Court orders retrial after first instance wrongly dismissed illegality plea due to late timing.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State ordered a retrial after the first instance incorrectly declared the applicant's plea of illegality inadmissible on grounds of untimeliness. The applicant argued the promotion regulation was unlawful, while the opposing party claimed she lacked standing because she did not meet the required seniority criteria. The court found the illegality plea was timely and necessary to challenge the very condition that barred her from standing, thus mandating a fresh examination.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 159 of the Constitution; Article 1 of the Brussels Regional Government Decision of 29 October 2011: A party may raise a plea of illegality regarding a regulatory condition that precludes their standing if that condition is the subject of the dispute, even if raised after the initial procedural opportunity regarding standing.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 240.342 van 4 januari 2018
in de zaak A. 215.274/IX-8635
In zake: Eline JANSEGERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lode Van De Vyver kantoor houdend te 1050 Brussel Bosstraat 22/1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
NET BRUSSEL, GEWESTELIJK AGENTSCHAP VOOR
NETHEID
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Levert kantoor houdend te 1060 Brussel Defacqzstraat 78
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
Alain MARTENS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Menno Meeldijk kantoor houdend te 1980 Zemst Schoolstraat 75
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 13 maart 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 december 2014 waarbij Alain Martens wordt bevorderd tot directeur in het tweetalige kader van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
IX-8635-1/11
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Alain Martens heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 mei 2015.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december 2017.
Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Lode Van De Vyver, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Marylisa Gonçalvez Soarez, die loco advocaat Philippe Levert verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Menno Meeldijk, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
IX-8635-2/11
III. Feiten
3.1. Verzoekster is eerstaanwezend ingenieur, rang 11, in het Nederlandse taalkader bij Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid (hierna: Net Brussel).
3.2. Op 8 mei 2014 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om een betrekking van tweetalig directeur, rang 13, bij de dienst Opsporing en Verbalisering van Net Brussel vacant te verklaren en deze “in te vullen via bevordering in graad, in toepassing van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van [Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid]”.
3.3. Luidens artikel 2, § 1, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 wordt de vacature van de betrekkingen die via verandering van graad of bevordering te begeven zijn, met een dienstnota ter kennis gebracht van “de benoembare ambtenaren”.
Alain Martens en P.J. ontvangen een dergelijk “bericht van vacature” voor de betrekking van directeur bij de dienst Opsporing en Verbalisering.
3.4. Alleen Alain Martens stelt zich kandidaat. Hij krijgt een gunstige beoordeling vanwege de directieraad en hij wordt voorgesteld om te worden bevorderd in de vacante betrekking van directeur.
3.5. Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 december 2014 wordt Alain Martens bevorderd tot directeur in het tweetalige kader van Net Brussel.
Dit is de bestreden beslissing.
IX-8635-3/11
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
4. Verzoekster vraagt in haar inleidend verzoekschrift de nietigverklaring van “het op 18 december 2014 genomen Besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende bevordering van [...] Alain Martens tot graad van Directeur”.
Dienvolgens werd de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering door de Raad van State aangeschreven en uitgenodigd een memorie van antwoord in te dienen, het administratief dossier toe te zenden, alsook – na het auditoraatsverslag – een laatste memorie in te dienen.
Uit de door de raadsman van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, namens het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingediende memorie van antwoord en het neergelegde administratief dossier blijkt evenwel dat het bestreden besluit werd genomen voor Net Brussel.
Net Brussel is bij ordonnantie van 19 juli 1990 opgericht als een instelling van openbaar nut van categorie A, vermeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 ‘betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut’. Dit agentschap heeft rechtspersoonlijkheid.
Bijgevolg vertegenwoordigt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in deze zaak niet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar wel het agentschap Net Brussel. Dit agentschap is de enige verwerende partij in de voorliggende zaak.
