Court dismisses appeal due to withdrawal after auditor's report recommended rejection of the planning permit. The court finds the applicant waived the right to continue proceedings. The decision establishes that silence after an auditor's report constitutes withdrawal. The case involves a planning permit dispute in Brussels. The court orders the applicant to pay legal costs. The ruling clarifies procedural withdrawal rules in administrative law.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State declared the applicant's appeal for annulment of the planning permit decision withdrawn. The applicant failed to request continuation of proceedings after the auditor-general's report recommended rejection, confirming a waiver of the right to litigate. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the applicant to bear the legal costs and fees.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 21, paragraph 7, and 14quater of the Rules of Procedure of the Council of State; Withdrawal of proceedings is deemed to have occurred when the applicant fails to request continuation of the procedure within thirty days following notification of the auditor's report recommending rejection.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 240.577 van 26 januari 2018
in de zaak A. 217.262/X-16.637.
In zake: 1. Claude VERBEECK
2. Cengiz AVCI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joël Van Ypersele en Lia Champoeva kantoor houdend te 1000 Brussel Koloniënstraat 56
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Paul Lagasse kantoor houdend te 1030 Brussel de Jamblinne de Meuxplein 41
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen :
1. het VLAAMS GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Vermer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
2. de REGIE DER GEBOUWEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Jan Bouckaert kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
X- 16.637-1/5
3. -MACQUAIRE CORPORATE HOLDINGS PTY LIMITED
-de BV PPP INFRASTRUCTURE INVESTMENT
-de NV DENYS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christel Van Den Eynden, François Tulkens en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 9 oktober 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 29 juni 2015, waarbij aan het agentschap Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor de herinrichting van de Woluwelaan (R22) te Machelen, tussen de Kerklaan en de Haachtsesteenweg, inclusief het complex RO/E19/R22.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 237.375 van 14 februari 2017 worden de in het Frans gestelde procedurestukken van de verwerende partij en van de tweede tussenkomende partij nietig verklaard, wordt het debat heropend en het door de auditeur-generaal aangeduide lid van het auditoraat belast met het verdere onderzoek van de zaak.
De verwerende partij heeft een Nederlandstalige memorie van antwoord ingediend en de tweede tussenkomende partij heeft een Nederlandstalig verzoekschrift tot tussenkomst en een Nederlandstalige memorie ingediend.
De Macqaire Corporate Holdings PTY Limited, de bv PPP
Infrastructure Investment en de nv Denys hebben een verzoekschrift tot
X- 16.637-2/5
tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 12 mei 2017. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.
Auditeur An Van den broeck heeft een aanvullend verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan verzoekers ter kennis gebracht op 29 augustus 2017.
Op 22 september 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekers de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Verzoekers hebben niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
X- 16.637-3/5
Verzoekers hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. De brief van verzoekers van 12 september 2017 bevestigt dat alleen maar.
5. De eerste en de tweede tussenkomende partij vragen, gelet op het gestelde in artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, tevergeefs om de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.
2. Verzoekers worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 750 euro, elk voor een vijfde.
X- 16.637-4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig januari 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X- 16.637-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.577