Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.804 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.804 Généré par l'IA

Court dismisses request to halt urban planning permit due to lack of standing regarding language of public inquiry documents.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.804
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's urgent request to suspend the execution of a municipal urban planning permit for tree removal and street renovation. Although the applicant claimed a violation of language rights during the public inquiry, he had previously submitted objections in French without raising any reservation regarding the absence of Dutch versions of the documents. The court found the applicant lacked standing to challenge the language conditions since he did not object to them at the time of filing his objections. Consequently, the court determined the request for suspension was inadmissible and dismissed the action, ordering the applicant to bear the legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 14, § 1, second paragraph; Article 15, § 1, first paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State: An applicant lacks standing to request the annulment or suspension of an administrative act based on a violation of language rights if they have previously submitted objections without reserving their rights regarding the language of those documents.

Mots-clés

Généré par l'IA
standing to sue language rights public inquiry urban planning permit inadmissible request Council of State procedural standing abattage d'arbres

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 14, § 1, second paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State
Article 15, § 1, first paragraph of the Rules of Procedure of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 240.804 van 23 februari 2018

in de zaak A. 224.528/X-17.157.

In zake : Louis MEULEMAN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180

bij wie woonplaats wordt gekozen

tussenkomende partij:

de GEMEENTE VORST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joël van Ypersele en Bernard Louveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Koloniënstraat 56/6

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 13 februari 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing dd. 31 januari 2018 (ref. 07/PFD/548671) van de Gemachtigde Ambtenaar van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest” in zoverre daarbij “[e]en vergunning wordt afgeleverd aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Vorst voor de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, en houdende het vellen van

X-17.157-1/8

51 bomen en de heraanplanting van 38 Betula pendula ‘Zwitserse Glorie’ in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

Met een verzoekschrift van 20 februari 2018 heeft de gemeente Vorst gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018, om 11 uur.

Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.

Advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan Meue, die verschijnen voor verzoeker, advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Kiana Khavaran, die loco advocaten Joël van Ypersele en Bernard Louveaux verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

X-17.157-2/8

III. Feiten

3.1. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vorst dient op 24 oktober 2014 een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in. De aanvraag betreft de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, houdende het vellen van 51 bomen, de heraanplanting van bomen in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers.

3.2. Het openbaar onderzoek loopt van 8 november 2014 tot 7 december 2014. Er worden 44 bezwaren ingediend. Verzoeker en zijn echtgenote dienen een gezamenlijk – in het Frans gesteld – bezwaarschrift in.

3.3. Op 16 december 2014 beslist de overlegcommissie haar advies uit te stellen om aan het college de mogelijkheid te geven het dossier aan te vullen wat betreft de ondergrond, de nutsvoorzieningen, de standpunten van de nutsmaatschappijen en de stand van de bomen.

3.4. Tijdens de maand september 2016 wordt via het internet een gewijzigd dossier voorgelegd aan het publiek, zodat de belanghebbenden deze plannen kunnen beoordelen.

3.5. De overlegcommissie bespreekt op de hoorzitting van 29 november 2016 dit nieuw voorgestelde plan met de omwonenden en de gemeente Vorst. Zij beslist andermaal haar advies uit te stellen om de nutsmaatschappij Sibelga toe te laten na te gaan of de plaatsing van de hoogspanningslijn aan de zuidzijde van de straat technisch mogelijk is.

3.6. Nadat Sibelga laat weten dat dit mogelijk maar niet aan te raden is, verleent de overlegcommissie op 14 februari 2017 een voorwaardelijk gunstig advies waarbij zij vier opmerkingen maakt:

X-17.157-3/8

- de aanplanting van 31 Betula Pendula “Zwitserse Glorie”, en een lichte vermindering van het aantal parkeerplaatsen;

- de maximale verhoging van de aanplantingszone van de nieuwe berken;

- een verzachting van de bochtstraat vanuit de Albertlaan;

- het gebruik van hergebruikte straatstenen.

De eerste drie opmerkingen zijn gesteund op de in september 2016 neergelegde nieuwe plannen.

3.7. Op 25 september 2017 verleent de gemachtigde ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning.

3.8. Met ’s Raads arrest nr. 239.724 van 30 oktober 2017 wordt de tenuitvoerlegging van de voormelde vergunning bij uiterst dringende noodzakelijkheid geschorst.

3.9. Met een besluit van 31 januari 2018 trekt de gemachtigde ambtenaar de onder randnummer 3.7 vermelde vergunning in en beslist hij aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Vorst een nieuwe vergunning te verlenen voor de heraanleg van de Berkendaelstraat, van gevel tot gevel, tussen de Brugmannlaan en de Albertlaan, en houdende het vellen van 51 bomen en de heraanplanting van 38 Betula pendula “Zwitserse Glorie” in de parkeerzones, en de aanleg van de schoolomgeving en de plaatsing van snelheidsbegrenzers.