Ter terechtzitting bevestigt de raadsman van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering dat de door hem ingediende processtukken en het neergelegde administratief dossier dienen te worden toegerekend aan het voornoemde agentschap.
IX-8635-4/11
V. Ontvankelijkheid van het beroep
Standpunt van de partijen
5. Verzoekster betoogt in haar inleidend verzoekschrift met betrekking tot haar belang bij het beroep:
“De bestreden beslissing heeft tot gevolg dat niet verzoekende partij, doch Alain Martens bevorderd wordt tot directeur in het tweetalige taalkader van Net Brussel.
De bestreden beslissing benadeelt verzoekende partij aangezien zij niet bevorderd wordt tot directeur.
Verzoekende partij heeft dan ook alle belang bij het instellen van de huidige vordering en het bekomen van de vernietiging van het bestreden besluit.”
6. De tussenkomende partij en de verwerende partij werpen op, respectievelijk in hun verzoekschrift tot tussenkomst en memorie van antwoord, dat het beroep niet ontvankelijk is.
Zij betogen dat verzoekster géén belang heeft bij haar beroep, omdat zij niet voldoet aan één van de bevorderingsvoorwaarden voor de vacante betrekking van directeur, zodat zij zelf niet in aanmerking kan komen voor de beoogde bevordering. Luidens de bijlage bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 ‘houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid’ geldt immers als voorwaarde voor een bevordering in de graad van directeur dat de kandidaat “adjunct-adviseur met 9 jaar anciënniteit in niveau 1” is, terwijl verzoekster niet de graad van adjunct-adviseur, maar van eerstaanwezend ingenieur heeft.
7. Verzoekster repliceert daarop in haar memorie van wederantwoord:
IX-8635-5/11
“Verzoekende partij stelt dat zij wel degelijk diende te worden beschouwd als behorende tot de categorie van ‘benoembare ambtenaren’ overeenkomstig artikel 2, § 1, van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
In de mate dat tegenpartij en verzoekende partij [versta: tussenkomende partij] zich beroepen op vermeld besluit om verzoekende partij uit te sluiten van bepaalde bevorderingsmogelijkheden zonder objectieve gronden, discrimineren zij verzoekende partij die schade lijdt door de beperkingen in haar loopbaan.
Dat tegenpartij en tussenkomende partij een ‘enge’ interpretatie voorstaan van voornoemd besluit en de bijlage, waaruit zij besluiten dat verzoekende partij, als eerstaanwezend ingenieur niet kan worden bevorderd tot Directeur –
maar wel tot de ‘specifieke’ graad van Industrieel Ingenieur of van Hoofdingenieur-directeur –.
Tegenpartij zaait daarbij verwarring tussen de hoofdingenieur-directeurs die industrieel ingenieur zijn (schaal 13/4) en de hoofdingenieur-directeurs die burgerlijk ingenieur zijn.
Deze laatsten worden in het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26/09/2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut, wel degelijk vermeld in de gemeenschappelijke graden, in tegenstelling tot het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 tot vaststelling van de weddenschalen van het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid (cfr. artikel 2 en 3 van stuk 14) en in tegenstelling met het artikel 6 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 houdende vaststelling van het reglement van het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid (stuk 4), waardoor een eerstaanwezend ingenieur (burgerlijk - schaal 11/6) enkel bevordering kan maken door directeur te worden (schaal 13/2).
Dat daarbij vastgesteld te worden dat in de bijzondere graden, de hoogste graad Hoofdingenieur-directeur is (schaal 13/4), waardoor de personeelsleden die in die graad ingeschaald zijn, niet meer in aanmerking komen om bijvoorbeeld Inspecteur-generaal te worden (schaal 15/1).
