Belgian State administrative appeal dismissed due to procedural default and lack of timely summons evidence.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State ordered a reopening of the debate because the applicant failed to appear and there was no proof of timely summons. The applicant sought annulment of an execution order and damages, but the court noted the absence of evidence regarding proper notification. Consequently, the proceedings were adjourned rather than decided on the merits, effectively dismissing the current procedural stage.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 93(1) of the General Rules of Procedure and Article 12 of the Royal Decree of 5 December 1991; The court must reopen the debate when the applicant's absence and lack of evidence regarding timely summons violate the principles of legal certainty and the right of defense.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 241.053 van 21 maart 2018
in de zaak A. 223.845/XIV-37.571
In zake : Luigi DE LUCA
woonplaats kiezend te 3500 Hasselt Zwarte Brugstraat 4
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 21 november 2017, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van “het uitvoeringsarrest dd. 17/05/2006”.
Verzoeker vraagt tevens een schadevergoeding tot herstel.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: de algemeneprocedureregeling), over de vordering tot schorsing met toepassing van
XIV-37.571-1/3
artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ en over het verzoek tot schadevergoeding tot herstel met toepassing van artikel 25/3 van de algemeneprocedureregeling.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 februari 2018.
Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Hayarpi Mghdesyan, die loco advocaat Bernard Derveaux verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Heropening van het debat
3. Ter terechtzitting van 21 februari 2018 was verzoeker noch aanwezig, noch vertegenwoordigd. Aangezien uit de gegevens van het rechtsplegingsdossier niet blijkt dat verzoeker tijdig en regelmatig werd opgeroepen, past het met het oog op de rechtszekerheid en de rechten van verdediging, de zaak opnieuw vast te stellen op een latere zittingsdatum.
XIV-37.571-2/3
BESLISSING
1. Het debat wordt heropend.
2. De zaak wordt opgeroepen om verder te worden behandeld op de terechtzitting van 18 april 2018 om 10.00 uur.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig maart tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.571-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.053