht in een bvba die niet mee het verzoekschrift tot nietigverklaring heeft ingediend.

Beoordeling

6. Verzoeker woont in de Pauwstraat, in een wijk langs de Bornstraat. Door de bestreden beslissing kan hij niet meer via de Pauwstraat naar de Bornstraat en vandaar naar andere bestemmingen. Om de wijk te verlaten moet hij nu via de Rode Beukenstraat of Sterrebosdreef, wat hem op een betekenisvolle omweg komt te staan.

Dit verantwoordt een voldoende belang bij het voorliggende beroep. De exceptie wordt verworpen.

X-16.431-4/12

V. Onderzoek van de middelen

A. Eerste middel

7. In het verzoekschrift voert verzoeker in de eerste plaats de onbevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen aan.

Aangezien hij in de memorie van wederantwoord afstand van het middel doet, hoeft er niet verder op ingegaan.

B. Tweede middel

Uiteenzetting van het middel

8. Een tweede middel in het verzoekschrift beslaat drie onderdelen.

Onder “onzorgvuldige besluitvorming” betoogt verzoeker dat de motivering voor de bestreden beslissing, in zoverre ze opgenomen is in de circulaire van oktober 2015, illustreert dat de verwerende partij niet vertrouwd is met de situatie ter plaatse en dat zij met een aantal aspecten helemaal geen rekening heeft gehouden. De bestreden beslissing getuigt volgens verzoeker van een zeer beperkt inzicht in de verkeerssituatie in de omgeving; de feitelijke situatie is onvolledig en onzorgvuldig onderzocht.

Onder het opschrift “onredelijke en disproportionele beslissing”

argumenteert verzoeker dat het voordeel dat de bestreden beslissing oplevert, niet opweegt tegen het nadeel dat hij erdoor lijdt. Er is geen redelijk verband tussen het voordeel voor het algemeen belang en het nadeel dat aan verzoeker als aangelande wordt opgelegd. Verzoeker en zijn gezinsleden moeten “elke dag tientallen keren uit hun huis voor boodschappen enz.” Ook de personeelsleden en cliënten van het architectenbureau ergeren zich. Bovenal blijft de situatie zeer onveilig omdat alle doorgaand verkeer naar de achterliggende verkaveling “via de

X-16.431-5/12

zeer smalle Pauwstraat rijdt en de verkeersintensiteit in die straat eerder moet worden afgebouwd”. De bestreden beslissing is “kennelijk onredelijk en kennelijk disproportioneel want geen enkel redelijk oordelend gemeentebestuur zal een dergelijke ongerijmde en arbitraire beslissing nemen”.

Onder het kopje “schending van de formele motiveringsplicht”

noemt verzoeker de motivering, zoals ze blijkt uit de circulaire van oktober 2015

“louter tautologisch”: er worden enkele knelpunten opgesomd, “maar er wordt nergens uitgelegd waarom het dispositief, m.n. eenrichtingsverkeer met uitzondering van fietsers, aan deze knelpunten zal verhelpen”. Nochtans eist de wet van 29 juli 1991 “dat de rechtzoekende in de motivering de redengeving vindt van de beslissing”; deze motivering moet afdoende zijn.

Beoordeling

9. De bestreden beslissing heeft een duidelijke aanleiding, te weten de “al jaren” aanslepende problematiek in de Pauwstraat doordat tweerichtingsverkeer er door de beperkte breedte van de straat zeer moeilijk is en doordat de straat regelmatig door vrachtwagens wordt gebruikt in verband met het bouwen van woningen in de Valleistraat en de Gravin Judithstraat.

Blijkens het administratief dossier is meer bepaald tot de bestreden beslissing overgegaan na het houden van verkeerstellingen in de periode van 16 september 2013 tot 1 oktober 2013 en op grond van een nota van het “Verkeersciruculatieprobleem Pauwstraat” door de dienst Mobiliteit.

In de nota wordt in de eerste plaats geconcludeerd dat, getoetst aan het beschikbare wetenschappelijk onderzoek naar het verplaatsingsgedrag van personen uitgevoerd in opdracht van het departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid, de geregistreerde voertuigbewegingen in de Pauwstraat en de Valleistraat normaal zijn. Voorts wordt in de nota geoordeeld dat tweerichtingsverkeer of vrachtverkeer in de Pauwstraat een probleem blijft en dat een duurzame oplossing zich opdringt. Deze oplossing wordt gezocht in de

X-16.431-6/12

invoering van een beperkt eenrichtingsverkeer in de Pauwstraat (richting Valleistraat) en in de Rode Beukenstraat (richting Bornstraat), al heeft ze niet alleen voordelen. Tot de nadelen behoort, aldus de nota, dat vrachtvervoer voor nieuwbouwprojecten nog steeds mogelijk is via de Pauwstraat – weliswaar alleen in de richting van de Valleistraat, niet de Bornstraat – en dat de bewoners van de Pauwstraat en de Valleistraat de wijk nog enkel kunnen verlaten via de Rode Beukenstraat of Sterrebosdreef. Volgens de nota is ook juridisch advies ingewonnen bij een advocatenkantoor omtrent het eigendomsstatuut van de Pauwstraat.

