Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.667 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.667 Généré par l'IA

Court lifts urgent stay of execution because plaintiff failed to file annulment action within required time limits.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.667
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent stay of execution previously granted in a separate proceeding. The plaintiff had not filed a request for annulment of the contested decision within the statutory period following the stay order. Consequently, the court was legally obligated to terminate the suspension and order the plaintiff to bear the associated legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Council of State Rules of Procedure; If a party fails to institute an action for annulment after an urgent stay of execution is granted, the Council of State must lift that stay and the party bears the costs.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent stay of execution failure to annul statutory time limits lifting of suspension legal costs allocation procedural default Council of State Rules droit à l'instruction primaire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Council of State Rules of Procedure
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 240.667 van 6 februari 2018

in de zaak A. 223.434/IX-9150

In zake: Wout VAN DE MIEROOP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Minnen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Ballaarstraat 69-71 bus 5

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VZW KATHOLIEK ONDERWIJS BISDOM ANTWERPEN

VOORKEMPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean Hendrickx kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 28 september 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Katholiek Onderwijs Bisdom Antwerpen Voorkempen van “13 september 2017” (versta: 11 september 2017)

waarbij het oriënteringsattest C dat door de delibererende klassenraad werd toegekend aan Wout Van de Mieroop, wordt gehandhaafd.

IX-9150-1/4

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 239.389 van 12 oktober 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari 2018.

Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.

Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Opheffing van de schorsing

3. Verzoeker heeft na het instellen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

IV. Kosten

4. Aangezien verzoeker na de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, die werd ingewilligd, geen beroep tot nietigverklaring meer heeft ingesteld, moeten de kosten in beginsel te zijnen laste worden gelegd.

IX-9150-2/4

Er is de Raad van State geen enkel gegeven bekend dat zou toelaten in dit geval daarvan af te wijken. Verzoeker was op de terechtzitting niet aanwezig, noch vertegenwoordigd om alsnog daarover overtuigende informatie te verstrekken.

Er blijkt dan ook geen grond om de kosten van de vordering ten laste van de verwerende partij te leggen.

De loutere vermelding in een brief van 10 januari 2018 van de raadsvrouw van verzoeker aan de Raad van State dat “partijen een dading afsloten, waaraan reeds uitvoering werd gegeven”, is daartoe ontoereikend.

BESLISSING

1. De schorsing bevolen bij arrest nr. 239.389 van 12 oktober 2017 wordt opgeheven.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

IX-9150-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 februari 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Bert Thys, staatsraad, wnd.voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Bert Thys

IX-9150-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.667