Terwijl dit in tegenspraak is met de bepalingen van de Bijlage van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid van 29 oktober 2011 (stuk 4 verzoekende partij), dat de voorwaarden bepaalt voor benoeming in de graden van het begeleidingspersoneel en van het meester- en werkliedenpersoneel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
Kolom 7: bijzondere vereisten voor Inspecteur-Generaal: 1 betrekking wordt voorbehouden voor de titularis van een diploma van burgerlijk ingenieur – en overigens eveneens voor Hoofdingenieur-Directeur – en vermeld staat dat men titularis moet zijn van een diploma van burgerlijk ingenieur, van handelsingenieur of gelijkgesteld.
Door de hoofdingenieur in te delen bij de bijzondere graden, kan die dus geen bevordering via graad meer krijgen, aldus wordt verzoekende partij
IX-8635-6/11
benadeeld in haar loopbaan (zie eveneens besluit stuk 14 zoals hierboven vermeld).
Terwijl het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid (stuk 4) in haar bijlage vermeldt:
- voor bevordering in de graad hoofdingenieur-directeur: ‘Toegang tot rang 13: eerstaanwezend ingenieur met 9 jaar anciënniteit in niveau 1’, met als bijzondere vereiste ‘Titularis zijn van een diploma van burgerlijk ingenieur, van handelsingenieur of gelijkgesteld’ - voor bevordering in de graad van Directeur: ‘Toegang tot rang 13:
adjunct-adviseur met 9 jaar anciënniteit in niveau 1’, zonder bijzondere vereiste.
Aldus dient te worden besloten dat toegang tot rang 13 kan voor eerstaanwezend ingenieurs en voor adjunct-adviseurs, op voorwaarde dat ze 9 jaar anciënniteit hebben in niveau 1, voorwaarde waaraan verzoekende partij beantwoordt.
De stelling dat het verschil in behandeling verantwoord wordt door het verschil in uitoefening van taken uitgeoefend door de adjunct-adviseurs, zoals de tussenkomende partij, en de taken uitgeoefend door de eerstaanwezend ingenieurs, zoals verzoekster, is volledig achterhaald en manifest op verkeerde argumenten gesteund (infra eerste middel en derde middel 3.3).
Door de ‘enge’ interpretatie van tegenpartij, die inhoudt dat alle universitairen Directeur kunnen worden met uitzondering van ingenieurs, sluit zij verzoekende partij uit van bepaalde bevorderingsmogelijkheden in haar loopbaan.
Bovendien benadeelt tegenpartij zodoende niet enkel verzoekende partij, maar discrimineert zij tevens een volledige beroepsgroep.
Dat verzoekende partij zal aantonen in de uitwerking van haar middelen dat de verschillende besluiten van 29 oktober 2011 met betrekking tot het Gewestelijk Agentschap voor Netheid onzorgvuldig werden genomen en tal van onduidelijkheden en tegenstrijdigheden bevatten (infra eerste middel) en zonder rekening te houden met de gemeenschappelijke graden van het Ministerie (Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014
houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de oudere versie uit 2002).
Dat dient te worden besloten dat het besluit van de Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 houdende de vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid een volledige beroepscategorie weert, met name de houders van een diploma burgerlijk ingenieur, zonder enige objectieve reden.
Verzoekende partij werpt dan ook de exceptie van nietigheid op in toepassing van artikel 159 uit de Grondwet, en verzoekt uw Raad geen rekening te houden met het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 houdende de vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid, minstens in de mate dat vermeld besluit verzoekende partij uitsluit van de graad van Directeur.
IX-8635-7/11
Hierdoor is het belang van verzoekende partij aangetoond.”
8. In haar laatste memorie laat verzoekster nog gelden dat zij de exceptie van onwettigheid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 ‘houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid’, in haar memorie van wederantwoord heeft opgeworpen als reactie op de exceptie van onontvankelijkheid die door de tussenkomende partij en de verwerende partij werd aangevoerd. Zij zou dit al in haar verzoekschrift hebben gedaan indien zij toen had geweten waarom zij niet tot een kandidaatstelling voor de vacante betrekking van directeur was uitgenodigd. Zij heeft dit evenwel pas vernomen uit de memorie van antwoord van de verwerende partij.
