Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.709 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.709 Généré par l'IA

Court suspends tender decision due to serious procedural flaws and lack of substantive motivation in procurement process.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.709
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State granted a suspension of the tender decision awarding a digital speed radar contract to Securoad while rejecting the claim against Polis-Service. The court found the tendering authority failed its duty of care by not thoroughly investigating substantive requirements, resulting in an insufficiently motivated award decision. Consequently, the suspension was ordered to prevent irreparable harm, but the implicit refusal to award the contract to the applicant was not suspended due to insufficient proof of necessity.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 76 and 77 of the Public Procurement Act; The court must suspend execution of a procurement decision if the authority failed its duty of care in investigation, leading to a lack of substantive motivation and a risk of irreparable harm.

Mots-clés

Généré par l'IA
public procurement duty of care substantive motivation suspension of execution tender decision irreparable harm procedural flaws prix de détail

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 76 of the Public Procurement Act
Article 77 of the Public Procurement Act

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
RVS 237.258 of 2 February 2017
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.709 van 13 februari 2018

in de zaak A. 224.223/XII-8495

In zake: de BVBA POLIS-SERVICE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de LOKALE POLITIEZONE KOUTER - Zone 5452

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8210 Zedelgem Spoorwegstraat 11

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij:

de NV SECUROAD

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 12 januari 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van :

“- [d]e gunningsbeslissing van 4 december 2017 uitgaande van de Lokale Politie Kouter, […] waarbij de opdracht „levering (inclusief indienst-

XII-8495-1/16

stelling en opleiding) van een digitale snelheidsradar‟ werd gegund aan de firma Securoad nv;

- [d]e impliciete beslissing van 4 december 2017 uitgaande van de Lokale Politie Kouter, […] waarbij de opdracht „levering (inclusief indienststelling en opleiding) van een digitale snelheidsradar‟ niet werd gegund aan Polis-Service bvba”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Met een verzoekschrift van 23 januari 2018 heeft de nv Securoad gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 februari 2018, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Gitte Laenen, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Jürgen Vanpraet, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op respectievelijk 4 en 13 september 2017 beslissen het politiecollege en de politieraad van de politiezone Kouter tot de aankoop van een digitale snelheidsmeter, indienststelling en opleiding inbegrepen, voor een

XII-8495-2/16

totaalbedrag geraamd op 58.000 euro, btw inbegrepen. Ook wordt beslist dat de opdracht zal worden gegund via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

3.2. Het bestek “Levering digitale snelheidsmeter (inclusief indienstelling en opleiding)” is van toepassing op de opdracht.

3.3. Blijkens de bestreden gunningsbeslissing schrijft de verwerende partij per e-mailbericht van 14 september 2017 drie kandidaten aan met het oog op het indienen van een offerte, waaronder de verzoekende partij en de nv Securoad.

Er wordt gevraagd de prijsofferte te mogen ontvangen tegen maandag 9 oktober 2017.

3.4. Per e-mailbericht van 5 oktober 2017 formuleert de nv Securoad, de uiteindelijk gekozen inschrijver, enkele bedenkingen en vragen bij het bestek, onder meer:

“Het door u opgestelde bestek is na grondige analyse volgens onze mening specifiek opgemaakt (voor/door) één welbepaalde fabrikant en meer in het bijzonder voor de RT4 van Gatso”.

3.5. Nog op 5 oktober 2017 verstuurt de verzoekende partij haar offerte per aangetekend schrijven naar de verwerende partij.

3.6. Per e-mailbericht van 9 oktober 2017 beantwoordt de verwerende partij de vragen van de nv Securoad. Hierbij wordt ook meegedeeld dat de termijn om een offerte in te dienen wordt verlengd tot 18 oktober 2017.

3.7. Per e-mailbericht van dezelfde datum, 9 oktober 2017, deelt de verwerende partij aan de verzoekende partij die antwoorden mee. Tevens wordt meegegeven dat alle mogelijke leveranciers nog de mogelijkheid hebben hun offerte in te dienen of aan te passen tegen uiterlijk 18 oktober 2017.

XII-8495-3/16

3.8. Op 16 oktober 2017 dient de nv Securoad een offerte in.

De verzoekende partij dient geen nieuwe offerte in.

3.9. Een vergelijkingstabel wordt opgesteld waarbij de pro‟s en contra‟s van de beide aangeboden toestellen worden afgewogen.

