Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.489 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.489 Généré par l'IA

Court dismisses public procurement suspension claim due to lack of admissible specific grounds in the pleading.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.489
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the award of a public contract for electric vehicles. The applicant argued that the contract was granted in violation of specifications but failed to identify specific breached clauses. Consequently, the court ruled the exception inadmissible because the pleading lacked the detailed factual and legal arguments required by law.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 16, §1, 5° of the Royal Decree of 5 December 1991; Art. 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State; Art. 67, §1 of the Decree of the Regent of 23 August 1948: An application for suspension of execution is inadmissible if the pleading fails to specify the exact legal norms violated and the precise facts constituting the breach.

Mots-clés

Généré par l'IA
public procurement suspension of execution inadmissible exception specific grounds required detailed pleading standard opposition tardive action en contestation de l'état de collocation marché à prendre en considération

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 16, §1, 5° of the Royal Decree of 5 December 1991
Art. 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State
Art. 67, §1 of the Decree of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.489 van 19 januari 2018

in de zaak A. 224.064/XII-8480

In zake: de GmbH PANSTREET INTERNATIONAL

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Verlinden kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de STAD BRUSSEL

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédéric Van De Gejuchte kantoor houdend te 1030 Brussel De Jamblinne de Meuxplein 41

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 18 december 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van stad Brussel van 25 oktober 2017 tot gunning van de overheidsopdracht voor de levering van elektrische voertuigen aan de bv Sigma Law Enforcement.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

XII-8480-1/8

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 januari 2018, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaten Annelies Verlinden en Matthias Stinissen, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Anthony Poppe, die loco advocaat Frédéric Van De Gejuchte verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De stad Brussel schrijft een overheidsopdracht uit voor de levering van elektrische scanvoertuigen voor de Cel Parkeren van het Departement Economische Zaken.

3.2. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie van 28 juni 2017.

3.3. Drie inschrijvers dienen een offerte in, namelijk de verzoekende partij, de nv Rauwers Controle en de bv Sigmax Law Enforcement.

3.4. Op 25 oktober 2017 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel om de opdracht te gunnen aan de bv Sigmax Law Enforcement.

Dit is de bestreden beslissing.

XII-8480-2/8

3.5. Met een aangetekend schrijven, gedateerd op 30 november 2017, en een e-mailbericht van 4 december 2017 wordt de bestreden beslissing aan de verzoekende partij meegedeeld.

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging

4. De verzoekende partij brengt een substantiële pleitnota en bijkomende stukken in het debat.

Deze pleitnota blijkt slechts in de loop van de avond voorafgaand aan de dag van de terechtzitting aan de verwerende partij en aan de Raad van State te zijn bezorgd. Daarbij argumenteert de verzoekende partij niet om welke reden zij zulks niet eerder had kunnen doen. De pleitnota in deze omstandigheden aanvaarden zou het recht op tegenspraak van de verwerende partij op onevenredige wijze beperken en de pleitnota onttrekt zich op die wijze eveneens aan gedegen onderzoek door het auditoraat.

Om deze redenen wordt, zoals de verwerende partij vraagt, de pleitnota uit het debat geweerd.

V. Ontvankelijkheid van de vordering

Exceptie

5. De verwerende partij werpt op dat de vordering niet ontvankelijk is onder meer bij gebrek aan een ontvankelijk middel.

Beoordeling

6. Artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991

‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ bepaalt onder meer:

XII-8480-3/8

“Als de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd, wordt de vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen gedagtekend en ondertekend door de partij of een advocaat die voldoet aan de voorwaarden van artikel 19, vierde lid, van de gecoördineerde wetten, en bevat ze :

[…]

5° indien het beroep tot nietigverklaring nog niet is ingediend, een uiteenzetting van de feiten en middelen die de nietigverklaring van de akte of het reglement kunnen rechtvaardigen;

[…]”.

Onder “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel en van de wijze waarop die regel naar het oordeel van de verzoekende partij door de bestreden handeling wordt geschonden.

“Voldoende duidelijk” betekent dat geen veronderstellingen moeten worden gemaakt over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij, waardoor in werkelijkheid de verwerende partij, en nadien de Raad van State ertoe worden gebracht in de plaats van de verzoekende partij het verzoekschrift te redigeren.

Een middel dat met een schorsingsvordering wordt aangebracht dient voorts, om al dan niet als ernstig te kunnen worden aangemerkt, dermate duidelijk te zijn dat het bij de eerste lezing meteen aannemelijk is dat daarop een nietigverklaring al dan niet kan worden gesteund, zonder dat een doorgedreven onderzoek van het middel noodzakelijk is. In een schorsingsprocedure die zoals de huidige, dan nog is ingeleid bij uiterst dringende noodzakelijkheid, is zulks des te meer het geval, omdat het onderzoek van de Raad van State in die procedure uiterst snel moet kunnen verlopen.

7. De verzoekende partij voert in haar brief aan de Raad van State op datum van 12 december 2017 het volgende aan:

“PanStreet werd middels een informatiebrief, gedateerd op 30 november 2017, via email ontvangen op 04 december 2017, per post ontvangen op 06

december 2017, geïnformeerd dat de Stad niet gekozen heeft voor de door

XII-8480-4/8

PanStreet aangeboden oplossing.

