Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.648 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.648 Généré par l'IA

Filing dismissed because the contested decision was withdrawn, leaving the claim without subject matter.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.648
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the urgent suspension request filed against an OVAM award decision. The underlying administrative decision had been withdrawn by OVAM on January 15, 2018, before the hearing. Consequently, the court found the claim lacked a subject matter and the applicant lost their interest in the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice; A claim for suspension of execution is dismissed if the contested administrative decision is withdrawn prior to the hearing, rendering the claim without subject matter.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension withdrawal of decision lack of subject matter administrative justice loss of interest procédure antisubvention soumissionnaire évincé exclusion de la procédure d'adjudication

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of Administrative Justice
Article 30/1 of the coordinated laws on the Council of State
Article 67 of the decree of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.648 van 2 februari 2018

in de zaak A. 224.151/XII-8488

In zake: de NV BILFINGER INDUSTRIAL SERVICES BELGIE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Maïté Bultheel kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de OPENBARE VLAAMSE

AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (OVAM)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 3 januari 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “- de beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM)

van 13 december 2017 tot gunning van de overheidsopdracht ‟S-G –erkend asbestverwijderaar– midden‟ aan Aannemingsbedrijf Aertssen nv en de impliciete beslissing om de opdracht niet te gunnen aan verzoekende partij - de onderliggende beslissing van de Openbare Vlaamse Afvalstoffen-

maatschappij (OVAM) tot niet-selectie van offerte van Bilfinger Industrial Services nv”.

XII-8488-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 januari 2018, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Lisa Van Besouw, die loco advocaat Joris Wouters verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

Met een beslissing van 15 januari 2018 van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

4.2. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij

XII-8488-2/3

door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 2 februari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8488-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.648