3.10. Op 4 december 2017 beslist het politiecollege om de opdracht te gunnen aan de nv Securoad.

Dit is de eerste bestreden beslissing, waarin wordt overwogen:

“dat beide voorgestelde digitale snelheidsmeters aan de minimumvereisten van het lastenboek voldeden; dat het door Securoad voorgestelde toestel echter het meest voldeed aan de verwachtingen van de leden van de mobiliteitscel inzake technische bepalingen, kwaliteit en gebruiks-

vriendelijkheid; dat de demonstratie door Securoad perfect verliep en de resultaten direct zichtbaar waren; dat de demonstratie door Polis-service heel stroef verliep en geen echte resultaten zichtbaar waren;

Gelet op de vergelijkingstabel „Digitale snelheidsradar 2017‟ opgesteld door de dienst middelen;

Overwegende dat het toestel zoals voorgesteld door Securoad duurder is dan het toestel voorgesteld door Polis-service; dat conform het lastenboek de prijs als beoordelingscriterium ondergeschikt is aan de technische bepalingen en de kwaliteit”.

3.11. Bij aangetekend schrijven van 6 december 2017 wordt de nv Securoad ervan in kennis gesteld dat de opdracht aan haar is gegund.

Per e-mailbericht van 7 december 2017 en volgens dat bericht blijkbaar ook telefonisch wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat de opdracht niet aan haar is gegund.

Per e-mailberichten van 7 en 21 december 2017 vraagt de verzoekende partij om de gemotiveerde gunningsbeslissing en het gunningsverslag te ontvangen.

XII-8495-4/16

Op 28 december 2017 wordt de gunningsbeslissing, met een uittreksel uit het notulenboek van het politiecollege, met de bijbehorende vergelijkingstabel aan de verzoekende partij gezonden.

IV. Tussenkomst

4. De nv Securoad blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd.

V. Schorsingsvoorwaarden

5.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

5.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing.

Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid.

Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

XII-8495-5/16

Overeenkomstig artikel 31 gelden deze bepalingen ook voor opdrachten die de drempelbedragen voor Europese bekendmaking niet bereiken.

Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden.

VI. Onderzoek van de middelen

A. Eerste middel

Standpunt van de partijen

6. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 76 van het koninklijk besluit „plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren‟ van 18 april 2017 (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), het toepasselijk bestek, de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013

„betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, “inzonderheid het materiële motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel” en van het beginsel „patere legem quam ipse fecisti‟.

Zij acht deze bepalingen en beginselen geschonden:

“Doordat verwerende partij de offerte van Securoad nv ten onrechte niet onregelmatig heeft verklaard, minstens geen enkele motivering heeft opgenomen waarom de offerte van die inschrijver regelmatig kon worden bevonden spijts de vaststelling dat die offerte een snelheidsmeter, i.h.b. een camera, aanbiedt die niet voldoet aan de dwingende technische eisen van het bestek;

XII-8495-6/16

Doordat de bevinding dat beide voorgestelde digitale snelheidsmeters aan de minimumeisen van het bestek [voldoen] niet overeenstemt met de werkelijkheid;

Doordat op basis van deze bevinding de opdracht niet wordt gegund aan de inschrijver met de laagste en tevens de meest kwalitatieve offerte, te weten verzoekster;

Terwijl de aangeboden snelheidsmeter van Securoad nv niet voldoet aan de technische eisen van het bestek en als substantieel onregelmatig moet worden geweerd;

Terwijl verwerende partij volkomen nalaat om te motiveren in de gunningsbeslissing waarom en op basis van welke gronden de offerte, die behept is met een substantieel gebrek, toch wordt aanvaard;

En terwijl verwerende partij minstens onzorgvuldig en onredelijk heeft gehandeld door hierover geen uitsluitsel te geven;

Zodat de opdracht op onwettige wijze werd gegund aan Securoad nv en deze gebaseerd is op een verkeerde feitelijke grondslag en geen juridische grondslag kent;

Dat de bestreden beslissingen de bepalingen en beginselen aangehaald in onderhavig middel schendt”.

De verzoekende partij licht toe dat de verwerende partij de technische conformiteit van de aangeboden producten essentieel heeft geacht in het bestek en de besluitvorming.

