Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.063 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.063 Généré par l'IA

Court dismisses suspension request due to failure to prove urgent need for immediate review.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.063
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a transfer decision. The applicant argued the move caused severe professional damage but failed to provide concrete facts demonstrating urgency in her initial petition. The court ruled that vague assertions of hardship do not satisfy the statutory requirement for an urgent need, especially given the procedural reform effective in 2014.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 17, § 1 of the coordinated Council of State laws; A suspension of enforcement requires proof of urgent need for appeal review and at least one prima facie ground for annulment, which must be concretely detailed in the initial request.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of enforcement urgent need requirement Council of State procedure transfer in service interest prima facie annulment ground suspension de l'assurance suspension provisoire interruption de l'exploitation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 17, § 1 of the coordinated Council of State laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 240.063 van 4 december 2017

in de zaak A. 222.777/IX-9103

In zake: Gisèla DESCHAUMES

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim De Pooter kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Markt 41

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 21 Vlaamse Ardennen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 28 juli 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de raad van bestuur van scholen-

groep 21 van het Gemeenschapsonderwijs van 30 juni 2017 om Gisèla Deschau-

mes over te plaatsen in het belang van de dienst.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld.

IX-9103-1/5

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 november 2017.

Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-

bracht.

Advocaat Leonie Degroote, die loco advocaat Wim De Pooter verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die tevens loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Barbara Speybrouck heeft een met dit arrest eenslui-

dend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoekster is vast benoemd lerares ICT in het Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) Vlaamse Ardennen van scholengroep 21 van het Gemeenschapsonderwijs.

Op 30 juni 2017 beslist de raad van bestuur van de scholengroep verzoekster over te plaatsen in het belang van de dienst.

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging

4.1. Verzoekster heeft als repliek op de nota met opmerkingen van de verwerende partij een „memorie van antwoord‟ neergelegd.

IX-9103-2/5

4.2. De schorsingsprocedure voorziet niet in de mogelijkheid voor een verzoekende partij om nog schriftelijk te reageren op de nota.

Het stuk „memorie van antwoord‟ van verzoekster wordt niet in het debat ontvangen.

V. Spoedeisendheid

5. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

6. Een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerleg-

ging van een bestreden beslissing beoogt te verkrijgen, is ertoe gehouden in haar verzoekschrift een op de omstandigheden van haar zaak betrokken uiteenzetting op te nemen die ziet op de voorwaarde van de spoedeisendheid en waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate zij on-

herroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het beroep tot nietigverklaring zou moeten worden afgewacht.

Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on-

derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be-

streden beslissing is.

Eventueel ter terechtzitting nieuw aangehaalde argumenten kunnen niet in aanmerking worden genomen, aangezien alleen de in het verzoek-

schrift aangebrachte gegevens de overige partijen toelaten zich daartegen op de

IX-9103-3/5

geëigende wijze – in hun geschreven procedurestukken – te verweren en het voorwerp kunnen uitmaken van het onderzoek door het auditoraat.

7. In de voorliggende zaak is in het inleidend verzoekschrift geen uiteenzetting van de feiten te lezen die de spoedeisendheid moeten verantwoorden.

Onder een opschrift „Moeilijk te herstellen ernstig nadeel‟ zet verzoekster wel uiteen, beknopt in drie alinea‟s, dat zij de bestreden beslissing ervaart als een blamage en een feitelijke degradatie, dat de beslissing een hypo-

theek legt op toekomstige ambities en dat zij “verdere verplaatsingen en dus kosten dient te dragen” en haar collega‟s moet missen.

8. Verzoekster poogt een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel aan te tonen en schetst daartoe de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de be-

streden beslissing.

9. Zoals de verwerende partij opmerkt, is deze toelichting bijzon-

der vaag en bevat ze geen uiteenzetting van de spoedeisendheid.

10. De voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is als schorsingsvoorwaarde verlaten sinds de hervorming van de procedure bij wet van 20 januari 2014 die in werking is getreden op 1 maart 2014.

Door gewag te maken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zonder ook maar enige concrete band te leggen met de spoedeisendheid van de zaak, gaat de voormelde uiteenzetting voorbij aan de hervorming, onder-

tussen reeds drie jaar geleden, van de schorsingsprocedure. Aan die noodzakelijke concretisering van de spoedeisendheid komt verzoekster alleszins niet toe door tot besluit van haar zo al summiere uiteenzetting te schrijven, zonder meer, dat de voormelde nadelen niet door een vernietigingsarrest kunnen worden hersteld. Het is duidelijk dat verzoekster de gevolgen van de bestreden beslissing niet al te lang

IX-9103-4/5

wíl ondergaan, maar dit volstaat niet als overtuigende reden waarom zij die on-

mogelijk kán ondergaan in afwachting van de uitspraak ten gronde.

11. De spoedeisendheid is niet aangetoond.

12. Slechts ten overvloede kan hieraan nog worden toegevoegd dat op de terechtzitting is gebleken dat de verwerende partij op 30 augustus 2017, na een hoorzitting met verzoekster, in een 13 bladzijden tellende beslissing heeft beslist om haar “in het kader van de reeds op 30 juni 2017 besliste „overplaatsing in het belang van de dienst‟ met ingang van 1 september 2017 over te plaatsen naar het CVO 3 Hofsteden te Kortrijk”. Die beslissing vormt niet het voorwerp van de thans voorliggende vordering tot schorsing, zodat ingevolge haar tenuitvoerleg-

ging een inwilliging van de huidige vordering aan verzoekster geen voordeel op-

levert.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 4 december 2017, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren

IX-9103-5/5

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.063