Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.172 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.172 Généré par l'IA

Court dismisses suspension request as registration in De Panne removes administrative anonymity and urgency.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.172
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicants' request to suspend the official removal from Maarkedal's population registers. Although the applicants argued this action caused severe administrative and financial hardships, the court noted they had already been registered in De Panne since June 2017. Consequently, the court found the alleged administrative anonymity and the urgency required for a suspension no longer existed.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 17, § 1, 1st paragraph, 2nd paragraph, 3rd paragraph, 4th paragraph, 5th paragraph, 6th paragraph, 7th paragraph, 8th paragraph, 9th paragraph, 10th paragraph, 11th paragraph of the Code of Administrative Justice; A suspension of enforcement requires current administrative anonymity and urgency, which are absent if the applicant has already been registered in a new population register.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative anonymity population registers suspension of enforcement urgency requirement Council of State Belgian nationality child benefit recovery nouvelle demande de rente d'invalidité

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 17, § 1, 1st paragraph, 2nd paragraph, 3rd paragraph, 4th paragraph, 5th paragraph, 6th paragraph, 7th paragraph, 8th paragraph, 9th paragraph, 10th paragraph, 11th paragraph of the Code of Administrative Justice
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 240.172 van 12 december 2017

in de zaak A. 222.838/X-16.982.

In zake : 1. Gert VERHELLEN

2. Oksana VERHELLEN

3. Elisabeth VERHELLEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Barteld Schutyser en Kristof Caluwaert kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 7 augustus 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 juni 2017 waarbij verzoekers op datum van 25 november 2015 van ambtswege worden afgevoerd uit de bevolkingsregisters van Maarkedal en geweigerd wordt hen in de bevolkingsregisters van De Panne in te schrijven.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.

X-16.982-1/5

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 november 2017.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Kristof Caluwaert, die verschijnt voor de verzoekende partijen, Gert Verhellen, die in persoon verschijnt, en advocaat Andy Hoedenaeken, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoekers, ingeschreven in de bevolkingsregisters te Maarkedal op het adres Glorieuxstraat 11, vragen op 12 september 2015 hun inschrijving in de bevolkingsregisters te De Panne, op het adres Koninginnenlaan 63.

Dat wordt op 5 oktober 2015 door de gemeente De Panne geweigerd.

Het beroep ter zake van verzoekers loopt finaal uit in de volgende beslissing van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 7 juni 2017:

“De heer en mevrouw Gert Verhellen – Oksana Verhellen en hun dochter Elisabeth Verhellen dienen op datum van 25 november 2015 van ambtswege te worden afgevoerd uit de registers van Maarkedal, Glorieuxstraat 11.”

X-16.982-2/5

4. Door verzoekers zijn op 17 december 2016 en 24 juni 2017 bij de gemeente De Panne ook nog een tweede, respectievelijk derde aanvraag tot inschrijving ingediend.

Ten gevolge van die derde aanvraag zijn verzoekers vanaf 24 juni 2017 ingeschreven in de bevolkingsregisters te De Panne.

IV. Ontvankelijkheid

5. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering.

6. Een onderzoek van en uitspraak over de ontvankelijkheid zouden zich alleen opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is.

V. Grondvoorwaarden voor een schorsing

7. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

VI. Voorwaarde van de spoedeisendheid

Standpunt van verzoekers

8. Verzoekers voeren aan dat zij door de ambtshalve afvoering uit de bevolkingsregisters te Maarkedal niet langer beschikken over een officieel adres op het grondgebied van een Belgische gemeente, wat “heel wat administratieve, financiële, fiscale, politieke en sociale implicaties [heeft]”.

X-16.982-3/5

Zo kan verzoeker, die advocaat is, door het verval van zijn identiteitskaart en het deactiveren van de elektronische chip, niet langer gebruik maken van een aantal applicaties nodig voor de uitoefening van zijn beroep.

Tevens dreigt hij bij gebrek aan hoofdverblijfplaats problemen te ondervinden als reserveofficier in het Belgisch leger, in verband met zijn “wederoproeping”, en problemen in verband met de legaliteit van zijn wapenbezit.

Tweede verzoekster zal zich geconfronteerd zien met een terugvordering van reeds betaalde kinderbijslag vanaf 25 november 2015.

Tweede verzoekster zal in oktober van een tweede kindje bevallen, maar komt nu niet langer in aanmerking voor een kraampremie. Zij zal zich niet kunnen identificeren, zodat het niet zeker is dat een eventuele opname in het ziekenhuis door de ziekteverzekering zal worden gedekt. Na de geboorte zal er, zoals met betrekking tot het eerste kind, een probleem zijn inzake de betaling van de kinderbijslag.

Bovendien is zij Oekraïense en wil zij de Belgische nationaliteit verkrijgen, waarvoor zij minstens vijf jaar wettelijk in België moet verblijven.

Daarvoor behoeft zij een geregistreerde hoofdverblijfplaats.

Beoordeling

9. Met hun vordering tot schorsing beogen verzoekers hoofdzakelijk dat zij over een officieel adres op het grondgebied van een Belgische gemeente beschikken.

Het is een oogmerk dat intussen, door de inschrijving vanaf 24 juni 2017 in de bevolkingsregisters in de gemeente De Panne, bereikt is. De theoretische mogelijkheid van een beroep tegen die inschrijving – door wie? –

laat niet toe voorbij te zien dat hoe dan ook op vandaag verzoekers niet meer “in een soort van ‘administratieve anonimiteit’” verkeren.

X-16.982-4/5

De door verzoekers aangevoerde nadelen die met een dergelijke anonimiteit verband houden, zijn niet meer actueel. Ze kunnen dan ook geen spoedeisendheid staven.

10. Rest de beweerde dreiging van een terugvordering van reeds uitbetaalde kinderbijslag.

Tevergeefs menen verzoekers de realiteit van die dreiging te bewijzen met hun stukken 50 en 51. Zoals de Raad van State deze stukken leest, bewijzen ze echter alleen dat eerste verzoeker, via het verschaffen van informatie, deze dreiging juist heeft trachten te voorkomen. Het blijkt niet – ook niet uit het debat ter terechtzitting – dat dit niet gelukt zou zijn.

11. Verzoekers maken niet aannemelijk dat de voor een schorsing vereiste spoedeisendheid op vandaag voorhanden is. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf december 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.982-5/5

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.172