Flemish Council of State dismisses appeal as subject matter extinguished by prior annulment ruling.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the appeal inadmissible because the specific administrative act challenged had already been annulled in a previous ruling. The applicant sought to invalidate new articles and annexes inserted into the Flemish Personnel Statute by a 2015 government decree. The court ruled that since the annulment took effect retroactively, the challenged provisions no longer existed in legal traffic, rendering the current appeal devoid of any subject matter.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 9 and 15 of the Government Decree of 13 November 2015; Where a challenged administrative act has been annulled in a prior judgment with retroactive effect, a subsequent appeal against the same act is inadmissible due to the extinction of the subject matter.
Mots-clés
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 240.658 van 5 februari 2018
in de zaak A. 218.126/IX-8797
In zake: Geert DERMAUT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291
woonplaats kiezend bij de Algemene Centrale der Openbare Diensten gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 januari 2016, strekt tot de nietig-
verklaring van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 novem-
ber 2015 ‘tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, in het raam van de overheveling vanaf 1 januari 2015 van personeelsleden van de federale overheid naar de Vlaamse overheid naar aanleiding van een staatsher-
vorming’ “in de mate dat daarmee een nieuw artikel VII 190 in het Vlaamse Per-
soneelsstatuut van 13 januari 2006 wordt ingevoegd”, alsook van bijlage 1 bij het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering, “zijnde de bijlage 14 waarnaar wordt verwezen in het via artikel 9 van het [voornoemde besluit] ingevoegde ar-
tikel VII 190 in het Vlaamse personeelsstatuut”.
IX-8797-1/5
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-
diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag op-
gesteld.
De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laat-
ste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2017 en is voortgezet op 13 november 2017.
Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Guillaume Vyncke, die loco advocaten Steve Ronse en Meindert Gees verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi-
neerd op 12 januari 1973.
III. Teloorgaan van het voorwerp van het beroep
3. Bij arrest nr. 240.654 van heden heeft de Raad van State onder meer de nietigverklaring uitgesproken van artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015 ‘tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut
IX-8797-2/5
van 13 januari 2006, in het raam van de overheveling vanaf 1 januari 2015 van personeelsleden van de federale overheid naar de Vlaamse overheid naar aanlei-
ding van een staatshervorming’ voor zover het artikel VII 190 invoegt in het Vlaams personeelsstatuut, evenals van artikel 15 van ditzelfde besluit voor zover het bijlage 14 invoegt in het Vlaams personeelsstatuut.
4. De door het voorliggende beroep bestreden bepaling en bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015 zijn ten gevolge van deze nietigverklaring met terugwerkende kracht uit het rechtsverkeer ver-
dwenen. Het voorliggende beroep heeft dan ook geen voorwerp meer.
Om die reden is het beroep onontvankelijk en dient het te wor-
den verworpen.
IV. Kosten
5. Met een 27 januari 2017 gedateerde “nota tot vereffening van de kosten” vraagt de raadsvrouw van verzoeker om de verwerende partij te veroor-
delen tot de kosten van het geding met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro.
6. Gelet op de reden van het teloorgaan van het voorwerp van het beroep is er aanleiding om de kosten ervan ten laste te leggen van de verwerende partij.
7. De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Het verzoekschrift, de memorie van wederantwoord en de laatste memorie van ver-
zoeker werden in deze zaak niet ingediend door een advocaat. Verzoeker – die woonplaatskeuze heeft gedaan bij zijn vakorganisatie – heeft deze stukken zelf ondertekend. Zijn raadsvrouw heeft zich slechts gemeld na het indienen van de laatste memorie en haar optreden is beperkt gebleven tot het neerleggen van de
IX-8797-3/5
voornoemde nota om de rechtsplegingsvergoeding te vragen en van een nota ‘be-
treffende de impact van een vernietiging’, alsook tot tussenkomsten op de open-
bare terechtzitting.
Gelet op het gebrek aan complexiteit van de zaak, althans voor de advocaat, oordeelt de Raad van State dat geen gunstig gevolg kan worden ge-
geven aan verzoekers vraag om de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te bepalen op het basisbedrag van 700 euro. De voormelde reden verantwoordt daarentegen dat het bedrag van de gevorderde rechtsplegingsvergoeding wordt teruggebracht tot 350 euro.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie-
tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-
vergoeding van 350 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
IX-8797-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 5 februari 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8797-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.658