IV. Tussenkomst

4. De gemeente Vorst blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd.

X-17.157-4/8

V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden

5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

VI. Onderzoek van het enig middel

6.1. Het enig middel is genomen uit de schending van de artikelen 18 en 50 van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten ‘op het gebruik van de talen in bestuurszaken’ (hierna: de bestuurstaalwet), alsook van het materiëlemotiverings-, redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel.

Verzoeker acht de voormelde rechtsregels geschonden omdat geen Nederlandstalige versies van het vergunningsaanvraagformulier en van de eerste en tweede verklarende nota tijdens het openbaar onderzoek ter inzage zouden zijn gelegd.

6.2. De verwerende partij en de tussenkomende partij voeren aan dat het enig middel onontvankelijk is. Zij betogen dat de voorgehouden schending van de bestuurstaalwet verzoeker hoe dan ook geen waarborg heeft ontnomen. De tussenkomende partij voegt daaraan toe dat de vermeende onregelmatigheid geen invloed heeft gehad op de bestreden vergunning of op de bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid.

7.1. Overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (RvS-Wet), geven de onregelmatigheden die onder een in het eerste lid vermelde nietigheidsgrond ressorteren “slechts aanleiding tot een nietigverklaring als ze, in dit geval, een

X-17.157-5/8

invloed konden uitoefenen op de draagwijdte van de genomen beslissing, de betrokkenen een waarborg hebben ontnomen of als gevolg hebben de bevoegdheid van de steller van de handeling te beïnvloeden”.

7.2. Het openbaar onderzoek wil de rechtszoekende de mogelijkheid bieden om eventuele bezwaren en opmerkingen tegen de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning te doen gelden.

7.3. Verzoeker betwist niet dat een Franstalige versie van het vergunningsaanvraagformulier tijdens het openbaar onderzoek ter inzage lag, en doet voorts prima facie niet aannemen dat geen Franstalige versies van de verklarende nota’s tijdens het openbaar onderzoek ter inzage zouden hebben gelegen.

7.4. De Raad van State stelt verder vast dat verzoeker, samen met zijn echtgenote, tijdens het openbaar onderzoek een in het Frans gesteld bezwaarschrift (bestaande uit twee pagina’s, onderverdeeld in zeven punten)

heeft ingediend. Daarin heeft hij geen enkel bezwaar geuit tegen, noch enig voorbehoud gemaakt bij, het feit dat het vergunningsaanvraagformulier en de verklarende nota’s niet in het Nederlands zouden zijn neergelegd.

7.5. Zelfs indien zou aangenomen worden dat de verklarende nota’s en het vergunningsaanvraagformulier tijdens het openbaar onderzoek in het Nederlands ter inzage dienden gelegd te worden en aan deze voorwaarde te dezen niet is voldaan, dan nog moet op grond van het gestelde onder randnummer 7.4

prima facie worden besloten dat dit niet tot nietigverklaring of schorsing aanleiding kan geven.

Nu verzoeker een in het Frans gesteld bezwaarschrift heeft ingediend en daarin geen enkel voorbehoud heeft gemaakt of bezwaar heeft geuit tegen de afwezigheid van Nederlandstalige versies van de geviseerde stukken, kan prima facie uit hetgeen hij in het enig middel aanvoert, niet blijken dat voldaan is aan de voorwaarden die artikel 14, § 1, tweede lid, RvS-Wet stelt

X-17.157-6/8

(randnummer 7.1) opdat een middel aanleiding zou kunnen geven tot een nietigverklaring.

7.6. De door verzoeker ter terechtzitting aangevoerde omstandigheid dat niet hijzelf maar zijn echtgenote het Franstalig bezwaarschrift heeft opgesteld, wordt niet aangetoond en doet op het eerste gezicht hoe dan ook niet anders besluiten.

7.7. De ontvankelijkheidsexcepties van de verwerende en de tussenkomende partijen desbetreffend lijken gegrond. Het enig middel lijkt derhalve onontvankelijk en is bijgevolg niet ernstig.

8. Gelet op wat voorafgaat, is niet voldaan aan minstens één van de onder randnummer 5 vermelde cumulatief te vervullen voorwaarden om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te bevelen.

BESLISSING

1. Het verzoek tot tussenkomst van de gemeente Vorst wordt ingewilligd.

2. De Raad van State verwerpt de vordering.

3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

X-17.157-7/8

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig februari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Stephan De Taeye, staatsraad, wnd. voorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Stephan De Taeye

X-17.157-8/8

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.804