Court dismisses appeal against zoning plan due to failure to file within 60-day statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicants' challenge to the final zoning plan and its approval resolution. Although the applicants argued the plan had serious legal consequences for their property rights, the court found that the statutory 60-day appeal period had expired because the relevant documents were properly published in the official gazette and made available on the municipal website. Consequently, the exception of late timeliness was upheld, and the appeal was dismissed as untimely.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 4, § 1, third paragraph, first sentence of the Rules of Procedure; Article 2.2.18 of the Flemish Spatial Planning Code: Appeals against spatial planning acts expire sixty days after publication or service, and serious legal consequences do not extend this period if proper public notification occurred.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 240.697 van 9 februari 2018
in de zaak A. 218.336/X-16.516.
In zake : 1. Wim KOOPMANS
2. Regina CORSWAREM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat John Toury kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Jean Baptiste Nowélei 13
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. de GEMEENTE ALKEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de PROVINCIE LIMBURG
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 9 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van :
a. het besluit van 25 september 2014 van de gemeenteraad van Alken houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kouterman” en b. het besluit van 11 december 2014 van de deputatie van de provincieraad van Limburg houdende goedkeuring van dit gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
X-16.516-1/8
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
Verzoekers en de verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2017.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat John Toury, die verschijnt voor verzoekers, en advocaat Wim Mertens, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verzoekers zijn eigenaar van een onbebouwd terrein gelegen aan de Rijdreef te Alken, kadastraal gekend onder Afdeling 2, Sectie E, nr. 1070/x2 (hierna: verzoekers’ perceel).
X-16.516-2/8
Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 3 april 1979
vastgesteld gewestplan Hasselt-Genk is het linkerdeel van verzoekers’ perceel gelegen in gebied voor dagrecreatie en het rechterdeel in woonuitbreidingsgebied.
Dit woonuitbreidingsgebied werd grotendeels geordend door middel van het bijzonder plan van aanleg ‘Centrum 2’ van de gemeente Alken van 29 april 1991.
Verzoekers’ perceel is lot 15 van de op 3 september 1997 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken vergunde verkaveling.
4. Op 22 april 2014 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent een voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kouterman”, dat onder meer betrekking heeft op het voornoemde woonuitbreidingsgebied.
5.1. Op 22 mei 2014 stelt de gemeenteraad van de gemeente Alken het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kouterman” voorlopig vast.
5.2. Dit ontwerp herbestemt het rechterdeel van verzoekers’ perceel tot zone voor wonen. Het linkerdeel van verzoekers’ perceel wordt herbestemd tot zone voor park met in overdruk een zone non aedificandi en een verbinding voor langzaam verkeer. Een deel van het perceel van verzoekers wordt opgenomen in het onteigeningsplan.
6. Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 11 juni 2014 tot 18 augustus 2014, worden zeven bezwaarschriften ingediend, waaronder één door verzoekers.
7. In zitting van 8 september 2014 bespreekt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening de bezwaren en adviseert zij gunstig.
X-16.516-3/8
8.1. Met een besluit van 25 september 2014 stelt de gemeenteraad van Alken het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kouterman” definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit. Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van wat in randnummer 5.2 is vermeld.
8.2. Op het definitief vastgestelde grafisch plan “Deelgebied 1” is verzoekers’ perceel in het blauw gearceerd, wat volgens de legende staat voor “Op te heffen verkavelingen”, en is op dit perceel het verkavelingsnummer “7003V94-0004” aangebracht.
8.3. Artikel 2 van het eerste bestreden besluit stelt:
“Volgende verkavelingen gelegen binnen de afbakening van het RUP en aangeduid op het grafisch plan worden opgeheven:
• Verkaveling D7003/9: loten 3 en 4 van deze verkaveling worden opgeheven.
• Verkaveling 7003B94-0004V06 en V07: loten 15, 19, 20 en 30 van deze verkaveling worden opgeheven.
• Verkaveling 7003V94/3-V1: loten 15 en 16 van deze verkaveling worden opgeheven.”
9. Bij besluit van 11 december 2014 keurt de deputatie van de provincieraad van Limburg het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Kouterman” gedeeltelijk goed. Dit is het tweede bestreden besluit.
Het tweede bestreden besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 januari 2015.
10. Met een besluit van 11 december 2015 weigert de deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg de door verzoekers gevraagde stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een eengezinswoning op verzoekers’ perceel.