De door de nv Securoad voorgestelde digitale snelheidsmeter, de Redflex NK7, is volgens de verzoekende partij niet conform aan de minimale technische eisen volgens het bestek. De aangeboden camera van de nv Securoad beschikt niet over de minimaal vereiste 20 megapixel en resolutie van 5120x3840

pixels. De verzoekende partij brengt een technische fiche bij van de aangeboden digitale snelheidsmeter waaruit blijkt dat deze slechts 11 megapixel bedraagt en derhalve een resolutie heeft van 4000x2670 pixels. Het is dus geenszins het geval zoals in de gunningsbeslissing is vastgesteld, dat het betrokken toestel voldoet aan de minimumvereisten van het bestek.

De offerte van de nv Securoad is volgens de verzoekende partij dan ook behept met een substantiële onregelmatigheid. Bijgevolg diende de verwerende partij krachtens het voormelde artikel 76 op gemotiveerde wijze de

XII-8495-7/16

offerte te weren dan wel deze te “regulariseren”. Zulks heeft de verwerende partij niet gedaan. Door louter en alleen te stellen dat het toestel voldoet, heeft de verwerende partij evenmin verantwoord waarom dit toestel toch mocht worden toegelaten.

7. De verwerende partij antwoordt dat de offerte van de nv Securoad niet is behept met een substantiële onregelmatigheid. In de gegeven omstandigheden heeft zij de offerte van de nv Securoad “terecht in aanmerking genomen en diende –anders dan de verzoekende partij laat uitschijnen– ook de mogelijkheid tot regularisatie geboden te worden”.

De verwerende partij licht toe dat een onderhandelingsprocedure wordt gekenmerkt door een zekere flexibiliteit en vrijheid in het gunningsproces.

De digitale snelheidsmeter die wordt voorgesteld door de nv Securoad, de Redflex NK7, beantwoordt aan de minimale eisen waaraan een snelheidsmeter moet voldoen volgens het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 „betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten‟.

Voorts, zo stelt de verwerende partij, is het voor haar van “essentieel belang” dat de snelheidsmeter op efficiënte wijze registraties van onregelmatige snelheden en voertuigtellingen kan doen zodat de pakkans wordt verhoogd. “Specifiek wat de kleuropnames betreft van de digitale camera bij de snelheidsmeter is het voor verwerende partij van belang dat de nummerplaat van het voertuig in overtreding en de overtredingsgegevens duidelijk zichtbaar zijn zodat de voertuigen identificeerbaar zijn met het oog op de handhaving ervan. De beelden dienen met andere woorden voldoende helder te zijn. De precieze resolutie van de kleuropnames van de digitale camera is voor de verwerende partij van ondergeschikt belang”.

Dat de besteksbepaling die voorziet in minimaal 20 megapixel en een resolutie van 5120x3840 pixels niet is beschouwd als een essentiële besteksbepaling, blijkt volgens de verwerende partij uit het niet voorgeschreven zijn ervan op straffe van nietigheid of als substantieel aangemerkt en het samen

XII-8495-8/16

nemen van de diverse besteksbepalingen. De bewuste bestekseis moet volgens de verwerende partij worden gelezen in het licht van het normdoel dat erin bestaat te beschikken over heldere kleuropnames met het oog op een efficiënte registratie van snelheidsovertredingen, veeleer dan als een minimale eis die als substantieel moet worden aangemerkt. De bestekseis onder Deel 2, punt 2 (Digitale camera) om bij de offerte een foto van een snelheidsovertreding te voegen en het aanmerken door het bestek onder Deel 2, punt 8 (Diversen) van een grootte van 1280x960

pixels als “hoge kwaliteit” bij het opslaan van de registraties zouden zulks bevestigen.

Uit de offerte en de demonstratie van de nv Securoad is volgens de verwerende partij naar voren gekomen dat het beeldmateriaal duidelijk en helder is zodat aldus werd besloten dat de kwaliteitseisen zijn behaald en de offerte conform het bestek en het normdoel ervan is.

De gunning door de Federale Politie eind 2016 van een meerjarige raamovereenkomst voor de aankoop en onderhoud van mobiele digitale snelheidsmeters aan de nv Securoad voor de Redflex NK7, toont aan dat de keuze van de verwerende partij geenszins onredelijk is.

De technische fiche die de verzoekende partij neerlegt van de Redflex NK7 is nieuw voor de verwerende partij “zodat de verzoekende partij haar niet kan verwijten met dit stuk geen rekening te hebben gehouden bij het nemen van de bestreden beslissing”. Uit dit stuk zou de verzoekende partij overigens hoe dan ook niet dienstig kunnen afleiden dat de geleverde camera niet zou voldoen aan de besteksvereisten nu het “de verwerende partij niet bekend [is] of deze technische fiche de fiche betreft van het toestel zoals het door Securoad nv werd voorgesteld”.

