Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.042 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.042 Généré par l'IA

Belgian court dismisses urgent injunction request after municipal council withdraws its original decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.042
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's request for an urgent injunction to suspend the execution of a municipal decision. The underlying decision by the Zaventem municipal council had already been withdrawn on 12 March 2018, rendering the injunction request without subject matter. Consequently, the court ruled that the applicant had lost their interest in the proceedings and ordered the respondent to bear the legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State and Article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948: When a contested administrative decision is withdrawn before the execution of an injunction request, the request is deemed without subject matter and the applicant is considered the party in the right, entitling them to a legal costs allowance while the respondent bears the filing fees.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent injunction request withdrawal of administrative decision loss of interest in proceedings legal costs allocation Council of State jurisdiction execution suspension procedural dismissal adjudication de marché communal

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State
Article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 241.042 van 20 maart 2018

in de zaak A. 224.704/XII-8515

In zake: de NV SWINNEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan LESAFFER

kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24/2

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de GEMEENTE ZAVENTEM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 6 maart 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zaventem van 12 februari 2018 met referentie CBS/2018/380 tot plaatsing van een opdracht van werken („bouwen van een jeugdontmoetingscentrum‟), bij nv Nelis en niet bij [de nv Swinnen].”

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

XII-8515-1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 maart 2018, om 11.00 uur.

Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Alexander Verschave, die loco advocaat Steven Van Garsse verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3.1. Met een beslissing van 12 maart 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zaventem is de bestreden beslissing ingetrokken.

3.2. De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

4.2. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij

XII-8515-2/3

door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 maart 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Pierre Barra

XII-8515-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.042