Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.561 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.561 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against administrative fine, upholding signature validity despite official absence due to illness.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.561
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of State rejected the applicant's appeal against a €4,500 administrative fine issued by a substitute road inspector. The applicant argued the fine was invalid because the original inspector, Peter Bulen, was absent due to illness at the time of signing, while the substitute, Hilde Van Nieuwenhuyse, signed instead. The court held that administrative continuity allows a substitute to sign decisions ensuring service continuity, and the applicant failed to prove the substitute exceeded her authority.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17 § 1 of the Special Road Transport Decree; The principle of administrative continuity permits a substitute official to sign decisions necessary for service continuity, validating the act even if the original official was absent due to illness.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative continuity substitute official authority administrative fine validity official absence due to illness road transport infrastructure signature validity administrative service continuity responsabilité du transporteur

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 1, first paragraph of the Special Road Transport Decree
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIIe KAMER

nr. 240.561 van 25 januari 2018

in de zaak A. 216.971/XII-8042

In zake: de NV PALETCO

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vanden Bogaerde en Jasper Bolle kantoor houdend te 8800 Roeselare Kolenkaai 4

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

woonplaats kiezend bij agentschap Wegen en Verkeer t.a.v. Veerle Vanempten Koning Albert II-laan 20/4

1000 Brussel

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 8 september 2015, strekt tot de nietig-

verklaring van de beslissing van het Vlaamse Gewest van 17 juli 2015 om de nv Paletco een administratieve geldboete van 4.500 euro op te leggen wegens inbreuk op het verbod om het wegdek te beschadigen door overlading van een voertuig.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld.

XII-8042-1/8

De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2017.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Inge Van Den Dorpel, die loco advocaten Frederik Vanden Bogaerde en Jasper De Bolle verschijnt voor de verzoekende partij, en adjunct van de directeur-jurist Veerle Vanempten, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 20 augustus 2014 wordt een vrachtwagen met oplegger, bestuurd door Jan Haepers, werknemer van de bvba Vervoer Put-Hendrickx, door de Wegeninspectie gecontroleerd op de autosnelweg E313 te Tessenderlo. Bij de weging van het voertuig wordt vastgesteld dat de trekker overladen is op de eerste as met 342 kg en op de tweede as met 4.961 kg. De verzoekende partij is de verlader en opdrachtgever van het vervoer. Er wordt proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 3, tweede lid, en artikel 14, § 3, van het decreet van 3 mei 2013 ‘betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport’ (hierna: het decreet bijzonder wegtransport).

XII-8042-2/8

3.2. Op 19 september 2014 wordt meegedeeld dat de procureur des Konings geen strafvervolging zal instellen.

3.3. Op 5 december 2014 beslist de wegeninspecteur-controleur om aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 4.500 euro op te leggen. Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

3.4. Op 10 december 2014 tekent de verzoekende partij bezwaar aan tegen die beslissing.

Op 9 maart 2015 vindt een hoorzitting plaats.

Op 23 maart 2015 beslist de wegeninspecteur-controleur om aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 4.500 euro op te leggen. Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

3.5. Op 14 april 2015 stelt de verzoekende partij tegen die beslissing beroep in bij de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken.

Op 23 juni 2015 vindt een hoorzitting in beroep plaats.

Op 17 juli 2015 beslist de administrateur-generaal van het agentschap Wegen en Verkeer aan de verzoekende partij een administratieve geldboete op te leggen van 4.500 euro. Die beslissing wordt met een op 22 juli 2015 aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

Dit is de bestreden beslissing.

XII-8042-3/8

IV. Onderzoek van de middelen

A. Eerste middel

Uiteenzetting van het middel

4. De verzoekende partij voert in het verzoekschrift in het eerste middel de schending aan van artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport.

Zij wijst erop dat deze bepalingen vervaltermijnen bevatten voor het opleggen van de administratieve geldboete na “verzet” en in beroep.

Volgens de verzoekende partij werden die termijnen niet gerespecteerd.

5. In de memorie van wederantwoord en de laatste memorie “volhardt” de verzoekende partij “in het geformuleerde middel”.

Beoordeling

6. Het middel is niet ontvankelijk nu het is beperkt tot de blote bewering dat de termijnen niet werden gerespecteerd, en er aldus niet concreet wordt aangeven op welke wijze de vervaltermijnen, opgelegd door artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport, zouden zijn geschonden.

Bovendien heeft de verzoekende partij niet gereageerd op de omstandige repliek van de verwerende partij in de memorie van antwoord waarin concreet wordt uiteengezet op welke wijze de door voormeld artikel 19, §§ 2 en 3, opgelegde vervaltermijnen wel werden gerespecteerd.