Met verwijzing naar rechtspraak waaruit blijkt dat het in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid toekomt om te beoordelen of een offerte beantwoordt aan de besteksbepalingen en naar het arrest nr. 237.258 van 2 februari 2017 dat een vordering van dezelfde verzoekende partij heeft verworpen, besluit de verwerende partij dat “er geen reden bestond om de offerte op gemotiveerde wijze te weren, dan wel de offerte te regulariseren”.

XII-8495-9/16

8. De verzoekende partij tot tussenkomst valt in essentie de argumentatie van de verwerende partij bij.

Zij betoogt, samengevat, dat nergens in het bestek blijkt dat het besteksvereiste in verband met het aantal pixels voor de camera een essentiële bepaling is. De verwerende partij heeft alleszins geen sanctie van nietigheid verbonden aan deze bepaling. Uit de algemene bepalingen van het bestek blijkt dat de kwaliteit van de beelden voldoende moet zijn om een vergelijking te maken tussen het voertuig dat in beeld wordt getoond en de beschrijving van de gespecificeerde voertuigdetails zoals die van het politiegegevensbestand worden verkregen. Omdat het resultaat van de beelden essentieel is, is het aantal megapixel ondergeschikt. “Een camera mag misschien 20 megapixels hebben, maar als de resultaten niet zichtbaar zijn, is het doel van het bestek niet bereikt”.

De nv Securoad besluit dat de “afwijking van het bestek” de objectieve vergelijkbaarheid van de offertes niet in het gedrang brengt, “aangezien de offerte van verzoekster in tussenkomst voldoet aan de algemene bepalingen en doelstellingen van het bestek”.

Beoordeling

9. Artikel 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 bepaalt:

“§ 1. De aanbestedende overheid gaat na of de offertes regelmatig zijn.

De offerte kan substantieel of niet substantieel onregelmatig zijn.

[…]

De volgende onregelmatigheden worden met name als substantieel beschouwd :

[…]

3° de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten.

[...]

§ 5. De onderhavige paragraaf is van toepassing op het regelmatig-

heidsonderzoek van de offertes bij de opdrachten met een geraamde waarde lager dan de drempel voor de Europese bekendmaking waarbij gebruik wordt gemaakt van een procedure waarin onderhandelingen toegelaten zijn en onverminderd paragraaf 2 en artikel 39, § 7, tweede lid, van de wet. De aanbestedende overheid beslist om hetzij de substantieel onregelmatige

XII-8495-10/16

offerte nietig te verklaren, hetzij om deze onregelmatigheid te laten regulariseren.[…].”

10. De ingeroepen materiëlemotiveringsplicht houdt in dat iedere bestuurshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren bewezen is en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. Daarbij dient de Raad van State des-

gevraagd onder meer na te gaan of die feitelijke gegevens correct zijn beoordeeld.

11. Het bestek bepaalt onder een kopje “plaatsing” (bladzijde 3) dat “bij de plaatsing van de opdracht [...] in dalende orde van belangrijkheid [zal]

rekening gehouden worden met volgende beoordelingscriteria:

 de technische bepalingen en de kwaliteit  de prijs”.

De bestreden gunningsbeslissing overweegt dat “conform het lastenboek de prijs als beoordelingscriterium ondergeschikt is aan de technische bepalingen en de kwaliteit”.

Deel II “Technische bepalingen waaraan de digitale snelheidsradar moet voldoen” vermeldt onder “1. Algemene bepalingen digitale snelheidsmeter” onder meer dat “de digitale snelheidsmeter [...] in staat [moet] zijn optische kleuropnames van uitstekende kwaliteit te leveren” en dat “de kwaliteit van de geregistreerde beelden [...] de operator [moet] toelaten om een vergelijking te maken tussen het voertuig hetwelk in beeld wordt getoond en de beschrijving van de gespecificeerde voertuigdetails zoals die van het van het politiegegevensbestand worden verkregen”.

Onder “2. Technische bepalingen digitale camera” bepaalt het bestek dat “de digitale camera moet voldoen aan de volgende specificaties:

- Heldere kleurenopnames maken met een kwaliteit van minimaal 20

megapixel en een resolutie van 5120x3840 pixels - Onder alle weersomstandigheden (hogere temperaturen, lage temperaturen, regen, ...) opnames kunnen maken (tussen -40 en +50°

graden Celsius)

XII-8495-11/16

- Moet mogelijk zijn om van elke opname ook een kleine video te maken

Een voorbeeld van een foto van een snelheidsovertreding dient door de inschrijver bij de offerte gevoegd te worden”.

