Belgian administrative court dismisses appeal for non-compliance with response deadline and court fee payment.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's appeal for non-compliance with the statutory deadline for submitting a counter-memoir and failure to pay the required court fee. The applicant missed the sixty-day period to respond to the defendant's defense and did not credit the designated court account, rendering the procedural act ineffective. Consequently, the court declared the appeal as not performed and ordered the applicant to pay the defendant's litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, second paragraph; Articles 70 and 71 of the General Rules of Procedure: An administrative appeal is deemed not performed if the applicant fails to submit a counter-memoir within the prescribed period or fails to pay the requisite court fee.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 240.809 van 23 februari 2018
in de zaak A. 222.079/X-16.911.
In zake: Pieter JAENEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Eva Pauwels kantoor houdend te 2018 Antwerpen Broederminstraat 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF VOOR
INFRASTRUCTUUR- EN PATRIMONIUMBEHEER
TURNHOUT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 29 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 1 februari 2017 van de Raad van Bestuur van het AGB Turnhout om de verkoop van het pand De Merodelei 191 bij Covast stop te zetten en verdere stappen te beraden in overleg met de juridische dienst van IOK”.
X-16.911- 1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 28 augustus 2017.
Op 20 november 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
X-16.911- 2/4
Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord ingediend binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van het algemeen procedurereglement.
In beginsel is er dan ook reden om vast te stellen dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
4. Evenwel blijkt ook niet voldaan aan de artikelen 70 en 71 van het algemeen procedurereglement.
Overeenkomstig artikel 70, § 1, eerste lid, 2°, van het algemeen procedurereglement geven de beroepen tot nietigverklaring aanleiding tot de betaling van een recht van 200 euro. Dit recht moet worden gekweten door middel van een overschrijving of storting op de in artikel 71, eerste lid, van het algemeen procedurereglement bedoelde rekening. Daartoe wordt door de griffie aan de schuldenaar van het recht een overschrijvingsformulier toegestuurd dat een gestructureerde mededeling bevat. Wordt de rekening niet gecrediteerd, dan wordt de proceshandeling waarop de kwijting betrekking heeft naar eis van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement “als niet verricht beschouwd”.
Verzoeker heeft de voormelde rekening niet gecrediteerd. Hem in de gelegenheid stellen om zich hierover uit te spreken en om, eventueel zelfs, de rekening alsnog te crediteren, is zinloos. Het kan er in het beste geval alleen toe leiden dat de Raad van State het beroep, vanwege de afwezigheid van een (tijdige)
memorie van wederantwoord, als onontvankelijk verwerpt en het rolrecht te zijnen laste legt.
5. Concluderend, wordt het beroep tot nietigverklaring als niet verricht beschouwd.
X-16.911- 3/4
In die omstandigheden is er geen aanleiding om verzoeker te veroordelen tot de betaling van een rolrecht. Anders is het echter wat de betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de verwerende partij betreft.
BESLISSING
1. De Raad van State voert de zaak van de rol af.
2. Verzoeker wordt verwezen in de betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten behoeve van de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.911- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.809