Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.323 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.323 Généré par l'IA

Court dismisses urgent injunction against radio license due to lack of proof of irreparable harm.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.323
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of State rejected the request for an urgent injunction to suspend the Flemish government's recognition of Radio Minerva as a local radio organization. The applicant, Radio Works, argued that the license would cause irreparable financial harm and force staff layoffs, but failed to provide concrete evidence of immediate insolvency or inability to adapt. The court ruled that the applicant did not demonstrate the necessary urgency or the risk of definitive and irreversible damage to justify suspending the administrative decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 11 of the Code of State Council: An urgent injunction requires proof of irreparable harm and urgency; mere financial loss or speculative business disruption does not suffice to suspend an administrative decision.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent injunction irreparable harm radio license administrative procedure procedural urgency financial viability suspension of execution redevance de radio-télévision

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 and 11 of the Code of State Council
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 240.323 van 27 december 2017

in de zaak A. 223.983/IX-9198

In zake: RADIOWORKS Comm.V.

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist, Pieter Thomaes, Lize Vandersteegen en Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE GEMEENSCHAP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij:

de VZW RADIO MINERVA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41

bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc De Block kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bourlastraat 3

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 14 december 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het

IX-9198-1/13

ministerieel besluit van 1 december 2017 „houdende de erkenning als lokale ra-

dio-omroeporganisatie van Minerva voor Frequentiepakket 11 Antwerpen [98.0

FM]‟.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Met een verzoekschrift van 19 december 2017 heeft vzw Minerva gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenko-

men.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 december 2017, om 10.30 uur.

Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-

bracht.

Advocaten Pieter Thomaes en Lize Vandersteegen, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Reiner Tijs, die eveneens loco advocaat Marc De Block verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

IX-9198-2/13

III. Feiten

3. Met het bestreden besluit verleent de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel aan Minerva een erkenning als lokale ra-

dio-omroeporganisatie voor frequentiepakket 11 Antwerpen (98.0 FM), ingaand op 1 januari 2018.

Zowel verzoekster als Minerva beschikken thans over een er-

kenning als lokale radio-omroeporganisatie voor een 1000 watt vermogen radio-

frequentie in de lokaliteit Antwerpen, die verstrijkt op 31 december 2017: Minerva verzorgt radio-omroep als radio Minerva op frequentie 98.0FM, verzoekster – als radio FG – op frequentie 100.2FM.

Vanaf 1 januari 2018 is enkel nog frequentie 98.0 als hoogver-

mogen radiofrequentie op de FM-band beschikbaar, ingevolge een besluit van de Vlaamse regering van 21 april 2017 „houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequen-

tiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroepen‟.

Verzoekster was ook kandidaat voor erkenning voor het fre-

quentiepakket 11 (98.0FM). Uit het bestreden besluit blijkt derhalve impliciet de weigering om aan verzoekster de gevraagde erkenning te geven. Bij schrijven van 5 december 2017 deelt de minister aan verzoekster ook met zoveel woorden mee “dat u geen erkenning verleend wordt”. Afschrift van het thans bestreden minis-

terieel besluit gaat als bijlage bij dit schrijven aan verzoekster.

IX-9198-3/13

IV. Tussenkomst

4. De vzw Minerva blijkt voordeel te halen uit het bestreden besluit en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd.

V. Ontvankelijkheid van de vordering

5. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver-

werende partij en de tussenkomende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcep-

ties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.

VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden

6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min-

stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood-

zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid

Uiteenzetting

7. Het bestreden besluit veroorzaakt volgens verzoekster “onher-

stelbare schadelijke gevolgen”. Vanaf de tenuitvoerlegging ervan op 1 januari 2018 zal verzoekster, mede ingevolge het verval van haar actuele erkenning, niet meer beschikken over een frequentie in de regio Antwerpen voor haar omroepsta-

IX-9198-4/13

tion. De gevolgen van deze beslissing zijn uiterst ernstig, zowel aangaande de financiële repercussies alsook het verlies aan cliënteel en imago.

