Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.421 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.421 Généré par l'IA

Cassation appeal dismissed due to deemed withdrawal after 30-day silence on auditor's report.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.421
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation dismissed the cassation appeal against a study progress decision due to the applicant's failure to act. The applicant received an auditor's report recommending rejection of the appeal but did not request continuation of proceedings within the statutory 30-day period. Consequently, the court applied the legal presumption of withdrawal of the lawsuit, resulting in the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State; Article 18, paragraph 1, first and fourth paragraphs of the Royal Decree of 30 November 2006: When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days of receiving an auditor's report recommending rejection, a presumption of withdrawal of the lawsuit applies.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report cassation appeal procedural silence Council of State study progress decision costs allocation échec définitif aux examens

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the coordinated laws on the Council of State
Article 18, paragraph 1, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006 on the cassation procedure before the Council of State
Article 18, paragraph 1, fourth paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006 on the cassation procedure before the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 240.421 van 15 januari 2018

in de zaak A. 221.222/IX-9000

In zake : ARTESIS PLANTIJN HOGESCHOOL ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Van Caeneghem kantoor houdend te 2000 Antwerpen Vrijheidstraat 32 bus 16

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

Hallo TAHA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Geuens kantoor houdend te 2860 Sint-Katelijne-Waver Stationsstraat 125

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 13 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing nr. 3414 van 14 december 2016 van de Raad voor betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij beschikking nr. 12.297 van 23 januari 2017 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

IX-9000-1/3

Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 8 november 2017, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.

4. Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing.

IX-9000-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 januari 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-9000-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.421