Belgian Court dismisses name change appeal as it exceeds administrative court jurisdiction over name change decisions.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian Council of State dismissed Assane Diouf's appeal against the Minister of Justice's refusal to change his name to 'Diop'. The applicant argued that the existing name caused him and his children to be mocked in Senegal and Belgium, but the court ruled that the administrative court lacks the authority to review the substantive merits of a name change request. Consequently, the appeal was declared inadmissible for exceeding the court's jurisdiction, and the applicant was ordered to pay the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 14 and 15 of the Law of 15 May 1987 on names and surnames; The administrative court lacks jurisdiction to review the substantive merits of a name change request and can only annul decisions based on procedural defects.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 240.668 van 6 februari 2018
in de zaak A. 220.263/IX-8922
In zake : Assane DIOUF
woonplaats kiezend te 3120 Tremelo Van Espenstraat 50
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Astrid Gelijkens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64 bus 201
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Met een op 12 september 2016 ter post aangetekend verzonden verzoekschrift vordert Assane Diouf om de beslissing van de minister van Justitie van 5 juli 2016 waarbij zijn verzoek tot naamsverandering naar ‘Diop’ wordt geweigerd, “te herzien en […] alsnog [zijn] verzoek tot naamswijziging naar Diop te aanvaarden”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
IX-8922-1/6
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari 2018.
Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker dient op 18 oktober 2014 een verzoek in om zijn naam te wijzigen naar ‘Diop’.
3.2. Op 5 juli 2016 weigert de minister dit verzoek tot naamsverandering. Dit is de bestreden beslissing. Ze berust op de volgende motieven:
“Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer u mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voor-
waarden.
Overeenkomstig de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen is de naamsverandering een uitzonderlijke maatregel (artikel 3, derde lid). De Raad van State stelt dat, wat dan ook de maatschappelijke evolutie mag zijn aangaande de keuze van de naam die wordt gegeven bij de geboorte van een kind, ingeval van erkenning of adoptie, de vastheid van naam
IX-8922-2/6
blijft de regel en de wijziging is de uitzondering (R.v.St., 15 december 2015, nr. é.249, xxx).
Het komt aan de overheid toe om dit uitzonderlijk karakter te bewaren (R.v.St., 15 december 2015, nr. é.250, Sinanovski; R.v.St., 23 juni 2015, nr. 231.723, Jacquinet; R.v.St., 31 mei 2012, nr. 219.577 en nr. 219.578, Vandereycken). De naamsverandering is een gunst en geen recht (Brussel, 22 april 2004, N.J.W., 2004, p. 769) die op ‘ernstige’ en bewezen motieven moet steunen, omschreven als bijzonder precies en die een imperatief karakter hebben (Verslag namens de Commissie voor de Justitie van de Senaat, Gedr.St.
Senaat, 1986-1987, 401-2, p. 9; R.v.St., 24 oktober 2013, nr. 225.250, Agbessi ;
R.v.St., 17 juni 2011, nr. 213.953, Joseph).
Bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring, en verzoeker en derden niet schaden. De voorbereidende werken verduidelijken nog dat ‘de verzoeken die niet op ernstige of geloofwaardige redenen steunen, worden afgewezen, zelfs indien de gevraagde naam niemand schade berokkent’.
Na een grondig onderzoek van uw dossier heeft de heer Minister geoordeeld dat uw situatie niet echt uitzonderlijk is en dat de door u ingeroepen redenen niet ‘ernstig’ zijn in de zin van voornoemde wet.
De gevraagde naam ‘DIOP’ zou de juiste naam zijn die u diende te verkrijgen op het ogenblik van uw geboorte. Deze naam wordt door geen enkel stuk gestaafd. Er blijkt enkel uit uw geboorteakte dat DIOP de naam is van uw moeder.
Tevens kan er een toestand van verwarring gecreëerd worden aangezien uw meerderjarige kinderen, die nog steeds in Senegal verblijven hun naam behouden.
U bezit nu de Belgische nationaliteit. Dit houdt in dat enkel deze wetgeving op u van toepassing is in België en naar Belgisch recht is het niet mogelijk om de naam vrij te kiezen.
Er is hier geen speciale reden om af te wijken van de wettelijke bepalingen.”
