Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.428 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.428 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against royal decree appointing interim chair of accounting institute's Dutch-speaking executive chamber.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.428
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected Raf Micholt's appeal against the royal decree appointing Rudi Lecoutre as interim chair of the Dutch-speaking executive chamber. Micholt argued that the appointment violated equal access principles because he did not explicitly declare candidacy for the specific interim role, despite a joint call for candidates. The court upheld the administrative authority's reasoning, stating that the principle of equal access to public office requires a general call for candidates and an objective selection process, which was properly followed here.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Constitution; The principle of equal access to public office requires a general call for candidates and an objective selection process, meaning an appointee must have declared candidacy for the vacant position even if multiple roles were advertised together.

Mots-clés

Généré par l'IA
equal access public office royal decree appointment interim chair mandate candidate declaration requirement administrative selection procedure Council of State appeal non-discrimination principle élection périodique

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Constitution
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

nr. 240.428 van 16 januari 2018

in de zaak A. 217.670/XIV-36.793

In zake : Raf MICHOLT

woonplaats kiezend te 8000 Brugge Maria van Bourgondiëlaan 7/b bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Ver Elst kantoor houdend te 8530 Harelbeke Lindenlaan 8

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO’s, Landbouw en Maatschappelijke Integratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1050 Brussel Waterloosesteenweg 612

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

Rudi LECOUTRE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yves Loix en Nele Ansoms kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 24 november 2015, strekt tot de nietigverklaring van “het koninklijk besluit van 30 augustus 2015 ‘tot benoeming van de plaatsvervangend voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten’.”

XIV-36.793-1/11

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Rudi Lecoutre heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 15 februari 2016.

De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld.

Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december 2017.

Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Hilde Ver Elst, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Rikkert Schoofs, die loco advocaat Jean-François De Bock verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Fatema Hosseini, die loco advocaten Yves Loix en Nele Ansoms verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

XIV-36.793-2/11

III. Feiten

3.1. Verzoeker wordt bij koninklijk besluit van 11 april 1999

benoemd tot voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer (hierna: de NUK) van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten (hierna:

het Beroepsinstituut). Zijn mandaat wordt een eerste keer verlengd bij koninklijk besluit van 19 december 2003 en een tweede keer bij koninklijk besluit van 23 december 2008.

Op 10 januari 2015 eindigt verzoekers mandaat van voorzitter en, op dezelfde dag, dat van P.C. als plaatsvervangend voorzitter van de NUK

van het Beroepsinstituut.

3.2. Bij aangetekend schrijven van 16 januari 2015 vraagt verzoeker aan de verwerende partij om zijn mandaat van voorzitter van de NUK van het Beroepsinstituut voor een derde keer te willen verlengen. Zijn verzoek luidt:

“Hierbij heb ik de eer u te mogen verzoeken aan Z.M. de Koning voor te stellen mijn aanstelling als Voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer bij het Beroepsinstituut voor Erkende Boekhouders en Fiscalisten (te Brussel), te willen verlengen.

Mijn derde ambtstermijn liep af op 10 januari 2015.

Ik werd reeds benoemd bij koninklijke besluiten van 11 april 1999, 19 december 2003 en 23 december 2008.

In die omstandigheden meen ik dat ik over een ruime ervaring beschik voor dit mandaat.

In bijlage voeg ik u mijn curriculum vitae.”

3.3. Op 2 maart 2015 wordt de oproep tot kandidaten voor zowel het mandaat van voorzitter als dat van plaatsvervangend voorzitter in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De taken, deelnemingsvoorwaarden en vereiste competenties voor beide mandaatfuncties luiden:

“Optreden als voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten.

Taken:

Als administratief orgaan:

- toezicht op de werkzaamheden van de secretaris;

- het opstellen en viseren van goed gemotiveerde beslissingen.

XIV-36.793-3/11

Als beslissend orgaan:

- beoordelen van de beroepskwalificaties van de aanvrager.

Als onderzoeks- en vervolgingsorgaan:

- nagaan of de beroepsbeoefenaar bij de uitoefening van zijn opdracht te kort is gekomen aan zijn beroepsverplichtingen;

- nagaan of de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en onomkoop-

baarheid werden nageleefd;

- oordelen over de opportuniteit van een tuchtrechtelijke vervolging op basis van de resultaten van het door de rechtskundig assessor ingestelde onderzoek.

