Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.720 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.720 Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.720 · Conseil d'État

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.720
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

Het beroep, ingesteld op 14 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van “het Ministerieel Besluit van de Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 30 maart 2017 houdende machtiging van de Vlaamse Landmaatschappij tot verwerving en hoogdringende onteigening ten algemene nutte van onroerende goederen gelegen in de stad Brugge die bestemd zijn voor de uitvoering van het inrichtingsplan „Groen fietsgordel Brugge‟ dat past in het inrichtingsproject landinrichting „Randstedelijk gebied Brugge‟ van het planprogramma „Brugse Veldzone deel Veldgebied Brugge‟”.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.720 · Conseil d'État: Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

Mots-clés

Généré par l'IA
bien exproprié propriété privée plan d'expropriation renonciation à l'expropriation restriction à la propriété équipement général
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 240.720 van 13 februari 2018

in de zaak A. 222.669/X-16.962.

In zake : 1. Antoine VAN COUTER

2. Camille de WOUTERS d‟OPLINTER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

1. het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64/201

bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 14 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van “het Ministerieel Besluit van de Vlaamse Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 30 maart 2017 houdende machtiging van de Vlaamse Landmaatschappij tot verwerving en hoogdringende onteigening ten algemene nutte van onroerende goederen gelegen in de stad Brugge die bestemd zijn voor de uitvoering van het inrichtingsplan „Groen fietsgordel Brugge‟ dat past in het inrichtingsproject landinrichting „Randstedelijk gebied Brugge‟ van het planprogramma „Brugse Veldzone deel Veldgebied Brugge‟”.

X-16.962-1/4

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 februari 2018.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Kortedebattenprocedure

3. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962

„betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte‟ heeft de vrederechter, wanneer de onteigenende overheid de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van die overheid zowel op hun interne als op

X-16.962-2/4

hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen; de bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Ze geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat al bij de Raad van State was ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd.

4. Te dezen is het niet betwist dat de tweede verwerende partij verzoekers, eigenaar van te onteigenen onroerende goederen, hebben gedagvaard om op 8 januari 2018 te verschijnen voor de vrederechter van het vierde kanton Brugge.

5. In de gegeven omstandigheden is er reden het voorliggende beroep te verwerpen bij gebrek aan rechtsmacht en de kosten ten laste te leggen van de verwerende partijen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.

X-16.962-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 februari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust.

X-16.962-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.720