10. Hieruit mag blijken dat er wel degelijk een in concreto-

onderzoek en -afweging aan de bestreden beslissing ten grondslag ligt.

Deze nota, die de verwerende partij op 20 april 2015 expliciet goedkeurde en tot de hare heeft gemaakt, wijst duidelijk uit dat zij niet is voorbijgegaan aan de aspecten die verzoeker in het verzoekschrift opsomt:

- Met de bestreden wijziging wil de verwerende partij conflicten in de Pauwstraat met gemotoriseerd verkeer uit de tegenovergestelde richting uitsluiten. Daarom wordt gemotoriseerd verkeer in de richting van de Bornstraat verboden. Dat de verwerende partij daarbij over het hoofd zou hebben gezien dat de impact van die wijziging slechts “zeer beperkt is” omdat in de Pauwstraat nauwelijks vijf woningen staan, is onjuist. Immers kon iedereen, onder wie ook de andere wijkbewoners, via de Pauwstraat toegang tot de Bornstraat nemen. Overigens beweert verzoeker zelf in de memorie van wederantwoord dat het “algeheel rijverbod in de Pauwstraat richting Bornstraat” door het bestuur werd ingevoerd om net het vrachtvervoer, komende van de bouwwerven in de Valleistraat, de toegang tot de Pauwstraat te beletten.

- De verwerende partij heeft er zich duidelijk goed rekenschap van gegeven dat de omweg die de aangelanden van de Pauwstraat moeten maken om hun wijk te kunnen verlaten ongeveer één kilometer bedraagt, namelijk via de Rode Beukenstraat of Sterrebosdreef moet gebeuren, en dat de bestreden beslissing niet het probleem oplost van het (vracht)verkeer naar de Valleistraat en de achterliggende verkaveling – de nieuwbouwprojecten.

X-16.431-7/12

11. Ook de bewering van verzoeker dat grote vrachtwagens, zoals inzonderheid die van de vuilnisophalingsdienst, die in de Pauwstraat dienen te zijn, “onder geen beding” vanuit de Bornstraat de haakse bocht in de Pauwstraat kunnen nemen en daarom niet anders kunnen dan het inrijverbod in de Pauwstraat vanuit de Valleistraat negeren, blijkt foutief.

Stuk 8 van het administratief dossier staaft dat het voor de huisvuilwagen “perfect mogelijk” is de Pauwstraat via de Bornstraat in en via de Valleistraat uit te rijden, op voorwaarde dat een aangepaste snelheid wordt in acht genomen.

12. In zoverre verzoeker zich erover beklaagt – overigens pas voor het eerst in de memorie van wederantwoord en dus te laat – dat niet ernstig rekening is gehouden met zijn voorstel “om het tweerichtingsverkeer te behouden doch enkel voor het plaatselijk verkeer Pauwstraat en met een snelheidsbeperking van 30 kilometer per uur”, wordt vastgesteld dat hij op dat voorstel een expliciet antwoord van de verwerende partij heeft gekregen in een brief van 26 november 2015:

“Na onderzoek door de bevoegde diensten, blijft de stad bij haar standpunt om in de huidige situatie in de Pauwstraat éénrichtingsverkeer te organiseren.

Het toelaten van verkeer in beide richtingen voor de bewoners van enkel de Pauwstraat (conform uw voorstel) zal ertoe leiden dat iedereen (ook de bewoners van aansluitende straten) opnieuw in beide richtingen zal rijden.

Het valt immers heel moeilijk af te dwingen en [te] controleren dat enkel bewoners van de Pauwstraat in beide richtingen mogen rijden.

De intensiteit in de Pauwstraat is effectief beperkt, maar het valt niet te ontkennen dat er door de beperkte breedte van de straat een probleem is en dat dit al aanleiding gegeven heeft tot enkele conflicten. Wanneer het verkeer weer zou toegelaten worden in beide richtingen, al is het maar enkel voor de bewoners van de Pauwstraat, vormt dit geen oplossing en zullen dezelfde conflicten en problemen zich opnieuw voordoen.”

Verzoeker overtuigt er niet van dat dit antwoord onredelijk of anderszins ondeugdelijk zou zijn, door er alleen tegen in te brengen: “de politie moet maar optreden en verbaliseren”.

