Court dismisses appeal against RIZIV accreditation denial due to lack of standing and procedural default.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's appeal against the RIZIV's refusal to accept his advisory physician accreditation for 2016. Although the applicant submitted a defense, he failed to file a counter-memoir within the strict sixty-day deadline, resulting in a procedural default. The court ruled that the applicant lacked the necessary legal interest to pursue the annulment, thereby dismissing the entire petition without a merits review.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 7 and 21 of the Council of State Rules of Procedure; A party lacking a sufficient legal interest in the annulment of an administrative decision, combined with a failure to submit a counter-memoir within the statutory period, constitutes grounds for dismissing the appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 241.082 van 22 maart 2018
in de zaak A. 222.766/VII-40.052.
In zake : Mathieu WELTENS
wonende te 3900 Overpelt Dorpsstraat 196
alwaar woonplaats wordt gekozen
tegen :
het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN
INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV)
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 7 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Hoge Raad van geneesheren-directeurs bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV van 28 maart 2017, ter kennis gebracht met een brief van 24 mei 2017, waarbij een accrediteringsaanvraag als adviserend geneesheer voor 2016 niet wordt aanvaard.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 27 november 2017.
Op 16 februari 2017 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
VII-40.052-1/3
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoeker heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Verzoeker heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.
VII-40.052-2/3
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig maart tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-40.052-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.082