Radio FG heeft volgens verzoekster gemiddeld ongeveer 171.470 luisteraars per week op de FM-zending. Zonder erkenning zal Radio FG

vanaf 2018 hoogstens kunnen blijven uitzenden aan de hand van streaming (in-

ternet); uitzendingen DAB+ heeft verzoekster immers gestaakt wegens de hoge kosten. Er zullen volgens berekeningen van verzoekster “minder dan 33.000 luis-

teraars per week” (blz. 92 verzoekschrift) dan wel “minder dan 42.000 luisteraars per week” (blz. 93 verzoekschrift) overblijven, die bovendien geografisch erg gespreid zijn. Dit alternatief (internet, DAB+) kan geen voldoende luisteraars bieden en zal, bijgevolg, onvoldoende inkomsten uit reclame genereren:

“Er kan hierbij met zekerheid worden gesteld dat deze luisteraars onher-

roepelijk verloren zijn. Radioluisteraars zijn doorgaans zeer trouw; wan-

neer echter [een] radiostation uit de ether verdwijnt, zeker als dit maanden duurt, zoeken en vinden radioluisteraars alternatieven waaraan ze opnieuw trouw zweren. Radioluisteren is immers voor een groot deel een gewoonte.

Eens een radiostation verdwenen is uit iemands voorkeurszenders, is het uiterst moeilijk om daar terug bij te komen. Voormelde alternatieve uit-

zendmogelijkheden zijn dan ook absoluut geen economisch volwaardig alternatief voor de activiteiten van verzoekende partij.”

Volgens verzoekster zullen ook de bestaande samenwerkings-

verbanden met populaire en beroemde DJ‟s verloren gaan.

Volgens verzoekster komt de continuïteit van Radio FG op die manier in het gedrang. Een radiostation zonder FM-frequentie verliest onmiddel-

lijk het gros van zijn luisteraars, zijn inkomsten, zijn adverteerders, zijn partners, zijn medewerkers en zijn infrastructuur; een door de jaren heen zorgvuldig opge-

bouwd netwerk dat in een snel bewegend medialandschap onvermijdelijk oplost wanneer de uitzendingen op FM worden stopgezet. Een investering van jaren, die bij tijdelijke onderbreking van de uitzendingen, volledig wordt teniet gedaan.

Reclame en advertentie-inkomsten zijn de hoofdbron van in-

komsten voor verzoekster. Zij zal dan ook een ernstig financieel nadeel lijden door

IX-9198-5/13

de grote terugval aan adverteerders. Het verlies van deze adverteerders is boven-

dien ook blijvend daar dezen klant zullen worden bij andere zenders.

Verzoekster verwijst naar haar “simulatie van (haar) gehele jaarrekening” die zij heeft gemaakt “indien (zij) moet wachten op het resultaat van een gewone schorsingsprocedure of een vernietigingsprocedure bij (de) Raad”:

“Het resultaat van de simulatie is dramatisch: indien er geen FM-uitzen-

dingen zullen zijn in 2018 en 2019, de termijn van een vernietigingspro-

cedure bij de Raad van State, zullen de inkomsten van de verzoekende partij zakken van 389.000 € naar 21.000 € waarbij het bedrijfsresultaat zakt van 12.000 € winst naar een verlies van 105.000 € (stuk 23). Zo goed als alle kosten zijn eveneens geschrapt, zoals live-presentatie, DJ shows, nieuwsberichten, live-uitzendingen van events, etc. Er blijft gecombineerd slechts 1 deeltijdse medewerker over.”

Verzoekster rekent op “een verlies van 17.400 € tot 26.300 € per maand aan inkomsten uit ruilovereenkomsten en advertenties”:

“Zelfs met een schorsingsarrest in juni 2018, is het verlies aan recla-

me-inkomsten alleen ongeveer 118.705 €. Dit verlies, gelet op de jaarlijkse inkomsten en uitgaven, is te groot om de continuïteit van de zender te kunnen verzekeren.”

Verzoekster stelt dat zij “zeker drie medewerkers en vijf vrij-

willigers onherroepelijk [zal] moeten ontslaan”. Hun ervaring verdwijnt en zij zullen later moeilijk teruggehaald kunnen worden. Ook de DJ‟s zullen ondertussen met andere radiostations overeenkomsten hebben gesloten.

Verzoekster lijdt niet enkel dit inkomensverlies, maar zij moet vaste kosten blijven betalen “zoals de maandelijkse bezettingsvergoeding van haar uitzendstudio in het Centraal Station te Antwerpen tot 2020 (stuk 26), de licen-

tiekosten voor de software voor het verzorgen van uitzendingen en de bijbehorende audio toebehoren (stuk 16 en 17), grafische ontwerper (stuk 20), audio-ontwerper (stuk 19), reclame (stuk 18), haar juridische raadgevers…”.