12. Uit het geheel van de voormelde besteksbepalingen lijkt op het eerste gezicht met de verzoekende partij te moeten worden afgeleid dat de aanbe-

stedende overheid, meer dan de prijs, de technische conformiteit en kwaliteit van het aangeboden toestel doorslaggevend heeft geacht en dat de algemene eis van heldere kleuropnames door de verwerende partij, wat de camera betreft, is vertaald in een geëiste minimale kwaliteit van 20 megapixel en een resolutie van 5120x3840 pixels.

Het gegeven dat de bestekseis onder Deel II.2 “Technische bepalingen digitale camera” niet is voorgeschreven op straffe van nietigheid of als substantieel is aangemerkt, lijkt er geen afbreuk aan te doen dat de verwerende partij bij de opmaak van haar bestek en anders dan zij thans lijkt te betogen, het bereiken van het normdoel om te kunnen beschikken over heldere kleuropnames heeft gekoppeld aan een “kwaliteit van minimaal 20 megapixel en een resolutie van 5120x3840 pixels”. De bestekseis onder hetzelfde punt 2 van deel II van het bestek om een foto van een snelheidsovertreding bij de offerte te voegen noopt op het eerste gezicht niet tot een andere lezing van het bestek, evenmin als het aanmerken onder deel II van het bestek, punt 8 “Diversen”, van het kunnen opslagen van de videoregistraties aan een grootte van 1280x960 pixels als “hoge kwaliteit”. Deze laatste kwalificatie lijkt immers betrekking te hebben op het vereiste dat de radar in staat moet zijn om continue videoregistraties te maken van de plaats waar hij wordt opgesteld. Dat pixelniveau lijkt met de opslag en –

reproductie van de videoregistraties te maken te hebben en niet met het beeldcaptatievermogen van de camera.

Als in een bestek zoals het voorliggende dan toch een welbepaald, hoog pixelniveau bij de camera wordt vereist, op een mathematisch duidelijke wijze, en met de bewoordingen “moet voldoen”, lijkt dit vereiste niet te mogen worden gerelativeerd in de mate zoals de verwerende en de tussenkomende partijen dit doen.

XII-8495-12/16

Aldus lijkt de interpretatie van de verzoekende partij van de bewuste kwaliteitseis van de beeldopnames van de digitale camera van minimaal 20 megapixel en een resolutie van 5120x3840 pixels als “minimale eis” in de zin van artikel 76 van het koninklijk besluit plaatsing 2017, bevestiging te kunnen vinden in de libellering van het bestek, veeleer dan dat het verweer zou moeten worden bijgevallen. De opmerking van de uiteindelijk gekozen inschrijver in zijn e-mailbericht van 5 oktober 2017 dat het bestek is geschreven op maat van de RT4

van Gatso, aangeboden door de verzoekende partij, lijkt overigens te bevestigen dat ook deze gekozen inschrijver op dat ogenblik de bewuste eis als dwingend heeft ervaren.

13. Gelet op hetgeen voorafgaat, zo lijkt, mocht het in de gegeven omstandigheden van de aanbestedende overheid worden verwacht dat zij de resultaten van haar regelmatigheidsonderzoek wat de betrokken camera betreft, veruitwendigde in haar besluitvorming en dat zij verklaarde waarom het erg concrete technische besteksvereiste zich niet verzette tegen het in aanmerking nemen van de gekozen offerte of nopen tot regularisatie. Het lijkt niet dat de enkele overweging van de bestreden gunningsbeslissing, dat “beide voorgestelde digitale snelheidsmeters aan de minimumvereisten van het lastenboek voldeden”, aan deze verwachting beantwoordt. Blijkens haar verweer lijkt de verwerende partij overigens niet het betrokken besteksvereiste maar de minimale eisen waaraan een snelheidsmeter moet voldoen volgens het koninklijk besluit van 12 oktober 2010

„betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten‟, voor ogen te hebben gehad.

