Belgian Court of State dismisses appeal against prison parole revocation due to lack of jurisdiction.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian Court of State rejected the applicant's appeal against the revocation of his prison parole, ruling that the Court lacks jurisdiction over this matter. The applicant argued for annulment and suspension of the decision, but the Court determined the revocation falls under direct executive administration of criminal penalties. Consequently, the Court dismissed the appeal and the request for suspension, ordering the applicant to bear the associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 14, § 1, first paragraph of the coordinated Council of State laws; Article 12, § 2, 3° of the Law of 17 May 2006: The Council of State lacks jurisdiction over administrative decisions regarding the direct execution of court judgments and sentences, including the revocation of prison parole.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 241.057 van 21 maart 2018
in de zaak A. 223.754/XIV-37.567
In zake : Boubker ABRAIMI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédéric Thiebaut kantoor houdend te 2800 Mechelen F. de Merodestraat 6
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 10 november 2017, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de beslissing van directie Detentiebeheer bij de Federale Overheidsdienst Justitie van 30 oktober 2017 tot herroeping van het aan verzoeker toegekende penitentiair verlof.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.
XIV-37.567-1/4
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 januari 2018.
Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Yasmine Vuylsteke, die loco advocaat Frédéric Thiebaut verschijnt voor verzoeker, is gehoord.
Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker is ten tijde van de feiten opgesloten in de gevangenis te Mechelen.
3.2. Op 30 oktober 2017 beslist de directie Detentiebeheer van de Federale Overheidsdienst Justitie tot herroeping van het aan verzoeker verleende penitentiair verlof.
Dit is de bestreden beslissing.
XIV-37.567-2/4
IV. Toepassing korte debattenprocedure - Rechtsmacht van de Raad van State
Uiteenzetting van de exceptie
4. Onder verwijzing naar de vaste rechtspraak betwist de verwerende partij in haar nota de rechtsmacht van de Raad van State. Zij stelt dat de bestreden beslissing een beslissing is die behoort tot de strafuitvoeringsmodaliteiten en dat die beslissing buiten de rechtsmacht van de Raad van State valt.
Beoordeling
5. De Raad van State heeft op grond van artikel 14, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geen rechtsmacht om kennis te nemen van beroepen gericht tegen handelingen en beslissingen van administratieve overheden, waarbij het bestuur rechtstreeks meewerkt aan de uitvoering van vonnissen en arresten van de hoven en rechtbanken.
De bestreden herroeping van het toegekende penitentiair verlof is genomen met toepassing van artikel 12, § 2, 3° van de wet van 17 mei 2006
‘betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan de slachtoffers toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten’. Het penitentiair verlof, geregeld in de artikelen 6 tot en met 9 van de voornoemde wet, is een door de minister van Justitie toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteit. De herroeping ervan kadert aldus evenzeer binnen die strafuitvoeringsmodaliteit.
De bestreden beslissing past bijgevolg in de voormelde rechtstreekse medewerking van het bestuur aan de uitvoering van vonnissen en arresten van de hoven en rechtbanken en valt alzo buiten de rechtsmacht van de Raad van State.
XIV-37.567-3/4
6. De exceptie is gegrond.
Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen.
V. Vordering tot schorsing
7. De vordering tot schorsing dient, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, te worden verworpen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig maart tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier.
De griffier De voorzitter
Johan Pas Geert Debersaques
XIV-37.567-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.057