Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.768 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.768 Généré par l'IA

Court lifts urgent stay of execution and orders applicant to pay costs for failed interim relief request.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.768
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent stay of execution previously granted on November 6, 2017, regarding the exclusion of a candidate from a public works tender. Although the applicant had successfully obtained a temporary suspension, they failed to file a separate request for annulment of the underlying decision before the hearing. Consequently, the court was legally bound to terminate the interim measure and awarded the costs to the respondent party.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Laws of the Council of State; If a party seeking urgent interim relief fails to file a subsequent request for annulment of the contested decision, the Council of State must lift the granted stay of execution.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent interim relief stay of execution failure to annul lifting of suspension allocation of costs procedural obligation public procurement droit à l'antenne

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Laws of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.768 van 20 februari 2018

in de zaak A. 223.812/XII-8461

In zake: 1. de NV ANTWERPSE BOUWWERKEN

2. de NV VALENS

3. de NV JAN DE NUL

samen vormend een tijdelijke handelsvennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE RADIO- EN

TELEVISIEOMROEPORGANISATIE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bob Martens kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 20 november 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de Directeur Financiën van de VRT, handelend als bijzonder gemandateerde namens de raad van bestuur van de VRT, van 6 november 2017

waarbij de kandidaat THV AB-Valens-Jan De Nul van verdere deelname aan de plaatsingsprocedure voor de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp ‘De realisatie van de nieuwbouw voor de huisvesting van de VRT’ wordt uitgesloten, en derhalve niet geselecteerd”.

XII-8461- 1/4

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 240.186 van 14 december 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Directeur Financiën van de VRT, handelend als bijzonder gemandateerde namens de raad van bestuur van de VRT, van 6 november 2017

waarbij de kandidaat thv AB-Valens-Jan De Nul van verdere deelname aan de plaatsingsprocedure voor de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp “De realisatie van de nieuwbouw voor de huisvesting van de VRT” wordt uitgesloten.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Hans Plancke, die loco advocaat Joost Bosquet verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Linus Hoet, die loco advocaat Bob Martens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

3. De verzoekende partijen hebben na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift

XII-8461- 2/4

ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

IV. Kosten

4. Bij besluit van de Directeur Financiën van de VRT, handelend als bijzonder gemandateerde namens de raad van bestuur van de VRT, van 19 december 2017 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandig-

heden past het dat de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste van de verwerende partij worden gelegd.

BESLISSING

1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 240.186 van 14 december 2017

bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 600 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.

XII-8461- 3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 februari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8461- 4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.768