13. Het eerste middelonderdeel wordt verworpen.

X-16.431-8/12

14. De bestreden beslissing beoogt tegemoet te komen aan de sub 9

vermelde problematiek. Ze strekt ertoe dat er zich in de nauwe Pauwstraat geen conflicten meer voordoen tussen gemotoriseerd verkeer, door er meer bepaald een eenrichtingsverkeer in te stellen, van de Bornstraat in de richting van de Valleistraat. Hierdoor wordt ook het rijden van vrachtwagens in de Pauwstraat onmogelijk, althans van de Valleistraat naar de Bornstraat.

Tegenover dit voordeel staat volgens verzoeker het disproportionele nadeel dat, benevens zijn personeelsleden en cliënten, hijzelf en zijn gezin lijdt: zij zouden per dag “tientallen keer” een kilometer moeten omrijden.

15. Het beweerde nadeel komt danig overtrokken voor. Naar (de raadsman van) verzoeker in de brief van 4 november 2015 aan de verwerende partij schrijft, zou integendeel de intensiteit waarmee de Pauwstraat gebruikt wordt, “beperkt” zijn en tonen de tellingen aan dat het aantal voertuigbewegingen in de Pauwstraat – dan nog van aangelanden en anderen samen – “zeer laag” is.

Alleszins is het nadeel niet van aard te doen aannemen dat het bestreden besluit een zodanig “ongerijmde en arbitraire beslissing” is dat ze door “geen enkel redelijk oordelend gemeentebestuur” zou worden genomen.

16. Dat geldt ook voor verzoekers argument in de memorie van wederantwoord dat de Pauwstraat bij gebrek aan infrastructurele verbeteringen “niet aangepast is”. Het laat zich niet begrijpen dat de bestreden beslissing onredelijk en onevenredig zou zijn door niet, zoals door verzoeker gewenst, in de Pauwstraat te voorzien in (een bepaalde mate van) tweerichtingsverkeer, terwijl de straat al niet aangepast of geschikt zou zijn voor eenrichtingsverkeer.

17. Verzoeker maakt weliswaar genoeg duidelijk dat hij een andere oplossing voor de aanslepende problemen had verkozen, maar dit volstaat niet om tot de onwettigheid van de bestreden beslissing te kunnen besluiten. De aanpak van de besproken problematiek is een kwestie waarover verschillende meningen

X-16.431-9/12

denkbaar zijn die niettemin elk binnen de grenzen van de redelijkheid kunnen blijven.

Dat de verwerende partij met haar beslissing die grenzen te buiten is gegaan en verzoekers belangen op een disproportionele wijze zou benadelen, wordt door de Raad van State niet gevolgd. Als reeds overwogen (sub randnummers 9 en 10) ligt aan de beslissing een afweging van de voor- en nadelen ten grondslag waarbij ook de belangen van de aangelanden van de Pauwstraat in aanmerking zijn genomen. Verzoeker doet niet aannemen dat de beslissing die uit deze afweging is geresulteerd zich als willekeurig of, in de bewoordingen van verzoeker, als “compleet onredelijk en buiten proportie” laat bestempelen.

18. Het tweede middelonderdeel wordt verworpen.

19. Zoals het derde middelonderdeel in het verzoekschrift wordt uiteengezet, beroept verzoeker zich erin op de formelemotiveringsverplichting, al zegt hij in de memorie van wederantwoord “goed [te weten] dat reglementen niet ressorteren binnen het toepassingsgebied van de Formele Motiveringswet 29 juli 1991”.

Die opmerking is terecht. Het derde middelonderdeel is ongegrond in zoverre er de formelemotiveringsverplichting in geschonden wordt genoemd.

20. Ook in zoverre verzoeker in de memorie van wederantwoord doet gelden dat “[n]ergens uit het administratief dossier blijkt op welke wijze verwerende partij tot het dispositief is gekomen zoals bepaald in haar besluit van 12 oktober 2015”, mist het middelonderdeel grond.

Zoals hiervoor reeds meer overwogen, doet het administratief dossier er genoegzaam van blijken dat de bestreden beslissing berust op een in

X-16.431-10/12

concreto-onderzoek en -afweging van de pro’s en contra’s. Een en ander verantwoordt voldoende de aangevochten beslissing.

21. Het tweede middel wordt in zijn geheel afgewezen.

C. Derde middel

Uiteenzetting van het middel

22. Voor het eerst in de laatste memorie gewaagt verzoeker van een schending van het gelijkheidsbeginsel: het nadeel dat de bestreden beslissing de weggebruikers naar de achterliggende Valleistraat doet lopen, is veel geringer dan voor die naar de Pauwstraat.

Beoordeling

23. Het middel van de schending van het gelijkheidsbeginsel, dat ook al in het verzoekschrift kon zijn aangevoerd, is te laat en daarom onontvankelijk.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

X-16.431-11/12

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust

X-16.431-12/12

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.104