Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, establishing a presumption of withdrawal of proceedings. The applicant had previously failed to request suspension of execution and did not submit a request to continue the proceedings within thirty days of the ruling's notification. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the applicant to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Rules of Procedure of the Council of State; When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days after a suspension request is rejected, a presumption of withdrawal of proceedings applies.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 240.514 van 23 januari 2018
in de zaak A. 223.144/IX-9134
In zake: Valon HAXHIJAHA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nir Zeltzer kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Herentalsestraat 122
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het AUTONOOM PROVINCIEBEDRIJF PROVINCIAAL
ONDERWIJS ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie voor de provinciale scholen voor Tuinbouw en Techniek, campus Boom, van 30 augustus 2017 waarbij het aan Valon Haxhijaha toegekende oriënteringsattest C wordt bevestigd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 239.226 van 26 september 2017 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
IX-9134-1/3
Het genoemde arrest is op 29 september 2017 aan de verzoe-
kende partij ter kennis gebracht.
Op 24 november 2017 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-
hoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-
nisgeving van het arrest.
4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-
sing.
IX-9134-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 januari 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-9134-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.514