Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.762 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.762 Généré par l'IA

Court lifts urgent suspension order because the contested administrative decision was subsequently withdrawn by the defendant.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.762
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent suspension order previously granted against the execution of a decision by Sogent regarding the selection of a housing project candidate. The defendant, Sogent, had withdrawn the contested decision on December 11, 2017, before the hearing on February 20, 2018. Consequently, the court ruled that the suspension was no longer necessary and ordered the defendant to bear the litigation costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Rules of the Council of State; If the contested administrative decision is withdrawn before the final judgment, the court must lift the urgent suspension order as the basis for the measure disappears.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension order withdrawal of decision Council of State litigation costs procedural necessity exclusion du soumissionnaire action en exclusion de la communauté des copropriétaires avis de concours

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Rules of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.762 van 20 februari 2018

in de zaak A. 223.654/XII-8455

In zake: de NV BOPRO SUSTAINABLE INVESTMENT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyzer en Hans Plancke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

SOGENT, autonoom gemeentebedrijf van de stad Gent bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Devers en John Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 3 november 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 19 oktober 2017 van het directiecomité van Sogent waarbij de toetsing aan de formele vereisten en minimale selectiecriteria zoals terug te vinden in het Selectiedossier 2017/05 ‘PPS-Woonproject deel van Ecowijk Gantoise’ werd goedgekeurd” en tengevolge waarvan de kandidaatstelling van de nv Bopro Sustainable Investment niet aan de beoordelingscommissie zou worden voorgelegd.

XII-8455- 1/4

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 240.043 van 30 november 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 19 oktober 2017 van het directiecomité van Sogent waarbij de toetsing aan de formele vereisten en minimale selectiecriteria zoals terug te vinden in het Selectiedossier 2017/05 “PPS-Woonproject deel van Ecowijk Gantoise”

wordt goedgekeurd en tengevolge waarvan de kandidaatstelling van de nv Bopro Sustainable Investment niet aan de beoordelingscommissie zou worden voorgelegd.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Hans Plancke, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Anthony Verheggen, die loco advocaat Patrick Devers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om

XII-8455- 2/4

de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

IV. Kosten

4. Bij besluit van het directiecomité van Sogent van 11 december 2017 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegings-

vergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 240.043 van 30 november 2017

bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

XII-8455- 3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 februari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8455- 4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.762