Deelnemingsvoorwaarden:

- ofwel bent u zetelende- of eremagistraat;

- ofwel bent u advocaat en gedurende ten minste 10 jaar ingeschreven op een tableau van de Orde van advocaten;

- u bent Nederlandstalig.

Competenties Kennis van:

°Kennis:

- regelgeving toegang tot het beroep van boekhouder(-fiscalist);

- tuchtrecht;

- motivering van beslissingen.

°Generieke competenties:

- U bent integer en kan te allen tijde de onafhankelijkheid bewaren;

- U beschikt over een analytisch en synthetisch vermogen. U bent in staat om gericht gegevens te analyseren en informatie te beoordelen;

- U bent verantwoordelijk voor een juridisch inhoudelijke en adequate behandeling van de voorgelegde zaken;

- U waakt er over dat de procedures en wetgeving correct worden toegepast;

- U handelt consequent, u neemt in soortgelijke omstandigheden soortgelijke standpunten in of een soortgelijke houding aan;

- U beschikt over uitstekende organisatorische vaardigheden;

- U toont de inzet, de wil en de ambitie om resultaten te boeken op de meest efficiënte manier.

°Pluspunten:

- kennis van handels, fiscaal- en vennootschapsrecht;

- publicaties in verband met de hierboven aangehaalde materies;

- ervaring in gelijkaardige organen.”

De kandidaturen moeten “binnen de 30 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad” worden ingediend.

3.4. Bij aangetekend schrijven van 13 maart 2015 stelt verzoeker zich kandidaat voor het mandaat van voorzitter van de NUK van het Beroepsinstituut. Zijn kandidaatstelling luidt:

“Ik heb de eer u hierbij opnieuw mijn kandidatuur te stellen voor het mandaat van Voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer bij het Beroepsinstituut voor Erkende Boekhouders en Fiscalisten (Legrandlaan 45, 1050

Brussel).

XIV-36.793-4/11

Mijn derde mandaat liep af op 10 januari 2015. Ik neem thans de functie waar in het kader van de continuïteit van de openbare dienst.

Ik werd reeds benoemd bij koninklijke besluiten van 11 april 1999, 19 december 2003 en 23 december 2008.

In die omstandigheden meen ik dat ik over een ruime ervaring beschik voor dit mandaat.

[...].”

Naast verzoeker zijn er nog twee andere kandidaten voor het door verzoeker geambieerde mandaat van voorzitter, m.n. de heer F. V.B. en Ph. D.C..

P. C., die op dat ogenblik reeds (uittredend) plaatsvervangend voorzitter is van de NUK van het Beroepsinstituut, stelt zich opnieuw kandidaat voor het mandaat van plaatsvervangend voorzitter.

Naast hen zijn er nog drie andere kandidaten voor de opengevallen functies van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat deze drie kandidaten zich kandidaat stellen voor zowel het mandaat van voorzitter als dat van plaatsvervangend voorzitter. Het betreft F.B., H. L. en de tussenkomende partij (infra, punten 3.6 en 3.7).

3.5. Bij e-mail van 6 mei 2015 wordt verzoeker uitgenodigd voor een interview dat zal worden afgenomen door een administratieve jury. Er wordt in dat bericht tevens meegedeeld dat tijdens het interview dat op 20 mei 2015

doorgaat, zal worden nagegaan of de competenties van verzoeker overeenkomen met het vereiste profiel voor de mandaatfunctie van voorzitter van de NUK van het Beroepsinstituut.

3.6. Bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 augustus 2015

‘tot benoeming van de voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten’ wordt F. V.B.

tot voorzitter van de NUK benoemd voor een termijn van zes jaar.

XIV-36.793-5/11

Bij aangetekend schrijven van 1 oktober 2015 wordt verzoeker, net als de overige kandidaten voor het mandaat van voorzitter van de NUK van het Beroepsinstituut, in kennis gesteld van de genoemde beslissing.

Deze beslissing wordt vervolgens, bij uittreksel, op 5 oktober 2015 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

3.7. Met een op 24 november 2015 bij de Raad van State ingediend verzoekschrift benaarstigt verzoeker de nietigverklaring van de genoemde beslissing. Deze zaak is gekend onder het nummer A. 217.672/XIV-36.794

waarin de Raad van State bij arrest nr. 240.427 van heden het beroep tot nietigverklaring heeft verworpen.

