Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to request annulment of the contested administrative decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent suspension order previously granted against the execution of the municipal decision. The plaintiff had not filed a request for annulment of the contested decision after the suspension was ordered. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension under the relevant procedural rule.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 4, third paragraph of the Laws on the Council of State; If a party seeking urgent suspension fails to request annulment of the contested decision, the Council of State must lift the suspension.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 240.563 van 25 januari 2018
in de zaak A. 222.946/XII-8425
In zake: de BVBA GEO
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Van Cauter Carina kantoor houdend te 9552 Herzele-Borsbeke Pastorijstraat 30
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de STAD NINOVE
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 24 augustus 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van:
“1. van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Ninove dd. 08 augustus 2017, waarbij de offerte van verzoekende partij in het kader van de overheidsopdracht voor diensten, met als voorwerp ‘leerlingenvervoer schooljaar 2017-2018’, betreffende perceel 1 ‘busvervoer school windekind, Edingsesteenweg 344 te 9400 Denderwindeke’ niet werd weerhouden ;
2. alsmede van de beslissing waarbij de verwerende partij de betreffende opdracht aangaande perceel 1, waarvoor verzoekende partij een offerte heeft ingediend, aan een andere inschrijver, de vennootschap Transi Bus Local Services sprl, Frankrijkstraat 161 te 7711 Dottignies, gunt;
3. alsook van daaruit blijkende impliciete beslissing om perceel 1 van de betreffende overheidsopdracht niet aan verzoekende partij te gunnen;”.
XII-8425- 1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 239.123 van 14 september 2017 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Ninove van 8 augustus 2017 waarbij het leerlingenvervoer van de stedelijke scholen, schooljaar 2017 – 2018 voor het perceel 1 (busvervoer school Windekind, Edingsesteenweg 344, 9400 Denderwindeke) wordt gegund aan de sprl Transibus Local Services, en is de vordering voor het overige verworpen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 januari 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissingen te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
XII-8425- 2/3
IV. Kosten
4. Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van 26 september 2017 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandig-
heden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding, ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 239.123 van 14 september 2017
bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 januari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8425- 3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.563