Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.401 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.401 Généré par l'IA

Belgian Council of State dismisses appeal when plaintiff withdraws proceedings to avoid losing at lower court.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.401
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State established the plaintiff's withdrawal of proceedings as valid despite the defendant's claim that it was a maneuver to delay the case. The plaintiff had initiated a summary procedure at the Brussels Court of First Instance and subsequently withdrew the appeal to the Council of State. The court rejected the argument that the withdrawal was illegal or motivated by improper intent, noting no evidence supported such claims. Consequently, the withdrawal was confirmed, and the plaintiff was ordered to pay the defendant's legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Rules of Procedure of the Council of State; A withdrawal of proceedings before the Council of State is valid and must be established unless proven illegal or based on improper motives, even if the withdrawing party attempts to shift the dispute to a lower court.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings improper motives summary procedure legal costs procedural maneuver Council of State appeal dismissal régale des postes

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Rules of Procedure of the Council of State
Généré par l'IA
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.333
Belgian Council of State dismisses request to suspend tender execution after client withdraws appeal.
ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.514
De vordering, ingesteld op 13 april 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van ongekende datum van de openbare instelling Leefnnilieu Brussel […] houdende vaststelling van het bestek voor aanneming van diensten met als voorwerp ‘Universele postdienst’, nr. 2020K0321”.
ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.587
Court dismisses urgent execution request when plaintiff withdraws the lawsuit during the hearing.
ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.941
De vordering, ingesteld op 29 januari 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- De beslissing van 22 december 2020 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ukkel houdende intrekking van de gunningsbeslissing van 6 oktober 2020 waarbij perceel 1 en perceel 2 van de overheidsopdracht voor de uitvoering van verschillende postdiensten aan Postalia Belgium bv wordt ingetrokken en de gunningsprocedure voor perceel 1 en perceel 2 wordt stopgezet, - De beslissing van 22 december 2020 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ukkel waarbij de offerte van Postalia Belgium bv voor perceel 1 van de overheidsopdracht voor de uitvoering van verschillende postdiensten substantieel onregelmatig wordt verklaard.
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.561
Belgian court dismisses urgent suspension request for postal tender approval due to late filing.

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 240.401 van 11 januari 2018

in de zaak A. 223.919/XII-8473

In zake: de BVBA POSTALIA BELGIUM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat George Dobbelaere kantoor houdend te 9070 Heusden Bommelsrede 26

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VZW VERENIGING VAN VLAAMSE STEDEN

EN GEMEENTEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 4 december 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het bestek van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw betreffende het „Raamcontract voor de sluiting van individuele contracten inzake universele postdiensten voor Vlaamse lokale besturen‟ (nr. VVSGvzw-2017/09/18 ) zoals gepubliceerd in het Bulletin de[r] Aanbestedingen op 17 november 2017”.

XII-8473-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 240.333 van 28 december 2017 wordt het debat heropend en wordt de zaak opnieuw opgeroepen op de openbare terechtzitting van 9 januari 2018 om 11.00 uur.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Rika Heijse, die loco advocaat George Dobbelaere verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Steven Van Garsse en Simon Verhoeven, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Regelmatigheid van de rechtspleging

3. De verzoekende partij heeft een “pleitnota” ingediend. Het procedurereglement kort geding voorziet niet in de mogelijkheid tot het indienen van een dergelijke nota. Er wordt dan ook enkel rekening mee gehouden in zoverre ze de neerslag vormt van hetgeen ter terechtzitting is gepleit.

IV. Afstand van het geding

4.1. Met een brief van 26 december 2017 heeft de verzoekende partij afstand gedaan van het geding.

4.2. De verwerende partij gaat hiermee niet akkoord en betoogt dat uit het feit dat de verzoekende partij geen afstand van geding doet van de door haar voor de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel ingeleide procedure in kort geding tegen dezelfde beslissing enkel kan worden afgeleid dat

XII-8473-2/3

de afstand van het geding “een maneuver” is om de zaak aan een uitspraak door de Raad van State over haar bevoegdheid en de middelen te onttrekken, en “de discussie” te verplaatsen naar de kortgedingrechter waar de zaak nog een ganse tijd kan aanslepen.

4.3. De mogelijkheid om bij de Raad van State een beroep in te stellen brengt met zich ook de mogelijkheid mee om hiervan afstand te doen, weze het zelfs om een verwerpingsarrest te vermijden. De Raad van State mag weigeren een afstand vast te stellen indien deze onwettig is of steunt op onwettige motieven.

Te dezen toont de verwerende partij niet aan dat de afstand van het geding onwettig is of op onwettige motieven is gesteund, en de Raad van State ziet ook geen dergelijk motief. De afstand van het geding mag worden vastgesteld.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 11 januari 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8473-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.401