3.8. Bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 augustus 2015

‘tot benoeming van de plaatsvervangend voorzitter van de Nederlandstalige Uitvoerende Kamer van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten’ wordt de tussenkomende partij tot plaatsvervangend voorzitter benoemd voor een termijn van zes jaar.

Dit is de bestreden beslissing.

Deze beslissing wordt eveneens, bij uittreksel, op 5 oktober 2015 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Deze beslissing wordt evenwel niet aan verzoeker persoonlijk ter kennis gebracht.

IV. Ontvankelijkheid van het beroep

4. In een enige exceptie werpt de verwerende partij op dat verzoeker geen belang heeft bij het voorliggende annulatieberoep omdat hij zich nooit kandidaat heeft gesteld voor het mandaat van plaatsvervangend voorzitter van de NUK van het Beroepsinstituut. Zowel in zijn sollicitatiebrief van 16 januari 2015 als in zijn sollicitatiebrief van 13 maart 2015 heeft verzoeker zijn

XIV-36.793-6/11

kandidatuurstelling expliciet beperkt tot het mandaat van voorzitter. In tegenstelling tot wat verzoeker beweert, heeft hij in deze brieven impliciet maar zeker verklaard geen kandidaat te zijn voor het mandaat van plaatsvervangend voorzitter.

5. Deze exceptie wordt bijgetreden door de tussenkomende partij in haar toelichtende memorie. De tussenkomende partij merkt voorts nog op dat de vernietiging van de bestreden beslissing verzoeker geen voordeel kan verschaffen.

Verzoeker stelde zich immers geen kandidaat voor het mandaat van plaatsvervangend voorzitter zodat zijn kandidatuur niet werd beoordeeld. Een vernietiging van de bestreden beslissing kan onmogelijk tot de beoordeling van verzoekers dossier leiden.

6. In zijn memorie van wederantwoord repliceert verzoeker dat er slechts één functie is, namelijk “deze van voorzitter, maar twee hoedanigheden”, zijnde deze van effectief voorzitter en deze van plaatsvervangend voorzitter.

Voor deze functie is er één vacature, eenzelfde vacantverklaring, eenzelfde oproep, en gelden dezelfde benoembaarheidsvereisten.

Volgens verzoeker blijkt hieruit zeer duidelijk, minstens mocht hij er op vertrouwen, dat nu hij uitdrukkelijk niet gespecifieerd heeft dat hij enkel kandidaat was voor een benoeming als effectief voorzitter of voor een benoeming als plaatsvervangend voorzitter, dat hij kandidaat was voor de functie van voorzitter, en dit zowel als effectief en als plaatsvervangend voorzitter. Het betreft immers één functie (voorzitter), met de twee hoedanigheden (effectief en plaatsvervangend).

In zijn laatste memorie beperkt verzoeker er zich toe eensdeels de Raad van State te verzoeken het voorliggende beroep samen te voegen met het in punt 3.7 vermelde beroep (zaak nr. A. 217.672/XIV-36.794) “waarin hij de vernietiging vraagt van de benoeming van de effectieve assessor” omdat die vorderingen samenhangend zijn want gericht “tegen besluiten waarbij

XIV-36.793-7/11

respectievelijk een effectief en een plaatsvervangend voorzitter bij eenzelfde instantie worden benoemd”, na het doorlopen van een procedure die voor de twee benoemingen gemeenschappelijk was, de motieven van de bestreden beslissingen in grote mate gelijk zijn alsook de door hem ingeroepen middelen in beide zaken en anderdeels te stellen dat de oproep tot kandidaten noch de (daaropvolgende)

selectie zijn voorgeschreven in een wettelijke of reglementaire bepaling waaruit hij afleidt dat de verwerende partij “iemand kan benoemen die zich niet uitdrukkelijk kandidaat had gesteld voor die functie”.

Beoordeling

7. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang.

Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.

Het staat aan de Raad van State te oordelen of een verzoeker die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij zijn beroep. De Raad van State dient er evenwel over te waken dat de belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH

30 september 2010, nr. 109/2010, punt B.4.3).

8. Het auditoraat besluit tot de gegrondheid van de ingeroepen exceptie op grond van de volgende overwegingen.

XIV-36.793-8/11

Opdat verzoeker een persoonlijk en rechtstreeks belang zou hebben bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing, is vereist dat hij zich kandidaat heeft gesteld voor het mandaat van plaatsvervangend voorzitter van de NUK van het Beroepsinstituut waarin de tussenkomende partij werd benoemd.