IX-9198-6/13

In deze wetenschap kan een zorgvuldig handelende vennoot-

schap zeer moeilijk de beslissing nemen om operationeel te blijven na 1 januari 2018 indien er niet meer vanaf die datum via FM kan worden uitgezonden. Bij gebreke aan schorsing van het bestreden besluit, zal elke normaal zorgvuldig handelende vennootschap dan ook besluiten tot stopzetting van de activiteiten per 1 januari 2018 om opstapeling van kosten, verliezen en een faillissement met allerlei gedupeerden te voorkomen.

De gewone schorsingsperiode “kan geen soelaas bieden,” aldus verzoekster, “aangezien de gemiddelde behandelingsperiode meer dan 4 maanden is”:

“In dat geval is de bestreden beslissing reeds in werking getreden en zal de verzoekende partij, in afwachting van het schorsingsarrest, reeds een ver-

lies lijden van 17.400€ tot 26.300€ per maand of 118.705€ tegen de maand juni 2018 (stuk 23 en 25). Dit verlies, gelet op de jaarlijkse inkomsten en uitgaven (stuk 25), is te groot om de continuïteit van de zender te kunnen blijven verzekeren.”

Indien de gewone schorsingsprocedure dient te worden afge-

wacht, zal verzoekster daarenboven reeds haar cliënteel verloren zijn aan andere radiostations, gelet op de dynamiek en de jonge leeftijd van luisteraars.

Beoordeling

8. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om aan haar zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden.

IX-9198-7/13

Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on-

derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be-

streden beslissing is.

In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteen-

gezet én gestaafd.

9. Verzoekster doet gelden dat zij financieel geen half jaar, wellicht zelfs geen drie maanden kan overleven.

Hiermee spoort geenszins, dat verzoekster het opportuun acht om niet minder dan acht middelen aan te voeren, waarvan geen enkel bij inwilli-

ging ervan kan vermijden dat zij op 1 januari 2018 uit de ether gaat op de FM-band en waarvan de grote meerderheid ook onmogelijk ertoe kan leiden dat zij op re-

delijk korte termijn alsnog de beoogde erkenning en vervolgens de vereiste zendvergunning krijgt. Integendeel verplicht het rechtsherstel op grond van de aangevoerde onwettigheden, indien gegrond – of voorlopig ernstig – bevonden, de verwerende partij niet enkel om het door verzoekster ingediende dossier te her-

onderzoeken, maar zelfs om vooraf het regelgevend kader, met inbegrip van de decreetgeving, ingrijpend te wijzigen en daarna een nieuwe oproep te lanceren. Op de terechtzitting zijn de raadslieden van verzoekster hierop gewezen. Zij beamen de vaststelling dat de meeste middelen haar in de huidige UDN-procedure geen soelaas bieden, zonder er enige gevolgtrekking aan te koppelen; zij handhaven integendeel uitdrukkelijk al de aangevoerde middelen. Die proceshouding strookt niet met de aangevoerde hoogdringendheid, daargelaten nog de vraag zelfs naar de ontvankelijkheid in de schorsingsprocedure van middelen die de realisatie van het door verzoekster zelf aangevoerde onherroepelijke nadeel niet kunnen voorkomen – verzoekster beweert immers financieel zelfs geen drie maanden te kunnen overleven zonder uitzending op de FM-band. Dat het radiostation van verzoekster

IX-9198-8/13

na 1 januari 2018 minstens tijdelijk “uit de ether verdwijnt” en dat dit “maanden duurt”, kan een uitspraak over deze vordering hoe dan ook niet verhelpen.

10. Daarbij komt dat de beweerd dramatische gevolgen, zoals ver-

zoekster ze voorstelt, sterk moeten worden genuanceerd en dat een aantal alles-

behalve wordt onderbouwd met verifieerbare stukken.

11. Wie een vergunning verwerft die in tijd is beperkt, moet rekening houden met de beperkte duurtijd ervan. Dit is des te meer het geval bij de ver-

gunning voor een radio-omroep op de FM-band waarvan thans sprake, aangezien dit soort frequenties een schaars goed is. Des te meer schaars, sinds de verwerende partij heeft besloten om na 1 januari 2018 het aantal beschikbare frequenties terug te schroeven en, onder meer, om de huidige frequentie van Radio FG te schrappen – een besluit dat verzoekster overigens niet heeft aangevochten. De erkenning-

houdster die zichzelf een “zorgvuldig handelende vennootschap” noemt, moet dit alles incalculeren. Zij kan het moeilijk aan het bestuur verwijten, als zij op het einde van de erkenning nog nieuwe engagementen aangaat die voorbij de looptijd van de erkenning gaan of niet minstens op redelijk korte termijn opzegbaar zijn.

