Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.571 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.571 Généré par l'IA

Court dismisses urgent injunction request against waste company's contract award decision after administrative withdrawal.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.571
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's urgent request to suspend the execution of a contract award decision. The underlying decision was subsequently withdrawn by the administrator-general on January 15, 2018, rendering the injunction request without subject matter. Consequently, the court deemed the applicant's interest in the injunction lost and dismissed the action while awarding costs to the applicant.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 of the coordinated Council of State laws and Article 67 of the 1948 Regent's Decree; An urgent injunction request is dismissed when the contested administrative decision is withdrawn before the court's ruling, depriving the applicant of the necessary interest to maintain the action.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent injunction request administrative withdrawal loss of interest contract award decision Council of State procedural dismissal costs allocation offre de travail

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1 of the coordinated Council of State laws
Article 67 of the Regent's Decree of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.571 van 25 januari 2018

in de zaak A. 224.158/XII-8490

In zake: de BVBA ASBEST PARTNERS BELGIE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bruno Vantomme en Greg Jacobs kantoor houdend te 1210 Brussel Kunstlaan 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de OPENBARE VLAAMSE

AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ (OVAM)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 3 januari 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van 14 december 2017 van de Administrateur-generaal van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij waarbij door deze laatste beslist wordt de offerte ingediend door verzoekende partij niet te selecteren en de opdracht voor het uitvoeren van de werken ‘S-A-eenvoudige handelingen — west’ (BN170722) aan de nv G&A De Meuter te gunnen”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 januari 2018, om 11.00 uur.

XII-8490-1/3

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Greg Jacobs, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Lisa Van Besouw, die loco advocaat Joris Wouters verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. Met een beslissing van de administrateur-generaal van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 15 januari 2018 is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

IV. Kosten

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

5. Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

XII-8490-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 januari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8490-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.571