Court dismisses urgent suspension request for zoning plan enforcement due to lack of proven urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicants' request to suspend the enforcement of municipal and provincial zoning decisions regarding land in Oedelem. Applicants argued that their subdivision and construction plans were jeopardized and that immediate sale pressure created an urgent need for relief. The court found that the applicants failed to provide concrete evidence proving the personal urgency required to bypass standard procedural timelines.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 of the Rules of Procedure of the Council of State; Urgency in administrative litigation requires specific, concrete proof of imminent personal harm, not merely financial loss or unproven threats of development.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 240.686 van 8 februari 2018
in de zaak A. 223.779/X-17.067.
In zake : 1. Lea CARETTE
2. Sonja VAN DE WALLE
3. Tom VAN DAMME
4. Annelies VAN DAMME
5. An-Sofie VAN DAMME
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Donatienne Ryckbost en Emmanuel Ryckbost kantoor houdend te 8400 Oostende E. Beernaertstraat 80
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1 de GEMEENTE BEERNEM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9300 Aalst Désiré De Wolfstraat 18
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 14 november 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 6 juli 2017 van de gemeenteraad van de gemeente Beernem houdende de definitieve vaststelling van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Planologische ruil Oedelem” en van een besluit van 18 mei 2017 van de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen “houdende schorsing van de definitieve vaststelling van het GRUP Planologische ruil Oedelem”.
X-17.067-1/8
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een nota ingediend.
Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 januari 2018.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Fitzgerald Temmerman, die loco advocaten Emmanuel Ryckbost en Donatienne Ryckbost verschijnt voor verzoekers, en advocaat Dirk Abbeloos, die loco Mr. Wim Rasschaert verschijnt voor de eerste verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Eerste verzoekster (vruchtgebruikster) en tweede tot en met vijfde verzoeker (naakte eigenaars) bezitten zakelijke rechten op drie percelen grond, gelegen aan de Kerselaerstraat te Oedelem, een deelgemeente van Beernem, die aldaar kadastraal gekend zijn als gemeente Beernem, tweede Afdeling, Oedelem, sectie E, nrs. 748/a, 750/a en 753.
X-17.067-2/8
De percelen zijn volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust deels in woongebied, deels in agrarisch gebied gelegen.
Tevens is het noordelijke gedeelte van voormelde eigendom gesitueerd binnen het beheersingsgebied van een bij koninklijk besluit van 5 maart 1973 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg “Haverbilken” van de gemeente Beernem (hierna: het BPA), dat bestemmingen voorziet als zone voor open bebouwing, groenzone en zone voor wegenis.
3.2. Verzoekers stellen met betrekking tot de voormelde percelen een verkavelingsaanvraag te hebben ingediend, waarbij voor elk van de kleinkinderen (derde, vierde en vijfde verzoeker) binnen de omtrek van het BPA
een woonkavel wordt voorzien, middels een ontsluiting via de Kerselaerstraat.
3.3. De gemeente Beernem wenst een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Planologische ruil Oedelem” (hierna: het GRUP) op te maken.
Met dit GRUP wil de gemeente twee bij de kern van Oedelem aansluitende woonuitbreidingsgebieden voor een deel omzetten naar woongebied, en in “ruil”
het woongebied ter hoogte van verzoekers’ percelen deels omzetten naar woonreservegebied. De gemeente kadert deze aanpak binnen de richtinggevende principes van haar gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
3.4. Met een besluit van 4 november 2014 beslist de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid dat voor de opmaak van het GRUP geen planmilieueffectrapport nodig is.
3.5. Er wordt een voorontwerp van GRUP opgemaakt, waaromtrent op 1 februari 2016 een plenaire vergadering wordt georganiseerd.
3.6. Op 15 april 2016 organiseert de gemeente Beernem een informatievergadering over het plan.
X-17.067-3/8
3.7. Met een besluit van 7 juli 2016 stelt de gemeenteraad van Beernem het ontwerp-GRUP voorlopig vast.
De twee onder randnummer 3.3 vermelde woonuitbreidingsgebieden worden omgezet naar diverse bestemmingen (projectzones voor wonen, zones voor gemeenschapsvoorzieningen in functie van zorg en een school, zone voor wonen met private tuinen, parkprojectzone, zone voor gemeenschapsvoorzieningen met nabestemming wonen). Het gebied ter hoogte van verzoekers’ percelen wordt wat het zuidelijke deel betreft bestemd tot woonreservegebied, met een smalle reep zone voor openruimtegebied, en wat het noordelijke deel betreft tot zone voor wonen en projectzone voor wonen.
Wat specifiek verzoekers’ percelen betreft, voorziet het ontwerp-plan in een ombestemming naar zone voor wonen, zone voor openruimtegebied, en woonreservegebied. Het stuk zone voor wonen wordt in noordelijke richting begrensd door een zone voor openbaar groenpark, wandel-
en fietspad, en moet luidens de toelichtende nota bij het plan worden beschouwd als een “voorafname” op de invulling van het nieuwe woonreservegebied.
