Court dismisses appeal due to withdrawal of action by all three plaintiff parties.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation established that all three plaintiff parties withdrew their legal proceedings. The first and second plaintiffs voluntarily abandoned the case, while the third party's withdrawal was presumed under statutory rules after a prior rejection of their suspension request. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered all parties to bear their respective costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 4ter of the State Council Acts; Withdrawal of action by plaintiffs results in dismissal of the appeal and allocation of costs to the withdrawing parties.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 240.166 van 12 december 2017
in de zaak A. 221.763/X-16.888.
In zake : 1. de BVBA COCCODRILLO
2. de BVBA HEFREMA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Raoul Vermeulen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Mechelsesteenweg 12/13
bij wie woonplaats wordt gekozen 3. Martin DECKERS
wonende te 2000 Antwerpen Amerikalei 134/21
tegen :
de STAD ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV DCA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Neven en Kyoto Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86 C/113
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 22 maart 2017, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de burgemeester van [5 september 2016]
waarbij toelating verleend wordt aan DCA NV tot inname van het openbaar
X-16.888- 1/5
domein (signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg)
ter hoogte van de Arenbergstraat 6 tot en met hoek Lange Gasthuisstraat 27, 2000
Antwerpen met het oog op de plaatsing van een werf voor private bouwwerken aan de Lange Gasthuisstraat 13, 2000 Antwerpen, van 27 september 2016 tot en met 30 november 2018”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.271 van 19 mei 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
De eerste en de tweede verzoekende partij dienen een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging in.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag overeenkomstig het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november 2017 en het verslag is dan daarbij betekend.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Wouter Rubens, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Kyoto Van Herreweghe, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
X-16.888- 2/5
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Afstand eerste en tweede verzoekende partij
3. Bij brief van 22 september 2017 doen de eerste en de tweede verzoekende partij afstand van het geding.
IV. Afstand derde verzoekende partij.
4. Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
De derde verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
Het vermoeden van afstand van het geding in hoofde van de derde verzoekende partij, waarop de auditeur in haar verslag heeft gewezen, is te dezen van toepassing.
V. Kosten
5. Aan de basis van de afstanden ligt kennelijk het feit dat de tussenkomende partij aan het voordeel van de bestreden beslissing heeft verzaakt.
X-16.888- 3/5
In die omstandigheden komen de kosten van het geding ten laste van de verzoekende partijen. Een tussenkomende partij dient normaal haar eigen kosten – en sléchts haar eigen kosten – te dragen.
Evenwel omvatten de door de verzoekende partijen te dragen kosten van het geding geen rechtsplegingsvergoeding ten behoeve van de verwerende partij. Die laatste partij is immers niet als een in het gelijk gestelde partij te beschouwen.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast in hoofde van de drie verzoekende partijen.
2. De eerste en de tweede verzoekende partij worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van hun vordering tot schorsing en hun beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro.
De derde verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van haar vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
X-16.888- 4/5
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf december 2017, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-16.888- 5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.166