Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.025 ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.025 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against award decision because the original award was withdrawn by the authority.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.025
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal against the award decision given to M10 Architecten, ruling the claim was without object. The authority had withdrawn the original award decision on June 28, 2016, before the applicant lodged the annulment appeal. Consequently, the court held that the appeal could no longer serve its purpose and rejected it entirely.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 100 and 101 of the Code of Administrative Justice: When an administrative act is withdrawn before the filing of an annulment appeal, the appeal is without object and must be dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of administrative act without object annulment appeal Council of State public procurement procedural dismissal definitive withdrawal soumissionnaire évincé

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 100 and 101 of the Code of Administrative Justice
Article 30/1 of the coordinated laws of the Council of State
Article 67 of the decree of the Regent of 23 August 1948
Article 70, §1, fifth paragraph, of the General Rules of Procedure

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 234.301 van 1 april 2016
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIIe KAMER

nr. 240.025 van 30 november 2017

in de zaak A. 218.670/XII-8104

In zake: de NV DE ARCHITECTEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Van Der Veken kantoor houdend te 2018 Antwerpen Desguinlei 6

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Cottyn kantoor houdend te 9300 Aalst Leopoldlaan 48

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij:

de BVBA M10 ARCHITECTEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris Wouters en Simon Verhoeven kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 22 april 2016, strekt tot de nietig-

verklaring van de beslissing van GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap van 2 februari 2016 om de overheidsopdracht “Nieuwbouw aanstellen architect”

niet te gunnen aan de nv Architekten, maar wel aan de bvba M10 Architecten.

XII-8104-1/6

Tevens wordt een verzoek tot schadevergoeding tot herstel ingediend.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 234.301 van 1 april 2016 beveelt de Raad van State de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden gunningsbeslissing.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld.

De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 november 2017.

Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Inge Willemsen, die loco advocaat Filip Van Der Veken verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Lisa Semeniouk, die loco advocaat Marc Cottyn verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

XII-8104-2/6

III. Feiten

3.1. In het arrest nr. 234.301 van 1 april 2016, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is ingewilligd, worden de feiten als volgt weergegeven:

“3.1. Het Gemeenschapsonderwijs schrijft een beperkte offerteaanvraag uit voor een overheidsopdracht van diensten met als voorwerp de aanstelling van een architect voor ‘het opmaken van een ontwerp, het opmaken van een uitvoeringsdossier, aanbesteding en de controle op de uitvoering voor de nieuwbouw van het KTA en CLB te Lier’.

Een oproep tot kandidaatstelling wordt op 5 mei 2015 bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen.

3.2. Het op de opdracht toepasselijke bestek ARCH/2015-03 maakt de volgende drie gunningscriteria van toepassing op de opdracht: (1) visie op 50 punten; (2) organisatorische aanpak op 25 punten en (3) ereloon op 25

punten.

Wat het tweede gunningscriterium ‘organisatorische aanpak’ betreft, bepaalt het bestek:

‘Het ontwerpteam voegt bij het offerteformulier een nota waarin beschreven wordt:

- Het ontwerpteam;

- De taakverdeling, werking binnen het bureau;

- Aanpak van ontwerpbesprekingen, opmaak ontwerp;

- Wie volgt de werf op, welke band met het ontwerpteam;

- De wijze waarop zal worden omgegaan met de korte termijn die beschikbaar is voor het opleveren van het bestek klaar voor aanbesteding’.

3.3. Op grond van de selectiecriteria worden vijf kandidaten gekozen, waaronder de verzoekende partij en de bvba M10 Architecten.

De vijf geselecteerde architectenbureaus dienen op 19 november 2015

offertes in.

3.4. Een juryverslag wordt opgesteld op 15 januari 2016.

Ingevolge de beoordeling van de jury strandt de verzoekende partij op de tweede plaats, met twee punten minder – zij behaalt 91 punten – dan de gekozen inschrijver, de bvba M10 Architecten, die 93 punten behaalt.

Onder verwijzing naar ‘de conclusies van het juryverslag’ neemt de aanbestedende overheid op 2 februari 2016 de bestreden gunningsbeslissing.

Bij aangetekende brief 23 februari 2016 gedateerd wordt de bestreden gunningsbeslissing ter kennis gebracht van de verzoekende partij.”

XII-8104-3/6

3.2. Bij arrest nr. 234.301 van 1 april 2016 wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunnings-

beslissing van 2 februari 2016 bevolen.

3.3. De verwerende partij beslist op 28 juni 2016 om de beslissing van 2 februari 2016 in te trekken.

3.4. Een nieuw juryverslag wordt op 16 september 2016 opgesteld.

De aanbestedende overheid beslist op 23 september 2016

opnieuw te gunnen aan de bvba M10 Architecten.

De verzoekende partij vecht deze beslissing ten gronde aan bij de Raad van State, zaak gekend onder het rolnummer A. 220.847XII-8266.

IV. De vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel

4. De verzoekende partij doet ter terechtzitting afstand van de vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel.

V. Het beroep tot nietigverklaring

5. De gunningsbeslissing van 2 februari 2016 is door de beslissing van de verwerende partij van 28 juni 2016 ingetrokken. Er is geen annulatie-

beroep ingediend tegen deze laatste beslissing zodat deze intrekking definitief is.

In de mate dat het beroep is gericht tegen de niet-gunning aan de verzoekende partij, is het evenzeer zonder voorwerp geworden. In die omstandigheden is het volledige beroep zonder voorwerp en dient het te worden verworpen.

XII-8104-4/6

VI. Kosten

6. Gelet op de intrekking van de gunningsbeslissing, past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen.

Er is te dezen tevens grond om met toepassing van artikel 30/1

van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ de door de verzoekende partij gevraagde en niet-betwiste rechtsplegingsvergoeding van 1400 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden gunningsbeslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.

7. Gelet op het bepaalde in artikel 70, §1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel aan de verzoekende partij te worden terugbetaald.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand vast van de vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel.

2. De Raad van State verwerpt het beroep.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot een schade-

vergoeding tot herstel, begroot op 200 euro, dient aan de verzoekende partij te worden terugbetaald.

XII-8104-5/6

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 november 2017, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-8104-6/6

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.025