Verzoekers stellen tegen het laatstgenoemde besluit beroep in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (zaak 1516/RvVb/0339/A).
X-16.516-4/8
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
Standpunt van de partijen
11. In hun verzoekschrift stellen verzoekers dat zij pas door de hen op 14 december 2015 betekende beslissing van 11 december 2015, waarbij hun stedenbouwkundige aanvraag in beroep werd verworpen, ervan in kennis werden gesteld dat het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan de op hun perceel geldende verkavelingsvergunning had opgeheven. Aangezien het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ernstige rechtsgevolgen heeft voor hun rechtstoestand, dienden verzoekers hiervan individueel in kennis te worden gesteld. De beroepstermijn tegen het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan heeft ten aanzien van hen dan ook slechts een aanvang genomen op 14 december 2015.
12. In hun memories van antwoord voeren de verwerende partijen een exceptie van laattijdigheid aan. Zij stellen dat de termijn van zestig dagen om beroep in te stellen bij de Raad van State een aanvang heeft genomen op 21 januari 2015, dit is daags na de bekendmaking bij uittreksel van het tweede bestreden besluit.
13. In hun memorie van wederantwoord erkennen verzoekers dat op het grafisch plan “Deelgebied 1” de opheffing van de verkaveling met nummer “7003V94-0004” aangeduid is en dat zij van die opheffing melding hebben gemaakt in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift.
Zij benadrukken evenwel dat artikel 2 van het eerste bestreden besluit de opheffing van de verkaveling met nummer “7003V94-0004” niet vermeldt. De op hun perceel toepasselijke verkaveling is bij hen slechts gekend onder het identificatienummer “464” zoals aangegeven op de verkavelingsvergunning zelf en enige andere identificatie is hen niet tegenstelbaar.
14. In hun laatste memorie benadrukken verzoekers dat zij er bij de lezing van de bestreden besluiten – naar aanleiding van de bekendmaking in het
X-16.516-5/8
Belgisch Staatsblad – terecht van uit zijn gegaan dat hun verkavelingsvergunning uiteindelijk toch niet werd opgeheven, aangezien daarin noch van de verkavelingsvergunning van 3 september 1997 zoals gekend onder het nummer “464”, noch van het nummer “7003V94-0004” melding wordt gemaakt.
Beoordeling
15. Artikel 4, § 1, derde lid, eerste zin, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het procedurereglement)
luidt:
“De beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3 van de gecoördineerde wetten verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend.”
16. Artikel 2.2.18, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening luidde toentertijd:
“Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit van de deputatie bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad.
[...]
Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening, het vaststellingsbesluit en het goedkeuringsbesluit kunnen worden ingezien in de gemeente.”
17.1. Het tweede bestreden besluit is bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 januari 2015.
17.2. Uit het onderzoek van het auditoraat blijkt dat reeds vóór de laatstgenoemde datum het door het eerste bestreden besluit vastgestelde gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en de bijhorende stukken ter inzage lagen in het gemeentehuis en het eerste bestreden besluit bekendgemaakt was op de gemeentelijke website.
X-16.516-6/8
17.3. De in het vorige randnummer bedoelde bekendmaking had óók betrekking op grafisch plan “Deelgebied 1”, waaruit ondubbelzinnig blijkt dat de voor verzoekers’ perceel geldende verkaveling wordt opgeheven.
18. Dat het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, dat reglementair van aard is, “ernstige rechtsgevolgen blijkt te hebben voor hun rechtstoestand” – zoals verzoekers in hun verzoekschrift schrijven – impliceert niet dat het individueel aan hen had moeten worden betekend.
19. Voor het bestreden gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan was aan alle bekendmakingsvereisten voldaan op 20 januari 2015. De verwerende partijen merken terecht op dat daags nadien de in artikel 4, § 1, derde lid, eerste zin, van het procedurereglement bedoelde beroepstermijn van zestig dagen (randnr. 15) is beginnen lopen.
Het onderhavige beroep is pas ingesteld op 9 februari 2016, dit is ruimschoots buiten de laatstgenoemde beroepstermijn.
20. De door de verwerende partijen opgeworpen exceptie van laattijdigheid is gegrond.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoekers worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de eerste verwerende partij.
X-16.516-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen februari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.516-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.697