7. Het eerste middel wordt verworpen.

XII-8042-4/8

B. Tweede middel

Uiteenzetting van het middel

8. De verzoekende partij voert in het verzoekschrift in het tweede middel de schending aan van artikel 17 en artikel 19, § 1, van het decreet bijzonder wegtransport.

De verzoekende partij doet gelden dat op grond van het voornoemde artikel 17, § 1, en het feit dat de geldboete een strafrechtelijk karakter heeft, enkel de door de Vlaamse regering aangewezen wegeninspecteurs-

controleurs een administratieve geldboete kunnen opleggen. Uit de beslissing tot het opleggen van een geldboete blijkt dat de geldboete werd opgelegd door Hilde Van Nieuwenhuyse, senior adviseur. Deze persoon werd niet aangeduid door de Vlaamse regering. Zij beschikt dan ook over geen enkele rechtsmacht, noch bevoegdheid om enige beslissing te nemen of te ondertekenen. De beslissing tot het opleggen van een geldboete is dan ook onregelmatig.

9. De memorie van wederantwoord is beperkt tot de mededeling dat de verzoekende partij “volhardt in het geformuleerde middel”.

10. In de laatste memorie doet de verzoekende partij nog gelden dat de verwerende partij niet aantoont dat zij eerst alle wegeninspecteurs-controleurs heeft uitgeput, vooraleer een niet-gemachtigd persoon te verzoeken een beslissing te nemen. Zij meent dat slechts wanneer alle wegeninspecteurs-controleurs verhinderd zijn, het beginsel van de continuïteit van de openbare dienst zou kunnen worden ingeroepen.

Beoordeling

11. Hoewel de verzoekende partij in dit middel de schending in-

roept van artikel 19, § 1, van het decreet bijzonder wegtransport, laat zij

XII-8042-5/8

vervolgens geheel na om uiteen te zetten hoe de bestreden beslissing deze bepaling zou miskennen.

In die mate wordt het middel als niet-ontvankelijk verworpen.

12. De kritiek van de verzoekende partij blijkt gericht tegen de voormelde initiële beslissing van 5 december 2014 tot het opleggen van een administratieve geldboete.

13. Artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet bijzonder wegtransport, luidt als volgt:

“Voor inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen de door de Vlaamse regering aangewezen wegeninspecteurs-controleurs en de Vlaamse Regering in graad van beroep een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels.”

14. De beslissing van 5 december 2014 werd ondertekend door Hilde Van Nieuwenhuyse, Senior adviseur. Bij de ondertekening wordt vermeld:

“Voor Peter Bulen, afwezig, Wegeninspecteur-controleur”.

De verwerende partij geeft in de memorie van antwoord te kennen dat wegeninspecteur-controleur Peter Bulen onverwacht afwezig was wegens ziekte op het ogenblik dat de beslissingstermijn afliep. De ondertekening van de plaatsvervanger “[v]oor” het administratief orgaan dient als een vermoeden van de werkelijkheid van het belet of van de afwezigheid te worden aanvaard.

Op grond van het beginsel van de continuïteit van de openbare dienst kan, wanneer het administratief orgaan waaraan een bevoegdheid is toegewezen, blijkt te zijn verhinderd, dit orgaan worden vervangen door een ander administratief orgaan. Zo kan worden aanvaard dat in geval van een korte afwezigheid wegens ziekte, de hiërarchische meerdere een regeling treft om de betrokken ambtenaar te vervangen of dat de ambtenaar van onmiddellijk lagere

XII-8042-6/8

rang optreedt om zijn chef te vervangen. Er zijn de Raad van State te dezen geen uitdrukkelijke bepalingen bekend die de plaatsvervanging van een afwezige wegeninspecteur-controleur regelen en die zich zouden verzetten tegen de vervanging van Peter Bulen door Hilde Van Nieuwenhuyse.

Voorts dient te worden vastgesteld dat een plaatsvervanger slechts die handelingen mag stellen die de continuïteit van de dienst moeten verzekeren. De verzoekende partij toont niet aan en er is ook geen reden om aan te nemen dat de beslissing van 5 december 2014 niet binnen dit doel zou passen.

In zoverre de verzoekende partij slechts in de laatste memorie nog doet gelden dat “eerst een andere Wegeninspecteur-Controleur [dient] te worden gevraagd een beslissing te nemen”, gaat zij voorbij aan het antwoord van de verwerende partij waaruit blijkt dat die er op het ogenblik dat de beslissingstermijn afliep niet was en dat om te verhelpen aan de “onverwacht[e]”

afwezigheid van Peter Bulen, vervolgens Veerle Vanempten werd aangewezen als wegeninspecteur-controleur.

15. Het tweede middel wordt verworpen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.

XII-8042-7/8

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 januari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Dierk Verbiest

XII-8042-8/8

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.561