Beoordeling
9. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling Bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang.
Het belang dat aldus van een verzoekende partij wordt vereist, houdt onder meer in dat deze partij ingevolge de bestreden beslissing een actueel, rechtstreeks, persoonlijk en zeker nadeel moet lijden, dat door de vernietiging van die beslissing kan worden verholpen.
10. Het voorgaande impliceert dat een ambtenaar in principe slechts belang heeft bij het instellen van een beroep tot nietigverklaring van de benoeming van een andere ambtenaar in een bepaalde betrekking, wanneer hij in het geval van een nietigverklaring zelf kan worden benoemd in die betrekking.
11. In casu gaat verzoekster in haar inleidend verzoekschrift ervan uit dat zij ten onrechte niet de mogelijkheid heeft gekregen om zich voor de vacant
IX-8635-8/11
verklaarde betrekking van directeur kandidaat te stellen. Zij stelt in dit verband in haar verzoekschrift dat zij “ten onrechte niet in aanmerking [werd] genomen voor bevordering en haar carrièremogelijkheden […] alzo [worden] beperkt”.
De tussenkomende partij en de verwerende partij laten respectievelijk in hun verzoekschrift tot tussenkomst en memorie van antwoord gelden dat verzoekster zich daarin vergist en dat zij op grond van de bijlage bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 ‘houdende vaststelling van het reglement voor het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid’, niet voldoet aan de gestelde voorwaarde om te worden bevorderd tot directeur, namelijk “adjunct-adviseur met 9 jaar anciënniteit in niveau 1” zijn. Zij ontlenen daaraan een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep wegens het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van verzoekster.
De voormelde bevorderingsvoorwaarde, die vervat is in artikel 1
van het voornoemde besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 en de daarbij gevoegde bijlage, is zonder meer duidelijk en het kan bezwaarlijk worden betwist dat verzoekster, die eerstaanwezend ingenieur is, er als zodanig niet aan beantwoordt, wat zou impliceren dat zij na een eventueel vernietigingsarrest zelf niet in de vacante betrekking van directeur zou kunnen worden benoemd, zodat zij geen belang heeft bij het verkrijgen van een dergelijk arrest en dus ook niet bij haar voorliggend annulatieberoep.
Als antwoord op deze exceptie laat verzoekster evenwel gelden dat het voornoemde besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 onwettig is en om die reden met toepassing van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten.
12. Verzoekster moet worden bijgevallen dat zij deze exceptie van onwettigheid, althans in de mate dat ze de wettigheid van de door de tussenkomende partij en de verwerende partij aangewezen bevorderingsvoor-
IX-8635-9/11
waarde betwist, vermocht in te roepen bij de eerste procedurele gelegenheid nadat zij geconfronteerd werd met het door deze partijen opgeworpen gebrek aan belang in haren hoofde omwille van de voormelde bevorderingsvoorwaarde die in de weg staat aan haar bevordering.
De door verzoekster opgeworpen exceptie van onwettigheid is dan ook tijdig.
13. Aangezien in het auditoraatsverslag ten onrechte tot de onontvankelijkheid van de exceptie van onwettigheid is besloten wegens de laattijdigheid ervan en het onderzoek daartoe beperkt is gebleven en heeft geleid tot het besluit dat het voorliggende beroep niet ontvankelijk is, is er aanleiding tot het bevelen van een aanvullend onderzoek, dat alleszins ook een onderzoek naar de gegrondheid van deze exceptie omvat, zo nodig gelezen in samenhang met de middelen waarnaar verzoekster in haar sub 7 aangehaalde antwoord op de exceptie opgeworpen door de tussenkomende partij en de verwerende partij verwijst.
BESLISSING
1. De Raad van State heropent het debat.
2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek.
IX-8635-10/11
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 4 januari 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-8635-11/11
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.240.342