Fishing license appeal dismissed as client abandoned proceedings after passing the exam.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Appeal of the Flemish Region dismissed the applicant's appeal against the hunting license agency's decision. The applicant had previously requested the annulment of the agency's ruling but admitted during the hearing that he had already passed the required exam. Consequently, the court treated the proceedings as abandoned without a substantive review of the license decision. The applicant was ordered to pay the legal costs and fees to the opposing party.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 93 of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; The proceedings are deemed abandoned if the applicant admits to having fulfilled the conditions for the administrative act in question, thereby rendering the appeal without object.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 240.111 van 7 december 2017
in de zaak A. 217.897/VII-39.564.
In zake : Sven KONINGS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Axel De Wilde kantoor houdend te 2018 Antwerpen Marialei 73, bus 10
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64, bus 201
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 21 december 2015, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos, met zetel te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 8 (Beroep jachtexamencommissie ANB/BL-FF/JACHT 15-07041)”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
VII-39.564-1/4
Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november 2017.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Axel De Wilde, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Kristien Vanderheiden, die loco advocaat Stijn Brusselmans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Doelloos beroep - Afstand van geding
3. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van verzoeker dat de procedure zonder voorwerp is aangezien zijn cliënt intussen is geslaagd in het jachtexamen. Deze mededeling kan niet anders dan als een afstand van geding worden beschouwd.
IV. Rechtsplegingsvergoeding
4. Verzoeker vraagt om het bedrag van de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te verlagen tot het wettelijke minimumbedrag. In dit
VII-39.564-2/4
verband wijst hij in algemene bewoordingen op de kosten die verbonden zijn aan het alleen wonen.
5. Luidens artikel 30/1, § 2, eerste lid, 1°,van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling bestuursrechtspraak, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de rechtsplegingsvergoeding verlagen rekening houdend met “de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij”. Verzoeker legt weliswaar een getuigschrift van woonst neer, maar daarmee toont hij niet aan dat zijn financiële draagkracht beperkt is. Er wordt daarom niet ingegaan op zijn vraag tot verlaging van de rechtsplegingsvergoeding tot het minimumbedrag van 140 euro.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
VII-39.564-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven december tweeduizend zeventien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-39.564-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.111