Court remands case to general roll for French language chamber due to French language role of staff member.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State remitted the case to the general roll for assignment to a French-speaking chamber. The applicant sought annulment of a hiring decision for a family helper, while the respondent argued the matter should be heard in French due to the employee's language role. The court determined that the specific language rules for central services mandate French proceedings for this type of appointment, overriding the applicant's request for a general roll hearing.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 53 of the Coordinated Council of State Laws; Article 39, § 1 of the Coordinated Laws on the Use of Languages in Administrative Matters: Proceedings concerning the appointment of a civil servant belonging to a specific language role must be conducted in that language, requiring remittal to the appropriate language chamber.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 240.284 van 22 december 2017
in de zaak A. 216.267/X-16.287.
In zake : de VZW VLAAMS KOMITEE BRUSSEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Van Caneghem kantoor houdend te 1080 Brussel Jubelfeestlaan 98
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de GEMEENTE UKKEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Levert kantoor houdend te 1060 Brussel Defacqzstraat 78-80
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 25 juni 2015, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de raad van [de gemeente Ukkel]
d.d. 18 december 2014, strekkende tot aanwerving van mevrouw Claudine Kankundiye voor onbepaalde duur in de functie van gezinshulp, met ingang van haar indiensttreding”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.
X-16.287-1/6
De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 september 2017.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Luc Van Caneghem, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Kristel Boels, die loco advocaat Philippe Levert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Iris Verheven heeft een advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Claudine Kankundiye werkt sinds 4 juli 2013 voor de gemeente Ukkel op basis van vervangingscontracten.
Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ukkel beslist op 18 december 2014 om Claudine Kankundiye bij arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur aan te werven als gezinshelpster.
IV. Taal van de rechtspleging
Standpunt van de partijen
4. In het auditoraatsverslag, door de verwerende partij bijgevallen in de laatste memorie, wordt voorgesteld de zaak naar een Franstalige kamer te
X-16.287-2/6
verwijzen omdat de bestreden beslissing de aanwerving betreft van een personeelslid van de Franse taalrol.
5. Verzoekster verklaart in haar laatste memorie daar niet mee in te stemmen. Zij verwijst naar artikel 93, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012 „tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wat de behandeling van geschillen betreft door de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak, op vraag van personen gevestigd in de randgemeenten‟.
Naar verzoekster uiteenzet, verleent deze bepaling aan natuurlijke en rechtspersonen die gevestigd zijn in de randgemeenten het recht om, wanneer de gestelde voorwaarden daartoe vervuld zijn, de behandeling van hun zaak te onttrekken aan de normaliter bevoegde (Nederlandstalige) kamer van de Raad van State. Een vergelijkbare mogelijkheid is evenwel ontzegd aan de personen die gevestigd zijn in het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad, terwijl “[n]ochtans […] het doel van de bepaling in kwestie, namelijk rekening te houden met het gevoelige taalkarakter van de administratieve geschillen die in deze gemeenten kunnen ontstaan, ook perfect relevant [is] voor de Brusselse situatie”.
Volgens verzoekster “is er dus [prima facie] sprake van een kennelijk[e] discriminatie”. De wetgever heeft het niet nodig geacht, zo stelt verzoekster, de achtergronden van dit onderscheid te verduidelijken. Verzoekster acht het daarom passend om in dit verband de volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen:
“Schendt artikel 93 § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het inwoners van de randgemeenten de mogelijkheid biedt geschillen voor de Raad van State te laten behandelen door de algemene vergadering, terwijl deze mogelijkheid wordt ontzegd aan inwoners van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad?”
X-16.287-3/6
Beoordeling
6. Artikel 53 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt met betrekking tot het gebruik van de talen door de organen van de Raad van State:
“De verzoeken om schadevergoeding, de beroepen tot nietigverklaring en de cassatieberoepen, gegrond op de artikelen 11, 11bis en 14 worden behandeld in de taal die de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt krachtens de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken, moeten gebruiken in hun binnendiensten.
Indien die wetgeving het gebruik van een bepaalde taal niet voorschrijft, geschiedt de behandeling in de taal van de akte waarbij de zaak bij de Raad van State werd ingediend.”
7. Artikel 39, § 1, van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken (hierna: de bestuurstaalwet) bepaalt dat de centrale diensten – die diensten zijn waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt, zoals bedoeld in het zo-even aangehaalde artikel 53 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State – zich onder meer in hun binnendiensten gedragen naar artikel 17, § 1, “met dien verstande dat de taalrol bepalend is voor het behandelen van de zaken vermeld onder A, 5° en 6°, en B, 1° en 3°, van genoemde bepaling”.
8. In dit geval is artikel 17, § 1, B, 1°, van de bestuurstaalwet van toepassing. Het gaat immers om een zaak die “een ambtenaar van de dienst”
betreft, namelijk de aanstelling van een ambtenaar die tot de Franse taalrol behoort.
Aangezien overeenkomstig artikel 39, § 1, van de bestuurstaalwet de taalrol dan bepalend is en deze in casu de Franse is, dient de voorliggende zaak door de Raad van State in de Franse taal te worden behandeld.
9. De door verzoekster gesuggereerde vraagstelling aan het Grondwettelijk Hof over de bestaanbaarheid van artikel 93, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State met de artikelen 10 en 11 van de
X-16.287-4/6
Grondwet, “in zoverre het inwoners van de randgemeenten de mogelijkheid biedt geschillen voor de Raad van State te laten behandelen door de algemene vergadering, terwijl deze mogelijkheid wordt ontzegd aan inwoners van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad” is vreemd aan de bepalingen in de gecoördineerde wetten op de Raad van State die het gebruik regelen van de talen door de organen van de Raad van State betrokken bij de werking van de afdeling Bestuursrechtspraak.
10. Uit wat voorafgaat volgt dat de voorliggende zaak dient te worden verwezen naar de algemene rol, teneinde aan een Franstalige kamer te worden toegewezen.
Het zal dan aan die kamer toekomen om te oordelen of er reden is tot het stellen van de door verzoekster geopperde prejudiciële vraag.
BESLISSING
1. De Raad van State heropent het debat.
2. De Raad van State verwijst de zaak naar de algemene rol.
X-16.287-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig december 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-16.287-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.284