In beginsel doet degene die kennis heeft gekregen van de oproep tot de kandidaten voor een vacante betrekking, maar zich geen kandidaat heeft gesteld, niet blijken van het rechtens vereiste belang bij de nietigverklaring van de benoeming die in die betrekking werd gedaan. In dat geval ontbreekt immers het geïndividualiseerde verband dat is vereist tussen verzoeker en de bestreden benoeming om de benoeming ontvankelijk te kunnen bestrijden. De zaken liggen slechts anders wanneer verzoeker deugdelijke redenen had om zich geen kandidaat te stellen.

Aangezien uit het hoger uiteengezette feitenrelaas (en de stukken uit het administratief dossier) duidelijk blijkt dat verzoeker zich enkel kandidaat heeft gesteld voor de functie van voorzitter en niet voor die van plaatsvervangend voorzitter en er bovendien kan worden vastgesteld dat verzoeker geen deugdelijke redenen had om zich geen kandidaat te stellen voor het mandaat van plaats-

vervangend voorzitter dient hieruit te worden besloten dat verzoeker geen persoonlijk en rechtstreeks belang heeft bij het voorliggende beroep. Verzoeker heeft geen persoonlijk en rechtstreeks belang bij een vernietiging van de bestreden beslissing, aangezien ze op geen enkele wijze te kort heeft kunnen doen aan zijn beweerde aanspraken, die hij klaarblijkelijk niet ten gepaste tijde middels een kandidaatstelling heeft laten gelden.

9. Verzoeker betwist deze conclusie niet. Na kennisneming van het verslag van het auditoraat, heeft hij immers niet de gelegenheid benut die een laatste memorie biedt om nog een andere visie op de beoordeling door het auditoraat weer te geven. Het volstaat daartoe niet te stellen dat hij aan de benoemingsvoorwaarden voor de functie van voorzitter (of plaatsvervangend

XIV-36.793-9/11

voorzitter) van de NUK van het Beroepsinstituut voldoet, noch dat er één vacaturebericht was of de procedure voor beide functies gemeenschappelijk was.

Verzoeker kan al helemaal niet worden gevolgd waar hij stelt dat de oproep tot kandidaten noch de (daaropvolgende) selectie zijn voorgeschreven in een wettelijke of reglementaire bepaling en daaruit vervolgens afleidt dat de verwerende partij “iemand kan benoemen die zich niet uitdrukkelijk kandidaat had gesteld voor die functie”.

Immers, het beginsel van de gelijke toegang tot het openbaar ambt, dat een bijzondere toepassing is van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie die zijn vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, houdt in dat openbare betrekkingen worden toegekend in het algemeen belang en niet in het belang van particulieren. Hieruit vloeit voort dat, wanneer er in de publieke sector een functie openvalt, het bestaan van deze vacante functie in beginsel ter kennis moet worden gebracht door middel van een (ruime) oproep aan de in aanmerking komende kandidaten, bijvoorbeeld door middel van een bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en dat er, vervolgens, een objectieve en vergelijkende selectie wordt georganiseerd ten einde de titels en verdiensten van de verschillende kandidaten met elkaar te vergelijken met als finaliteit de voor de vacante functie meest geschikte kandidaat te benoemen.

Anders dan verzoeker het ziet, kan van deze basisregel niet worden afgeweken tenzij de wet- of regelgever in omstandigheden die dat kunnen verantwoorden, uitdrukkelijk in een afwijkingsmogelijkheid heeft voorzien, wat te dezen niet het geval is. De verwerende partij heeft dan ook terecht in een oproep tot kandidaten en een daaropvolgende selectieprocedure voor beide opengvallen mandaten (effectief en plaatsvervangend voorzitter),voorzien.

Verzoeker diende zich dan ook uitdrukkelijk kandidaat te stellen voor beide opgevallen mandaten, ondanks de opname ervan in een en dezelfde oproep tot kandidaten.

XIV-36.793-10/11

De Raad van State ziet geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, de exceptie gegrond.

10. Het beroep is niet-ontvankelijk.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver-

klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings-

vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien januari tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, Kaat Leus, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Geert Debersaques

XIV-36.793-11/11

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.428