Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.080 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.080 Généré par l'IA

Court dismisses appeals against Flemish government regulations on care home recognition calendars due to withdrawal of claims.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.080
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State formally established the withdrawal of legal proceedings by all three appellants. The appellants had challenged specific Flemish government decisions and calls regarding recognition calendars for care homes and short-stay centers, but they subsequently withdrew their complaints via letter. Consequently, the court dismissed the appeals and ordered the appellants to bear the litigation costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice; withdrawal of the appeal results in the dismissal of the proceedings and the allocation of costs to the withdrawing parties.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of appeal administrative litigation costs allocation Flemish government care home regulations interdiction des débits de boisson droit au logement zone de maisons de vacances

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 10 of the Code of Administrative Justice
Article 11 of the Code of Administrative Justice
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.080 van 22 maart 2018

in de zaak A. 220.910/VII-39.855

In zake : 1. de VZW FOYER DE LORK

2. de VZW WOONZORGZONE DE KOUTER

3. de VZW VULPIA VLAANDEREN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Roggen kantoor houdend te 3500 Hasselt Kempische Steenweg 303, bus 40

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de VLAAMSE GEMEENSCHAP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 9 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van:

“- Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016 houdende de bepaling van voorwaarden voor een bijzondere oproep om voor bepaalde woongelegenheden een erkenningskalender in te dienen en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015

betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de

VII-39.855-1/3

erkenningskalender, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 13 oktober 2016

[…];

- De bijzondere oproep van 14 oktober 2016 om voor bepaalde woongelegenheden woonzorgcentrum en centra voor kortverblijf een erkenningskalender in te dienen in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 24 oktober 2016 […]”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de tweede verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Anja Somers heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 maart 2018.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Samuel Hernandez Lucas, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.

Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

VII-39.855-2/3

III. Afstand van het geding

3. De eerste en de derde verzoekende partij delen met een brief van 31 maart 2017 aan de Raad van State mee dat zij afstand doen van hun beroep. De tweede verzoekende partij deelt met een brief van 2 februari 2018 aan de Raad van State mee dat ook zij afstand doet van haar beroep.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig maart tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.855-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.080