Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.526 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.526 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against administrative fine for overloading, ruling employee signature validates controller's decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.526
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the company's appeal against a €2,100 administrative fine for vehicle overloading. The appellant argued that a non-designated employee lacked authority to sign the penalty decision, while the administration contended the signature merely authenticated the controller's order. The court held that the employee's signature confirmed the controller's decision, rendering the procedural defect non-existent.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17 and 19, §§ 2 and 3, of the Decree of 3 May 2013 on the protection of road infrastructure; An employee's signature on an administrative fine decision authenticates the controller's authority and validates the decision's regularity.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative fine overloading penalty employee signature procedural regularity road infrastructure decree authentication of decision authority of controller infraction administrative

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17 of the Decree of 3 May 2013 on the protection of road infrastructure in the event of special road transport
Article 19, §§ 2 and 3 of the Decree of 3 May 2013 on the protection of road infrastructure in the event of special road transport
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIIe KAMER

nr. 240.526 van 23 januari 2018

in de zaak A. 216.974/XII-8043

In zake: de BVBA VUYLSTEKE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vanden Bogaerde en Jasper Bolle kantoor houdend te 8800 Roeselare Kolenkaai 4

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

woonplaats kiezend bij agentschap Wegen en Verkeer t.a.v. Veerle Vanempten Koning Albert II-laan 20/4

1000 Brussel

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 8 september 2015, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaamse Gewest van 14 juli 2015 om de bvba Vuylsteke een administratieve geldboete van 2.100 euro op te leggen wegens inbreuk op het verbod om het wegdek te beschadigen door overlading van een voertuig.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld.

XII-8043-1/7

De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Inge Van Den Dorpel, die loco advocaten Frederik Vanden Bogaerde en Jasper Bolle verschijnt voor de verzoekende partijen, en adjunct van de directeur-jurist Veerle Vanempten, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 22 september 2014 wordt een vrachtwagen met oplegger bestuurd door Frank Dams, werknemer van de verzoekende partij, door de Wegeninspectie gecontroleerd op de autosnelweg E313 te Tessenderlo. Bij weging van het voertuig wordt vastgesteld dat de trekker overladen is op de eerste as met 76 kg en op de tweede as met 2.109 kg. Er wordt proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 3, tweede lid, van het decreet van 3 mei 2013

‘betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport’ (hierna: ‘het decreet bijzonder wegtransport’).

3.2. Op 5 november 2014 wordt meegedeeld dat de procureur des Konings geen strafvervolging zal instellen.

XII-8043-2/7

3.3. Op 19 december 2014 beslist de wegeninspecteur-controleur om aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 2.100 euro op te leggen. Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

3.4. Op 30 december 2014 tekent de verzoekende partij bezwaar aan tegen die beslissing.

Op 23 maart 2015 vindt een hoorzitting plaats.

Op 8 april 2015 beslist de wegeninspecteur-controleur om aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 2.100 euro op te leggen.

Deze beslissing wordt dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

3.5. Op 21 april 2015 stelt de verzoekende partij tegen die beslissing beroep in bij de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken.

Op 23 juni 2015 vindt een hoorzitting in beroep plaats.

Op 14 juli 2015 beslist de administrateur-generaal van het agentschap Wegen en Verkeer aan de verzoekende partij een administratieve geldboete op te leggen van 2.100 euro. Die beslissing wordt met een op 16 juli 2015 aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

Dit is de bestreden beslissing.

XII-8043-3/7

IV. Onderzoek van de middelen

A. Eerste middel

Uiteenzetting van het middel

4. De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport.

Zij wijst erop dat deze bepalingen vervaltermijnen bevatten voor het opleggen van de administratieve geldboete na “verzet” en in beroep.

Volgens de verzoekende partij werden die termijnen niet gerespecteerd.

5. In de memorie van wederantwoord en de laatste memorie “volhardt” de verzoekende partij “in het geformuleerde middel”.

Beoordeling

6. Het middel is niet ontvankelijk nu het is beperkt tot de blote bewering dat de termijnen niet werden gerespecteerd, en er aldus niet concreet wordt aangeven op welke wijze de vervaltermijnen, opgelegd door artikel 19, §§ 2 en 3, van het decreet bijzonder wegtransport, zouden zijn geschonden.

Bovendien heeft de verzoekende partij niet gereageerd op de omstandige repliek van de verwerende partij in de memorie van antwoord waarin concreet wordt uiteengezet op welke wijze de door het voormelde artikel 19, §§ 2 en 3, opgelegde vervaltermijnen wel werden gerespecteerd.

7. Het eerste middel wordt verworpen.

XII-8043-4/7

B. Tweede middel

Uiteenzetting van het middel

8. De verzoekende partij voert in het verzoekschrift in het tweede middel de schending aan van artikel 17 en artikel 19, § 1, van het decreet bijzonder wegtransport.

De verzoekende partij doet gelden dat op grond van voornoemd artikel 17, § 1, en het feit dat de geldboete een strafrechtelijk karakter heeft, enkel de door de Vlaamse Regering aangewezen wegeninspecteurs-controleurs een administratieve geldboete kunnen opleggen. Uit de beslissing tot het opleggen van een geldboete blijkt dat de geldboete werd opgelegd door Christy Neven, medewerker. Deze persoon werd niet aangeduid door de Vlaamse Regering. Zij beschikt dan ook over geen enkele rechtsmacht, noch bevoegdheid om enige beslissing te nemen of te ondertekenen. De beslissing tot het opleggen van een geldboete is dan ook onregelmatig.

8. De memorie van wederantwoord is beperkt tot de mededeling dat de verzoekende partij “volhardt in het geformuleerde middel”.

9. In de laatste memorie voegt de verzoekende partij daar nog aan toe dat uit geen enkel element blijkt dat het niet mogelijk zou zijn dat de betrokken medewerker zelf, in opdracht van de wegeninspecteur-controleur, de beslissing nam. Zij betwist dan ook dat de vermelding “in opdracht”, zoals vermeld in de oorspronkelijke beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, noodzakelijk slaat op een bevestiging van de authenticiteit van de beslissing van de wegeninspecteur-controleur.

Beoordeling

10. Hoewel de verzoekende partij in dit middel de schending inroept van artikel 19, § 1, van het decreet bijzonder wegtransport, laat zij

XII-8043-5/7

vervolgens geheel na om uiteen te zetten hoe de bestreden beslissing deze bepaling zou miskennen.

In die mate wordt het middel als niet ontvankelijk verworpen.

11. De kritiek die de verzoekende partij in dit middel doet gelden blijkt te zijn gericht tegen de initiële beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete van 19 december 2014.

Uit de vermelding dat de beslissing van 19 december 2014 “in opdracht” van wegeninspecteur-controleur Peter Bulen door Christy Neven, medewerker, werd ondertekend, dient te worden afgeleid dat die beslissing door de wegeninspecteur-controleur werd genomen. Met die handtekening bevestigt de medewerker immers de authenticiteit van de beslissing van de wegeninspecteur-

controleur.

Het feitelijk uitgangspunt van het middel faalt.

12. Het tweede middel wordt verworpen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.

XII-8043-6/7

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 januari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Dierk Verbiest

XII-8043-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.526