IV. Toepassing kortedebattenprocedure – rechtsmacht van de Raad van State
4. Als wettigheidsrechter is de Raad van State op grond van artikel 14, § 1, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State enkel bevoegd om, binnen de grenzen van het hem ontvankelijk voorgelegde geschil, een onwettig gebleken administratieve handeling te vernietigen. Hij is geen rechter die in hoger beroep kennisneemt van de betwisting die een verzoekende partij heeft met het bestuur en die een eigen beslissing in de plaats kan stellen.
IX-8922-3/6
5. Verzoeker stelt in zijn verzoekschrift tot nietigverklaring:
“In haar weigering van mijn verzoek tot naamsverandering […], haalt de Federale Overheidsdienst Justitie aan dat mijn verzoek niet uitzonderlijke noch ernstig is, en verwarring kan creëren ten aanzien van mijn volwassen kinderen.
Tevens wordt gesteld dat het feit dat DIOP de juiste naam is die ik bij geboorte zou moeten verkregen hebben door geen enkel stuk wordt gestaafd.
Ik wil deze argumenten als volgt weerleggen.
1. Mits de fout die geleid heeft tot de naam DIOUF gemaakt werd door de Franse koloniale autoriteiten tijdens de tweede wereldoorlog, en dit tijdens de allereerste schriftelijke administratieve vastlegging van de familienaam van mijn grootvader, kan er geen geschreven stuk bestaan dat de naam van mijn grootvader als DIOP staaft. Dit zijn de uitzonderlijke omstandigheden in dewelke de Frans koloniale overheden de foute naam DIOUF aan mijn grootvader, de vader van mijn vader, gaven. Daarentegen staat dat ik overal bij iedereen gekend ben als Assane DIOP.
2. Mijn verzoek is ernstig omwille van het feit dat de mensen die weten dat ik administratief de naam DIOUF draag, mij daarmee bespotten. Zoals ik al aanhaalde in mijn verzoek in 2014, de familienaam in Senegal weerspiegelt de etnische affiliatie. De naam DIOP is een LEBOU naam, terwijl de naam DIOUF
een typische SERER naam is. Dezelfde spot die ik in Senegal onderging, is mij tot in België gevolgd, wanneer ik aan iemand uitleg hoe het komt dat er op papier DIOUF staat terwijl ik een DIOP ben. Deze spot geeft mij zeer veel frustratie en dat vind ik een uitzonderlijk ernstige aangelegenheid.
3. Ik vind deze kwestie zo ernstig dat ik bij de registratie van de geboorte van mijn kinderen hen ook de naam DIOP heb gegeven zoals u kan zien in bijlagen 7 en 8. Er zou bij naamsverandering naar DIOP dus helemaal geen verwarring gecreëerd worden ten aanzien van mijn volwassen kinderen omdat deze reeds de naam DIOP bijgekregen hebben.
Omwille van bovenstaande informatie die de argumenten in de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie duidelijk weerlegt, verzoek ik U
vriendelijk […] hun beslissing te herzien en, alstublieft alsnog mijn verzoek tot naamswijziging naar DIOP te aanvaarden.”
6. Verzoeker vraagt aldus aan de Raad van State om de bestreden beslissing te herzien en alsnog zijn verzoek tot naamswijziging te aanvaarden.
Met deze vraag legt verzoeker een vordering voor aan de Raad van State die zijn rechtsmacht als wettigheidsrechter te buiten gaat. Noch voormeld artikel 14, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling, verleent de Raad van State de bevoegdheid om een bestreden beslissing te herzien en een verzoek tot naamsverandering te aanvaarden.
IX-8922-4/6
7. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk.
8. Ten overvloede merkt de Raad van State nog op dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord bovendien ook terecht opwerpt dat het verzoekschrift geen uiteenzetting van een middel bevat, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Verzoekers uiteenzetting is immers beperkt tot een kritiek op de opportuniteit van de bestreden beslissing. Het bevat geen voldoende duidelijke omschrijving van een geschonden geachte rechtsregel en van de wijze waarop de bestreden beslissing naar zijn oordeel die rechtsregel schendt. Gebeurlijke aanvullingen in een na de beroepstermijn ingediend procedurestuk vermogen dit gebrek aan middel niet goed te maken.
9. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de afhandeling van het beroep slechts een kort debat vereist.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
IX-8922-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 februari 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Bruno Seutin
IX-8922-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.668