Cassation appeal dismissed because applicant lost actual interest after receiving permanent residence card.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the cassation appeal inadmissible due to the applicant's loss of actual interest. The applicant had previously challenged a refusal of residence, which was annulled, but subsequently received a permanent residence card (F-card). The court ruled that the applicant no longer had a legitimate interest in overturning the earlier annulment decision since the original goal of obtaining residence had been achieved.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 16 and 17 of the Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State; An appeal loses its actual interest if the applicant obtains the legal status sought, thereby rendering the challenge to the prior annulment decision moot.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
XIVe KAMER
nr. 239.979 van 28 november 2017
in de zaak A. 219.939/XIV-37.151
In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
XXX
wonende te 3130 Begijnendijk Jagersstraat 38
alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Sampermans kantoor houdend te 3500 Hasselt Koningin Astridlaan 46
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 4 augustus 2016, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 171.454 van 7 juli 2016 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.145 van 14 september 2016.
De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend.
XIV-37.151-1/4
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 november 2017.
Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Carmenta Decordier, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Annik Haegeman, die loco advocaat Marc Sampermans verschijnt voor verweerder, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Verweerder dient op 28 april 2015 een aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als wettelijk samenwonende partner van een Belgische onderdane.
Op 26 oktober 2015 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verweerder een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden zonder bevel om het grondgebied te verlaten.
Verweerder stelt op 10 november 2015 tegen deze beslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De
XIV-37.151-2/4
Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vernietigt de voornoemde beslissing van 26 oktober 2015 met een arrest van 7 juli 2016. Dit is het bestreden arrest.
IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het actuele karakter van zijn belang aantonen.
Met een brief van haar raadsman van 31 oktober 2017 deelt de verzoekende partij mee dat verweerder op 15 februari 2017 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 2 februari 2022. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken.
Nu de verzoekende partij verweerder blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing in hoofde van verweerder houdende weigering van verblijf werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan.
Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk.
V. Kosten
5. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste worden gelegd.
XIV-37.151-3/4
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig november tweeduizend zeventien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, met bijstand van Johan Pas, griffier.
De griffier De voorzitter
Johan Pas Geert Debersaques
XIV-37.151-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.979