Nochtans maakt de gunningsbeslissing in haar bewoordingen gewag van voldoen aan de vereisten van “het lastenboek, lees: bestek”. Uit haar verweer lijkt voorts te kunnen worden afgeleid dat zij zelfs geen kennis had van enige technische fiche van het gekozen toestel hetgeen haar zou hebben toegelaten de conformiteit aan de technische bepalingen te toetsen. Wat dit laatste betreft, kan overigens worden opgemerkt dat de verzoekende partij tot tussenkomst in haar verzoekschrift uitdrukkelijk spreekt over een “afwijking van het bestek” en dat zij nergens in haar offerte de conformiteit van haar toestel met de bewuste bestekseis bevestigt.

Overigens lijkt ook de verwerende partij nergens te betwisten dat het gekozen toestel niet aan het kwestieuze besteksvereiste voldeed. Voorts lijkt de

XII-8495-13/16

argumentatie in de nota gegevens aan het dossier toe te voegen waarvan niet blijkt dat ze werkelijk in de besluitvorming zijn betrokken.

14. De omstandigheid dat de Federale Politie eind 2016 een meerjarige raamovereenkomst voor de aankoop en onderhoud van mobiele digitale snelheidsmeters zou hebben gegund aan de nv Securoad voor de Redflex NK7, kan uiteraard het tekortschieten van de verwerende partij in haar onderzoeks- en motiveringsverplichtingen betreffende de in het geding zijnde opdracht niet verhelpen. Mochten sommige gegevens van die opdracht van de Federale Politie en het aldaar toepasselijke bestek al relevant kunnen zijn bij de beoordeling van de voorliggende zaak, dan wordt het bestek van die in vergelijking gestelde opdracht niet voorgelegd, zodat vergelijken in elk geval niet mogelijk is. Nochtans vertonen alle opdrachten hun eigen kenmerken die niet noodzakelijk volledig overeenkomen.

15. Anders dan het geval was in de zaak die leidde tot het arrest van de Raad van State nr. 237.258 van 2 februari 2017, alwaar de discussie een zeer technische inhoud had, leent het middel zich te dezen wel tot een onderzoek in uiterst dringende noodzakelijkheid en kan het aldus leiden tot de conclusie dat het ernstig is.

Zulks is te dezen het geval: het eerste middel verantwoordt in de aangegeven mate de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden gunningsbeslissing. De verwerende partij lijkt immers bij de toepassing van het hiervoor aangehaalde artikel 76 zich niet op zorgvuldige wijze van haar onderzoeksverplichting te hebben gekweten. Onder meer is zij bij dat onderzoek over een al dan niet substantiële vereiste van het bestek heengegaan wat resulteerde in een onvolkomen motivering van de bestreden gunningsbeslissing.

Het bestek, de zorgvuldigheidsverplichting en het materiëlemotiveringsbeginsel lijken aldus geschonden, hetgeen in het middel wordt aangevoerd.

VII. De impliciete weigeringsbeslissing

16. De verzoekende partij toont in de huidige stand van de procedure niet aan dat het in de aangegeven mate hiervoor ernstig bevonden middel ook tot de

XII-8495-14/16

uitzonderlijke vaststelling leidt dat de verwerende partij geen andere keuze meer had dan de opdracht aan haar te gunnen.

Daartoe lijkt de opmerking van de gekozen inschrijver in zijn e-mailbericht van 5 oktober 2017 een argument, namelijk dat “(h)et […]

opgestelde bestek [...] volgens onze mening specifiek [is] opgemaakt (voor/door)

één welbepaalde fabrikant en meer in het bijzonder voor de RT4 van Gatso (en dat)

er slechts één model aan de door u vooropgestelde eisen kan voldoen”.

Er lijkt dus twijfel te kunnen rijzen aan de regelmatigheid van het bestek als dusdanig, hetgeen niet aan de orde was bij de beoordeling van het betrokken middel. Aldus lijkt dat middel niet eenduidig tot nietigverklaring, en dus evenmin tot de gevraagde schorsing te kunnen leiden van de impliciete weigering om de opdracht aan de verzoekende partij te gunnen.

VIII. Besluit en kosten

17. Het eerste middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd, wat de bestreden gunningsbeslissing betreft.

Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden.

XII-8495-15/16

BESLISSING

1. Het verzoek van de nv Securoad tot tussenkomst wordt ingewilligd.

2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunningsbeslissing van 4 december 2017

uitgaande van de Lokale Politiezone Kouter, waarbij de opdracht “levering (inclusief indienststelling en opleiding) van een digitale snelheidsradar” werd gegund aan de nv Securoad.

3. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 februari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8495-16/16

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.709