Blijkens een in dezelfde toelichtende nota opgenomen visieschets, biedt het betreffende woongebied ruimte voor drie woningen, met een rechtstreekse uitweg naar de Kerselaerstraat.
3.8. Tijdens het openbaar onderzoek dat over het ontwerp-GRUP
wordt gehouden, worden acht bezwaarschriften ingediend, waaronder ook door verzoekers.
3.9. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van Beernem (de Gecoro) verleent op 17 januari 2017 een voorwaardelijk gunstig advies over het ontwerp-GRUP. Wat verzoekers’ bezwaren betreft, adviseert zij om deze te verwerpen.
3.10. Met een besluit van 23 maart 2017 stelt de gemeenteraad van Beernem het GRUP definitief vast.
X-17.067-4/8
3.11. Met het eerste bestreden besluit van 18 mei 2017 schorst de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen het GRUP, om reden dat het GRUP ter hoogte van verzoekers’ percelen zorgt voor “een verlinting van de Kerselaerstraat, die met het geldende BPA niet mogelijk was, waardoor dit strijdig is met de hogere structuurplannen”.
3.12. Met het tweede bestreden besluit van 6 juli 2017 stelt de gemeenteraad van Beernem het GRUP een tweede maal vast.
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
V. Spoedeisendheid
Standpunt van de verzoekers
5. Verzoekers stellen in hun verzoekschrift, wat de spoedeisendheid van hun vordering betreft, dat zij ingevolge het bestreden GRUP
“geconfronteerd [worden] met een aanzienlijke waardevermindering” van hun percelen en dat tevens de verkavelings- en bouwplannen van derde, vierde en vijfde verzoeker in het gedrang komen. “via gemeenteraadslieden van de oppositie” stellen zij te hebben vernomen “dat de gemeente Beernem op zeer korte termijn samen met de projectontwikkelaars de realisatie van de op de projectsite voorziene projecten zal initiëren op grond van het bestreden besluit”.
Tevens zouden zij door één van die projectontwikkelaars zijn “aangeschreven en onder druk gezet” om “de percelen in kwestie te verkopen”. Dienaangaande zouden “[Z]owel de onderzoeksrechter te Brugge als de cel corruptie te Brussel”
X-17.067-5/8
op de hoogte zijn gesteld. Deze “bijkomende gebeurtenissen” maken volgens verzoekers “dat de zaak inmiddels te dringend is geworden om de eventuele nietigverklaring van het bestreden besluit te kunnen afwachten”.
Beoordeling
6.1. Het komt er voor een verzoeker die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die hij in zijn verzoekschrift aanvoert. Dit houdt in dat het aan verzoeker toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor hem persoonlijk veroorzaken.
In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken werd uiteengezet en gestaafd.
6.2. Verzoekers betogen dat de verkavelings- en bouwplannen van derde, vierde en vijfde verzoeker door het GRUP in het gedrang komen, maar lichten in hun uiteenzetting nergens op concrete wijze toe wat de stand van deze plannen is en waarom de realisatie ervan voor hen persoonlijk dermate dringend is dat zij geen uitspraak over het annulatieberoep kunnen afwachten. Een en ander klemt te dezen nog meer, nu het bestreden GRUP voor verzoekers’ perceel aan de Kerselaerstraat (perceel nr. 748/a) wel nog in een bouwzone met de mogelijkheid tot realisatie van drie bouwkavels blijkt te voorzien.
6.3. Het betoog van verzoekers dat zij “geconfronteerd [worden]
met een aanzienlijke waardevermindering van hun percelen”, zonder nadere toelichting, vermag de spoedeisendheid van hun verordening niet aan te tonen.
Het volstaat op zich immers niet een financieel nadeel in te roepen, om de behandeling bij spoedeisendheid te verantwoorden.
X-17.067-6/8
6.4. Verzoekers’ betoog dat zij “via gemeenteraadslieden van de oppositie” hebben vernomen “dat de gemeente Beernem op zeer korte termijn samen met de projectontwikkelaars de realisatie van de op de projectsite voorziene projecten zal initiëren op grond van het bestreden besluit”, wordt niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. Het blijkt niet dat ter realisatie van die projecten al een verkavelings- of stedenbouwkundige vergunning zou zijn afgeleverd. Het staat verzoekers steeds vrij om een nieuwe schorsingsvordering in te stellen wanneer een en ander zich daadwerkelijk dreigt te realiseren.
6.5. Ten slotte wordt niet aannemelijk gemaakt dat de omstandigheid dat één van de projectontwikkelaars verzoekers heeft “aangeschreven en onder druk gezet” om “de percelen in kwestie te verkopen”, waarvan “[z]owel de onderzoeksrechter te Brugge als de cel corruptie te Brussel”
op de hoogte zijn gesteld, de onmiddellijke schorsing van de bestreden besluiten kan verantwoorden.
6.6. Gelet op wat voorafgaat, tonen verzoekers de spoedeisendheid van hun vordering niet aan.
VI. Besluit
7. Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen.
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
X-17.067-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht februari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Stephan De Taeye
X-17.067-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.686