Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.077 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.077 Généré par l'IA

Court dismisses appeal for non-annulment of dog seizure decision due to withdrawal of the legal action.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.077
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Justice of the Flemish Region established that the applicants withdrew their appeal against the administrative seizure of two dogs. The applicants, represented by counsel, sought the annulment of a decision by the Animal Welfare Inspection Service based on the 1986 Animal Protection Act. Since the withdrawal was formalized in writing, the court dismissed the proceedings and ordered the applicants to pay the opposing party's legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1, § 2, second paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State; withdrawal of the appeal results in the dismissal of the proceedings and the award of costs to the opposing party.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of appeal dismissal of proceedings legal costs award animal welfare seizure administrative annulment contrôles sanitaires et vétérinaires impôt sur les chiens réclusion

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1, § 2, second paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.077 van 22 maart 2018

in de zaak A. 223.427/VII-40.100.

In zake : 1. Rony COLEMONTS

2. Tanja VANDORMAEL

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Laura Diels kantoor houdend te 3700 Tongeren Sabinuslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 29 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Dienst Inspectie Dierenwelzijn van de Vlaamse Overheid van 16 augustus 2017 waarbij in toepassing van artikel 42 § 1

van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, twee honden administratief in beslag worden genomen en in afwachting van de beslissing van de dienst naar een erkend asiel worden gebracht.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend

VII-40.100-1/3

Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 maart 2018.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Laura Diels, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Maxim Lecomte, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Afstand van het geding

3. De verzoekende partijen delen met een brief van 2 februari 2018

aan de Raad van State mee dat zij afstand doen van hun beroep.

IV. Rechtsplegingsvergoeding

4. De verwerende partij vraagt dat de verzoekende partijen zouden worden veroordeeld tot betaling van de wettelijk voorziene rechtsplegingsvergoeding. Er is grond om de verzoekende partijen, die dienen te

VII-40.100-2/3

worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij die juridische tweedelijnsbijstand geniet, met toepassing van artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, te veroordelen tot betaling van een minimum rechtsplegingsvergoeding van 140 euro.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig maart tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-40.100-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.077