Overigens lijkt verzoekster op dat vlak geen verwijt te treffen.

Een cursorische blik op de stukken waaraan zij refereert leert dat vele van haar verbintenissen inderdaad een einde nemen op 1 januari 2018 of op korte tijd (dertig dagen) opzegbaar zijn. Maar deze kunnen dan ook bezwaarlijk het financiële na-

deel vormen.

12. Verzoekster vreest haar luisteraars te zullen verliezen en deze na een vernietigingsarrest niet te kunnen terugwinnen.

Dat zij deze luisteraars zal verliezen, minstens niet zal terug-

winnen, overtuigt niet. Zoals verzoekster zelf niet nalaat in de verf te stellen, is haar luisterpubliek fundamenteel verschillend van het luisterpubliek van Minerva.

Naar Minerva zullen haar luisteraars alvast niet uitwijken.

IX-9198-9/13

Indien die luisteraars dus een alternatief voor hun lokale ra-

dio-omroep zoeken, kunnen zij voorlopig niet terecht bij aanbieders op de FM-band, maar moeten zij streaming opties gebruiken. Welnu, net daar blijft verzoekster nog wel actief. De bewering dat verzoekster de meerderheid van haar luisteraars zou verliezen, wordt voorts tegengesproken door haar eigen stukken.

Inzonderheid stuk 2.d, bladzijde 9, laat veeleer aanzien dat verzoekster een meerderheid van haar luisteraars bereikt via live-streaming of een smartphone app en niet via haar FM radiofrequentie. De Raad valt op dit punt de volgende vast-

stellingen bij uit het advies van het auditoraat:

1) De door verzoekster voorgestelde 171.470 luisteraars per week worden niet louter bereikt door de FM-frequentie, maar ook door de DAB+, dit is digitale radio via de ether. Het aandeel van FM-luisteraars is dan ook lager dan 171.470 luisteraars per week. Verzoekster stelt wel dat zij in oktober 2016 de uitzendingen aan de hand van DAB+ heeft gestaakt wegens de hoge kosten en de minimale opbrengst. Op haar website maakt zij nog steeds melding van de DAB+.

2) Verzoekster verwijst naar studies die aantonen dat FM-frequenties nog steeds de belangrijkste vorm van radioluisteren uitmaken. Deze studies hebben betrekking op het luistergedrag van de gehele bevolking. In het onderzoek van het Belgische reclamebedrijf IP dat verwijst naar studies uitgevoerd in de Verenigde Staten en Engeland staat wel dat “digitaal luisteren sterk is doorgebroken bij de jongere doelgroepen”. De cijfers over de luisteraars van verzoekster lijken deze trend te bevestigen. Reeds in 2014 haalt verzoekster de meerderheid van haar publiek uit streaming- en smartphone-connecties. Verzoekster stelt daarenboven in haar aanvraag-

dossier dat “deze luisteraars [d.i. luisteraars in andere provincies] actief op zoek zijn gegaan naar een manier om naar Radio FG Antwerpen te luisteren en dit via de app of door middel van de live-stream”. Zij stelt eveneens dat “radio meer en meer terrein verliest bij jongeren en dit ten voordele van de online muziekkanalen zoals streaming. Toch combineert Radio FG Ant-

werpen deze verschillende medium moeiteloos.”

3) Verzoekster erkent in het verzoekschrift dat zij een gedeelte van haar FM-luisteraars kan recupereren via haar live-stream. Zij schat dit op 1/3.

Dit zou betekenen dat zij zelfs zonder een FM-frequentie te hebben, zij ± 73% van haar connecties/luisteraars kan behouden.

Gelet op deze vaststellingen komt de stelling van verzoekster dat alternatieven zoals internet niet voldoende luisteraars bieden, als ongeloofwaardig over. Dit gaat zelfs in tegen haar eigen aanvraagdossier. Minstens blijkt niet dat het verlies aan luisteraars zo definitief is als verzoekster wil doen geloven.

IX-9198-10/13

Hetzelfde geldt dan ook de gevolgtrekkingen betreffende de terugval van advertentie-inkomsten, die verzoekster relateert aan het aantal luis-

teraars. Verzoekster stelt in haar verzoekschrift zelf dat Radio FG een aantrekke-

lijke advertentiepartner is “voor tal van lokale, nationale en zelfs internationale bedrijven”. Dit toont aan dat zij niet enkel toegang heeft tot lokale adverteerders.