Binnen de begeleidende documenten is aangegeven, dat het door PanStreet aangeboden voertuig niet aan de in deel 2 — Technische bepalingen aangegeven eisen zou voldoen.

Het door PanStreet aangeboden voertuig voldoet echter aan alle eisen.

PanStreet heeft een gedetailleerd onderzoek gedaan om onder meer dan 40

elektrische Auto’s een model te vinden, conform Uw specificaties. Onder de twee resterende auto's (VW e-Golf en Mercedes Benz B 250 e Sports Tourer) hebben wij wegens economische reden gekozen voor de VW

e-Golf als basis, inclusieve geëiste opties en extra’s zoals normaal reservewiel, laterale airbags en de mogelijkheid om de zetel van de bestuurder en de passagier vooraan op het niveau van de lenden en de hoogte van de zitting te regelen.

Zie bijgevoegd kopieën van de offerte van de VW dealer, waaruit blijkt dat extra’s en opties ingesloten zijn. Dus de PanStreet’s aanbieding van de auto voldoet volledig aan de geëiste specificaties. Moesten er twijfels zijn geweest over de keuze van de auto, had de Stad Brussel ons tijdens het onderzoek van de offerte kunnen vragen. Op dit punt zijn er echter geen vragen geweest.

Daartegen voldoet de door Sigmax aangeboden VW e-Up met een aantal kenmerken niet aan de geëiste functionaliteiten en specificaties. Nochtans heeft de Stad Brussel een aantal van deze afwijkende specificaties geaccepteerd.

Door het feit dat de Stad Brussel is afgeweken van de vereiste om te voldoen aan de verplichte specificaties, is er sprake van oneerlijke competitie. Moest Panstreet op de hoogte zijn geweest dat er werd afgeweken van de verplichte specificaties, hadden wij onze offerte aangepast aan de afwijkende specificaties, met als gevolg dat de aangeboden prijs veel lager had geweest, en zeer waarschijnlijk onder de prijs van Sigmax was geweest.

Wegens bovenstaande gaat PanStreet in beroep en vraagt een schorsing van de uitvoering van deze beslissing, omdat wij vinden, dat de door Sigmax ingediende offerte betreffende de auto niet conform is aan de gestelde minimale eisen, en dat PanStreet werd benadeeld door het feit dat wij niet op de hoogte waren dat de Stad Brussel zou instemmen met afwijkende functionaliteiten en specificaties.”

8. Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij in het hiervoor aangehaalde verzoekschrift aldus geen duidelijk rechtsmiddel aanvoert waarin zij op meteen duidelijk wijze aangeeft welke rechtsnormen zij door de bestreden beslissing geschonden acht en op welke wijze dit concreet gebeurt.

XII-8480-5/8

Vastgesteld dient immers te worden dat in de grieven van de verzoekende partij wel sprake van is van “eisen” en “geëiste functionaliteiten en specificaties”, waarvan kan worden aangenomen dat hiermee wordt verwezen naar het bestek, doch dat zij niet verduidelijkt welke specifieke besteksbepalingen de verzoekende partij geschonden acht.

Evenmin wordt door de verzoekende partij in haar verzoekschrift uiteengezet aan welke besteksvereisten juist al dan niet is voldaan. In het verzoekschrift wordt immers slechts op algemene wijze gesteld dat het door haar aangeboden voertuig “voldoet […] aan alle eisen”, terwijl de door de gekozen inschrijver aangeboden wagen met een aantal kenmerken “niet aan de geëiste functionaliteiten en specificaties” zou voldoen en dat de verwerende partij “een aantal van deze afwijkende specificaties” zou hebben geaccepteerd.

De verzoekende partij betoogt dat zij benadeeld zou zijn door het feit dat zij “niet op de hoogte was dat de Stad Brussel zou instemmen met afwijkende functionaliteiten en specificaties”, zonder dat echter wordt uiteengezet welke afwijkende functionaliteiten en specificaties ten onrechte zouden zijn geaccepteerd door de verwerende partij.

Bijgevolg lijkt het betoog van de verzoekende partij niet te mogen worden aangemerkt als een ontvankelijk middel.

9. Dit geldt des te meer nu de feitelijke grieven, zo lijkt, in verband zouden kunnen worden gebracht met verscheidene rechtsregels of -beginselen, hetgeen te verwachten is in het uitvoerig gereguleerde domein van de overheidsopdrachten.

Het komt echter niet aan de Raad van State toe in de plaats van de verzoekende partij zelf het middel te redigeren, wat de geschonden geachte rechtsnormen betreft.

XII-8480-6/8

V. Besluit en kosten

10. In de huidige stand van het geding wordt de exceptie aanvaard.

De vordering bevat niet de door het voormelde artikel 16, §1, 5°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 vereiste uiteenzetting van middelen en ze wordt om die reden als niet-ontvankelijk verworpen.

Gelet op het voorgaande dienen de overige excepties inzake de ontvankelijkheid van het beroep in de huidige stand van het geding niet te worden onderzocht.

11. Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, de verwerende partij de door haar gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de verwerping van de vordering tot schorsing als in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

XII-8480-7/8

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 januari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8480-8/8

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.489