Meer zelfs, het merk Radio FG heeft naar eigen verklaring van verzoekster een sterk internationaal karakter, met onder meer een sterke aanwezigheid in Frankrijk en nog andere landen.

Verzoekster maakt aldus evenmin aannemelijk dat zij na een voor haar gunstige afloop van het geschil slechts met uitzonderlijke inspanningen haar luisteraars kan terugwinnen of de samenwerking met de DJ‟s kan hernieuwen.

13. De prangende financiële situatie die verzoekster doet gelden, zou moeten blijken uit een bij het verzoekschrift gevoegd stuk 23 dat een bijna on-

leesbaar rekenblad is. Verzoekster verwacht blijkbaar dat de Raad hier letterlijk als een detective met een vergrootglas op zoek gaat naar de onderbouwing van haar stellingen. Welnu, dit stuk 23 volstaat daartoe niet. Het zijn eenzijdig door ver-

zoekster opgesomde cijfers. Jaarrekeningen of verklaringen van boekhouders ontbreken. Het overzicht laat niet toe, voor wat het waard is, een onderscheid te maken tussen de vaste uitgaven die strikt met de FM-uitzendingen te maken heb-

ben en andere. Om een maandelijkse uitgave van 5300 à 6300 euro te verant-

woorden, worden uitgavenposten gegeven zoals “onkosten” (1110 euro) en “marketing internet + Print + TV” (bedragen tussen 650 en 2150 euro) waaronder “promo print” (500 à 1000 euro). Als verzoekster blijft uitzenden, mag worden aangenomen dat dit onkosten en promotionele uitgaven zijn voor de webradio.

Indien dit niet het geval is, is het een raadsel waarom voor niet bestaande FM-uitzendingen nog dergelijke bedragen aan promotie moeten worden uitgege-

ven, noch blijkt dat dit vaste lasten zijn waarop verzoekster op korte termijn niet kan terugkomen. Alleszins krijgt de Raad er geen inzicht in.

IX-9198-11/13

Verzoekster stelt ook gederfde winsten of zelfs omzetcijfers ten onrechte gelijk met lopende vaste uitgaven om de spoedeisendheid uit oogpunt van haar financiële leefbaarheid te verantwoorden. Misgelopen winst vormt een fi-

nancieel nadeel dat in principe herstelbaar is. Zij beweert voorts thans te rekenen op 389.000 euro inkomsten op jaarbasis. Het blijft bij een bewering, maar indien ze correct is dan rijst ook de vraag of de winsten uit het verleden een buffer leveren om de periode van de annulatieprocedure te overbruggen.

Verzoekster merkt op vijf vrijwilligers te moeten ontslaan, wat een contradictio in terminis is. Zij zou ook drie medewerkers moeten ontslaan, maar legt geen arbeidsovereenkomsten voor noch becijfert zij de ontslagvergoe-

ding. In stuk 25 leest de Raad overigens dat de samenwerking met medewerkers stopgezet zal worden op 1 januari 2018, wat des te meer de vraag doet rijzen welke financiële verbintenissen verzoekster dan nog heeft jegens haar personeel voorbij die datum.

14. Gelet op het voorgaande overtuigt verzoekster, die kan terug-

vallen op haar andere uitzendmogelijkheden, de Raad niet ervan onmogelijk een uitspraak ten gronde te kunnen afwachten.

Zij argumenteert wel dat haar werking ernstig in het gedrang komt door een verlies van luisteraars en inkomsten, maar zij overtuigt niet waarom zij niet in staat is tijdelijk haar activiteiten terug te schroeven of te heroriënteren naar internetradio. Daarenboven onderbouwt zij dit betoog niet met valide over-

tuigingsstukken.

Aldus stelt verzoekster aan de rechter niet de noodzakelijke gegevens ter beschikking die hem in staat moeten stellen om te verifiëren of het weigeren van de erkenning en het tijdelijk ondergaan van die beslissing in af-

wachting van een uitspraak ten gronde de activiteiten van verzoekster definitief en onherroepelijk in gevaar dreigen te brengen, of minstens toch op een dermate

IX-9198-12/13

fundamentele wijze dat van haar niet mag worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep moet afwachten.

Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.

BESLISSING

1. Het verzoek van de vzw Radio Minerva tot tussenkomst in het administra-

tief kort geding wordt ingewilligd.

2. De Raad van State verwerpt de vordering.

3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig december 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-9198-13/13

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.323